Archief 745
Inventaris 745-360
Pagina 334
Dossier 2A
Jaar 1941
Stadsarchief

Notulen/verslag van een vergadering (pagina 3).

Origineel

Notulen/verslag van een vergadering (pagina 3). 3.
De heer van Eekelen merkt naar aanleiding hiervan op, dat elk instituut inderdaad haar eigen problemen heeft, hetgeen het onderzoek in het algemeen slechts ten goede kan komen.
Van veel belang is ook echter dat een vraag uit de practijk direct terecht komt op de plaats waar zij thuis behoort. Men zou eigenlijk coördinatie moeten hebben van vragen uit de practijk en onderzoeklichamen.

Prof. Jansen waarschuwt, om vooral voorzichtig te zijn op het gebied van de voeding. We weten nog te weinig van alle belangrijke stoffen af. Men zou b.v. een variëteit van aardappelen kunnen kweeken op vitamine C, waarbij vitamine D misschien weer sterk achteruit zou gaan. We moeten nog verder op dit terrein onderzoekingen verrichten.
We moeten niet alleen onze reeds bestaande kennis op de practijk toepassen, maar ook onze nog onvolledige kennis aanvullen b.v. in een Instituut voor zuiver Wetenschappelijk Onderzoek.
Voorts wijst spr. er op, dat het voor één persoon niet mogelijk is, alle literatuur bij te houden. Hiervoor heeft men zeker een heel instituut noodig met specialisten.

De voorzitter zegt dat wij dus noodig hebben:
a. grondleggend, wetenschappelijk onderzoek,
b. practijkonderzoek, b.v. van monsters op vitaminegehalte,
c. misschien ook contrôle op een gegeven oogenblik.

De heer Veenstra merkt op, dat er verschillende instanties zijn, die op het gebied van voedingsmiddelen onderzoek verrichten. We kunnen echter vier soorten onderscheiden, met hun eigen doelstelling, n.l.:
1. Dr. van Eekelen heeft alle gegevens over voedingsstoffen noodig,
2. Prof. Jansen vraagt zuiver wetenschappelijk werk,
3. ir. Straub behoeft gegevens in verband met keurings- en contrôleonderzoek,
4. Prof. Sprenger en spr. zoeken naar gegevens, die van belang zijn bij de teelt van gewassen en die aanwijzingen voor de practijk kunnen vormen.
Overigens voelt ir. Veenstra veel voor samenwerking en is gaarne bereid, om het Centraal Instituut van Onderzoek in te schakelen.

De heer Mooij sluit zich aan bij de zienswijze van Dr. van Eekelen. Hem is opgevallen, dat dhr. Sixma in verband met het groote aantal problemen nog meer mogelijkheden voor onderzoek voorstaat. Hiervoor voelt spr. niet veel, omdat dit versnippering kan geven. Bovendien kost onderzoek zeer veel, hetgeen gewoonlijk onderschat wordt.
Dr. Mooij is sterk voor coördinatie. Er zijn in ons land veel goede krachten, maar zij moeten op de juiste wijze bij elkaar gebracht worden.
Om te coördineeren is echter gezag noodig en wel gezag, dat erkend wordt. Anders ontstaan er moeilijkheden, uit angst, dat men op elkaars gebied gaat werken. Dit gezag kan uitgaan van de Geldmiddelen. Er zou moeten zijn een eenheidskas, waaruit gefinancierd wordt en waaraan Overheid en andere instanties hun bijdragen afstaan. Ook in Nederlandsch-Indië heeft men een wettelijke regeling om de eenheid na te streven.
Speciaal voor voedingsvraagstukken zou T.N.O. als een centraal punt te beschouwen zijn. In zoo'n geval zou een georganiseerd werkplan opgemaakt kunnen worden, waarbij de problemen bezien * Kernproblematiek: Het spanningsveld tussen fundamenteel wetenschappelijk onderzoek en de praktische toepassing ervan (keuringen, teelt, vitaminegehaltes). Er is een sterke roep om een centraal orgaan om "versnippering" te voorkomen.
* Organisatorische visie: Er wordt gepleit voor een centrale financiering ("eenheidskas") als middel om gezag en coördinatie af te dwingen.
* Wetenschappelijke context: Het belang van vitaminen (C en D) staat centraal, wat typerend is voor de voedingswetenschap van die periode. De waarschuwing van Prof. Jansen over de balans tussen verschillende vitaminen in gewassen toont het vroege inzicht in complexe biologische systemen.
* Personen: Namen als Van Eekelen (M. van Eekelen, later directeur Centraal Instituut voor Voedingsonderzoek) en Prof. Jansen (B.C.P. Jansen, ontdekker van vitamine B1) duiden op een overleg van de top van de Nederlandse voedingswetenschap. Dit document stamt uit een periode waarin de Nederlandse wetenschappelijke infrastructuur op het gebied van voeding en landbouw sterk in ontwikkeling was. De oprichting van TNO (Toegepast Natuurwetenschappelijk Onderzoek) in 1932 vormt het kader voor deze discussie. Men zocht naar een manier om wetenschappelijke expertise efficiënt in te zetten voor de volksgezondheid en de economie (landbouw). De referentie naar "Nederlandsch-Indië" plaatst het document in het koloniale tijdperk, waarbij praktijken uit de kolonie (zoals centrale regelingen) als voorbeeld dienden voor het moederland. De gebruikte spelling (zoals "noodig", "practijk", "zoon") is de spelling-Marchant, die tot 1947 officieel was. Namen als Van Eekelen (M. van Eekelen later directeur Centraal Instituut voor Voedingsonderzoek) en Prof. Jansen (B.C.P. Jansen ontdekker van vitamine B1) duiden op een overleg van de top van de Nederlandse voedingswetenschap.

