Administratieve notitie/lijst betreffende achterstallige marktgelden.
Origineel
Administratieve notitie/lijst betreffende achterstallige marktgelden. 22 mei 1939 (met verwijzing naar een termijn uit 1938). [Bovenaan gestempeld en geschreven:]
№ 21/21/M. 1939 22/5
Onderstaande Brandstoffen handelaren
hadden op 22 mei 1938 nog niet
den 2e termijn van het verschuldigde marktgeld
wegens het voor het kalenderjaar 1939 innemen
van een plaats aan de brandstoffenmarkt
betaald.
[In de marge:] 30/5 gebeld
J. E. Bisschop Eglantiersgracht 17 f 16,50 -
heeft telef. aanmaning gehad
[Links in marge:] 40957 zou sturen.
[In de rechtermarge bij Bisschop:]
2/6
1e 2e
termijn
betaald
H. A. Jansen Lijnbaansgracht 128 f 10,75
heeft schriftelijke aanmaning gehad
J. C. Jansen Lijnbaansgracht 160 f 43,75
heeft telef. aanmaning gehad
zou sturen.
[In de rechtermarge met een accolade bij beide Jansens:]
30-5-'39
persoonlijk
beloofd
m.i. moeten er nu maatregelen genomen
worden.
[Diagonaal over de onderste helft geschreven in rood/oranje krijt/potlood:]
Opbellen
alles betaald Het document is een interne ambtelijke notitie waarin de status van openstaande rekeningen voor marktgelden wordt bijgehouden. Drie specifieke brandstoffenhandelaren (kolen- en houthandelaars) worden genoemd omdat zij in gebreke zijn gebleven bij het betalen van hun staanplaats op de Amsterdamse brandstoffenmarkt voor het jaar 1939.
Opvallende elementen:
* Betalingsachterstand: Er wordt verwezen naar een termijn die blijkbaar al een jaar eerder (mei 1938) voldaan had moeten zijn, wat duidt op een langdurig incassotraject.
* Communicatiemiddelen: De ambtenaar maakt gebruik van zowel telefonische ("telef. aanmaning") als schriftelijke aanmaningen.
* Escalatie: De schrijver van de notitie adviseert aan het eind dat er "maatregelen genomen" moeten worden, wat suggereert dat het geduld van de instantie op raakt.
* Afhandeling: De rode aantekening ("Opbellen alles betaald") fungeert als een laatste statusupdate, waaruit blijkt dat de aanmaningen en de dreiging van maatregelen uiteindelijk effect hebben gehad; de dossiers konden worden gesloten. Dit document stamt uit mei 1939, een periode van grote economische en politieke spanning in Europa, enkele maanden voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. Brandstoffenhandelaren vormden in die tijd een vitale schakel in de energievoorziening van de stad; kolen waren de primaire bron voor verwarming en koken.
De brandstoffenmarkt in Amsterdam was een gereguleerde plek waar handelaren tegen betaling aan de gemeente een vaste standplaats konden innemen. De straatnamen (Eglantiersgracht en Lijnbaansgracht) plaatsen de handelaren in de Jordaan en de grachtengordel-west, wijken die destijds nog veel kleinschalige bedrijvigheid kenden. De administratieve precisie van de notitie, inclusief de handgeschreven kanttekeningen, geeft een inkijkje in de gemeentelijke bureaucratie van het interbellum. A. Jansen C. Jansen E. Bisschop