Archief 745
Inventaris 745-360
Pagina 318
Dossier 92
Jaar 1941
Stadsarchief

Archiefdocument

Origineel

3.
Jansen meent, dat het veelal de industrie voldoende zal zijn de primeur der uitkomsten te hebben.

Kruyt stelt voor, later eens te spreken over de vraag of men octrooien moet nemen. Hij wil aan de Voedingsorganisatie T.N.O. voorstellen, een wetenschappelijke kracht beschikbaar te stellen om te werken onder leiding van een sub-commissie. Op een vraag van Sprenger licht hij toe, dat dus de man, zoo lang hij in Sprengers omgeving werkt, onder Sprenger zal staan, en deze met de commissie spreken. Ook elders is die figuur practisch goed gebleken. Later bij Sixma zal hij onder Sixma staan. Hij heeft verschillende leiding en hulpmiddelen achtereenvolgens noodig. Als leden van de sub-commissie begint hij met te noemen Sixma, Sprenger en van Hiele. Hij beantwoordt vragen van de Mooij, Sprenger en Dorst aldus. De materieele kosten zullen aanvankelijk gering zijn. De latere kunnen thans nog niet beoordeeld worden. De sub-commissie kan zelf haar voorzitter en secretaris kiezen. Rechtstreeksch werk op het gebied van voorlichting zal de sub-commissie niet doen.

Straub stelt voor, een plantenphysioloog in de commissie te benoemen. Hij heeft de koelhuis-research in Engeland gezien. Zij leert het groote belang van fundamenteel wetenschappelijk inzicht voor de practijk. Het voorstel wordt niet ondersteund.

Van Eekelen stelt voor, Jansen in de commissie te benoemen, die reeds op dit gebied werkzaam is. Aldus wordt besloten. Hij wijst ook op de noodzaak van contact met koelhuisbouwers (Hiele: Een Delftsch hoogleeraar?)

  1. Voorstel om een register aan te leggen van gegevens over alle instituten en leidende persoonlijkheden, ten behoeve van vruchtbare samenwerking.

Het voorstel wordt door Kruyt en Straub toegelicht. Het is nuttig, om gegevens, zooals reeds van de commissieleden verkregen, uit te breiden met inlichtingen over de aanwezige staf en uit te strekken over vele andere instituten en deskundigen, ook universitaire krachten en particuliere deskundigen, wier werk voor een deel verband houdt met onze problemen. Aldus wordt besloten.

  1. Voorstel een lijst aan te leggen van gewenschte werkzaamheden, die thans niet of niet voldoende geschieden. De bedoeling is om te komen tot nadere voorstellen ter zake aan de Voedingsorganisatie T.N.O..

De voorzitter licht toe, dat de leden der Commissie en andere deskundigen het best kunnen formuleeren en argumenteeren wat er nog dient te geschieden. Aldus wordt besloten.

  1. Voorstel gegevens te verzamelen over de mogelijkheid om voor bepaalde instituten of werkzaamheden den noodigen steun in hulpmiddelen en geld te verkrijgen.

De voorzitter acht het voor de ontwikkeling van het werk noodig, dat naast aanvankelijk overheidsgeld ook ruimschoots particuliere bijdragen worden verkregen. In de voorvergaderingen is over een retributie gesproken.

Van de Plassche deelt mede, dat de 180 in het Centraal Bureau voor de Veilingen (Directeur Valstar) georganiseerde tuinbouwveilingen

--- Het document bevat de genotuleerde besluitvorming van een overlegorgaan dat zich bezighoudt met de organisatie van toegepast natuurwetenschappelijk onderzoek in de voedings- en tuinbouwsector. De kernpunten zijn:

  • Personele invulling: De aanstelling van een wetenschappelijk medewerker die roulerend onder verschillende experts (zoals Sprenger en Sixma) werkt.
  • Structuur: De vorming van een sub-commissie en de afbakening van haar taken (geen directe voorlichting).
  • Kennismanagement: Het aanleggen van een register van instituten en experts (vroege vorm van netwerking/mapping) en een lijst van gewenste, nog niet uitgevoerde onderzoeksactiviteiten.
  • Financiën: De nadruk op een gemengde financiering, waarbij naast overheidssubsidie ook private bijdragen (retributies) van belang worden geacht.

De toon is zakelijk en procedureel, typerend voor bestuurlijke verslaglegging waarbij besluiten direct na de discussie worden vastgelegd ("Aldus wordt besloten").