Samenvatting

  • Kernproblematiek: Het spanningsveld tussen fundamenteel wetenschappelijk onderzoek en de praktische toepassing ervan (keuringen, teelt, vitaminegehaltes). Er is een sterke roep om een centraal orgaan om "versnippering" te voorkomen.
  • Organisatorische visie: Er wordt gepleit voor een centrale financiering ("eenheidskas") als middel om gezag en coördinatie af te dwingen.
  • Wetenschappelijke context: Het belang van vitaminen (C en D) staat centraal, wat typerend is voor de voedingswetenschap van die periode. De waarschuwing van Prof. Jansen over de balans tussen verschillende vitaminen in gewassen toont het vroege inzicht in complexe biologische systemen.
  • Personen: Namen als Van Eekelen (M. van Eekelen, later directeur Centraal Instituut voor Voedingsonderzoek) en Prof. Jansen (B.C.P. Jansen, ontdekker van vitamine B1) duiden op een overleg van de top van de Nederlandse voedingswetenschap.

Historische Context

Dit document stamt uit een periode waarin de Nederlandse wetenschappelijke infrastructuur op het gebied van voeding en landbouw sterk in ontwikkeling was. De oprichting van TNO (Toegepast Natuurwetenschappelijk Onderzoek) in 1932 vormt het kader voor deze discussie. Men zocht naar een manier om wetenschappelijke expertise efficiënt in te zetten voor de volksgezondheid en de economie (landbouw). De referentie naar "Nederlandsch-Indië" plaatst het document in het koloniale tijdperk, waarbij praktijken uit de kolonie (zoals centrale regelingen) als voorbeeld dienden voor het moederland. De gebruikte spelling (zoals "noodig", "practijk", "zoon") is de spelling-Marchant, die tot 1947 officieel was.

Genoemde Personen 1

Kooplieden in dit dossier 100

A. Jansen Nieuwmarkt 469.77
A. Jansen 6.13
Andere knol- en wortelgewassen
C. Gottmann 24.73
76 jaar) 110
76 jaar) 236
Cel No. nuttige inhoud ...... M$^3$. spek of varkensvl.
Cel No. nuttige inhoud ...... M$^3$. spek of varkensvl.
Cel No. nuttige inhoud ...... M$^3$. spek of varkensvl.
Cel No. nuttige inhoud ...... M$^3$. spek of varkensvl.
C. Dienst 1.29
De Olmenhorst
F. Barends 2.42
Alle 100 kooplieden →

Gerelateerde Documenten 6