--- Dit document stamt waarschijnlijk uit de late jaren '30 of de vroege jaren '40 van de 20e eeuw (gezien de spelling en de oprichting van TNO in 1932). De namen in het document verwijzen naar prominente figuren in de Nederlandse landbouw- en voedingswetenschap:

  • T.N.O. Voedingsorganisatie: Opgericht kort na de centrale TNO-wet om specifiek onderzoek naar voedselvoorziening en -kwaliteit te bevorderen.
  • A.M. Sprenger: Een pionier in de tuinbouwtechniek en koeltechniek; naar hem werd later het Sprenger Instituut in Wageningen vernoemd.
  • Van de Plassche: Waarschijnlijk ir. A.W. van de Plassche, die een cruciale rol speelde in het Nederlandse landbouwbeleid en het directoraat-generaal van de Landbouw.
  • Koelhuis-research: In deze periode was de ontwikkeling van de koelketen cruciaal voor de exportpositie van de Nederlandse tuinbouw. De verwijzing naar Engeland onderstreept de internationale oriëntatie van het Nederlandse onderzoek in die tijd. A.M. Sprenger T.N.O. Voedingsorganisatie

Samenvatting

Het document bevat de genotuleerde besluitvorming van een overlegorgaan dat zich bezighoudt met de organisatie van toegepast natuurwetenschappelijk onderzoek in de voedings- en tuinbouwsector. De kernpunten zijn:

  • Personele invulling: De aanstelling van een wetenschappelijk medewerker die roulerend onder verschillende experts (zoals Sprenger en Sixma) werkt.
  • Structuur: De vorming van een sub-commissie en de afbakening van haar taken (geen directe voorlichting).
  • Kennismanagement: Het aanleggen van een register van instituten en experts (vroege vorm van netwerking/mapping) en een lijst van gewenste, nog niet uitgevoerde onderzoeksactiviteiten.
  • Financiën: De nadruk op een gemengde financiering, waarbij naast overheidssubsidie ook private bijdragen (retributies) van belang worden geacht.

De toon is zakelijk en procedureel, typerend voor bestuurlijke verslaglegging waarbij besluiten direct na de discussie worden vastgelegd ("Aldus wordt besloten").


Historische Context

Dit document stamt waarschijnlijk uit de late jaren '30 of de vroege jaren '40 van de 20e eeuw (gezien de spelling en de oprichting van TNO in 1932). De namen in het document verwijzen naar prominente figuren in de Nederlandse landbouw- en voedingswetenschap:

  • T.N.O. Voedingsorganisatie: Opgericht kort na de centrale TNO-wet om specifiek onderzoek naar voedselvoorziening en -kwaliteit te bevorderen.
  • A.M. Sprenger: Een pionier in de tuinbouwtechniek en koeltechniek; naar hem werd later het Sprenger Instituut in Wageningen vernoemd.
  • Van de Plassche: Waarschijnlijk ir. A.W. van de Plassche, die een cruciale rol speelde in het Nederlandse landbouwbeleid en het directoraat-generaal van de Landbouw.
  • Koelhuis-research: In deze periode was de ontwikkeling van de koelketen cruciaal voor de exportpositie van de Nederlandse tuinbouw. De verwijzing naar Engeland onderstreept de internationale oriëntatie van het Nederlandse onderzoek in die tijd.

Genoemde Personen 2

Producten

A.G.F. (Fruit): Appel A.G.F. (Fruit): Fruit A.G.F. (Fruit): Peren A.G.F. (Groenten): Groente A.G.F. (Groenten): Sla Textiel & Kleding: Band Textiel & Kleding: Kleding Textiel & Kleding: Stof Textiel & Kleding: Textiel Tuin & Plant: Planten Vis & Zee: Aal Vis & Zee: Vis

Thema's

Jodenster/Maatregelen

Kooplieden in dit dossier 100

A. Jansen Nieuwmarkt 469.77
A. Jansen 6.13
Andere knol- en wortelgewassen
C. Gottmann 24.73
76 jaar) 110
76 jaar) 236
Cel No. nuttige inhoud ...... M$^3$. spek of varkensvl.
Cel No. nuttige inhoud ...... M$^3$. spek of varkensvl.
Cel No. nuttige inhoud ...... M$^3$. spek of varkensvl.
Cel No. nuttige inhoud ...... M$^3$. spek of varkensvl.
C. Dienst 1.29
De Olmenhorst
F. Barends 2.42
Alle 100 kooplieden →

Gerelateerde Documenten 6