Notulen/verslag van een vergadering (pagina 2).
Origineel
Notulen/verslag van een vergadering (pagina 2). 2.
In de stukken waren ook stemmen die spraken van ge-
brek aan ruimten en gebrek aan menschen. Vooral dat eerste
punt is moeilijk, omdat momenteel voor den bouw van dergelij-
ke laboratoria geen materiaal te krijgen zal zijn.
Over het werken van twee onderzoekers aan een onder-
werp meende de Voorzitter te moeten opmerken, dat zulks
heelemaal niet kwaad is, integendeel goed kan zijn. Daar-
voor is het echter zeker noodig, dat er een goed contact
bestaat, opdat men elkaars methoden van onderzoek kent en
eventueel elkaars resultaten kan toetsen.
Spreker zegt vervolgens, dat we met deze bespreking
weer een stap verder tot het beoogde doel van samenwer-
king moeten komen. Daartoe meent de Voorzitter na een uit-
voerige bespreking en volledige overeenstemming met ir.
van de Plassche de oprichting van een Commissie te kun-
nen voorstellen, waarvan het ontwerp-Reglement aan de
aanwezigen overhandigd wordt. Hieraan kan nog toegevoegd
worden, dat Prof. Kruyt dus als Voorzitter zal optreden.
Voorts zouden de Inspecteur van den Tuinbouw en de In-
specteur van den Landbouw beiden Ondervoorzitter kunnen
zijn. Als secretaris had men aan ir. Straub gedacht. Hier-
door zouden in de kern van de Commissie de Voedingsorga-
nisatie, de Hoofden van Land- en Tuinbouwvoorlichtings-
dienst alsmede de consument vertegenwoordigd zijn. Leden
kunnen de instituten, colleges en onderzoekers op het ge-
bied van Land- en Tuinbouwonderzoek zijn.
Het genoemde voorstel heeft de volledige instemming
van Prof. Kruyt, de Voorzitter van de Voedingsorganisa-
tie. Wel is er nog een vraagstuk, n.l. hoe men het best
het resultaat van de samenwerking naar buiten kan uit-
dragen. Verder moet de administratie zoo eenvoudig moge-
lijk gehouden worden.
Overigens kan de Commissie ook voorstellen doen aan
het Bestuur van de Voedingsorganisatie om bedragen voor
onderzoek te verleenen en aanvragen om subsidie te argu-
menteeren en motiveeren.
Dr. van Eekelen vraagt, of de oprichting van een nieuw
instituut, waarover de heeren Sixma en Straub op de vori-
ge bijeenkomst gesproken hebben, nog noodig is. Spreker
acht het onnoodig. Kunnen de bestaande instituten het
werk niet op zich nemen? Hoe denken de andere aanwezigen
hierover * Inhoud: Het document doet verslag van de oprichting van een coördinerende commissie binnen de "Voedingsorganisatie". Er wordt gesproken over de personele invulling (Prof. Kruyt als voorzitter) en de structuur waarbij landbouw, tuinbouw en consumentenbelangen worden verenigd.
* Organisatie: De "Voedingsorganisatie" verwijst naar een afdeling van TNO (Toegepast Natuurwetenschappelijk Onderzoek), die zich bezighield met voedingsvraagstukken.
* Problematiek: Er wordt expliciet melding gemaakt van een tekort aan bouwmaterialen voor laboratoria, wat duidt op een periode van schaarste (mogelijk tijdens of vlak na de Tweede Wereldoorlog).
* Discussiepunt: Dr. van Eekelen (waarschijnlijk Marie van Eekelen, een prominent voedingsdeskundige) zet vraagtekens bij de noodzaak van een nieuw instituut en pleit voor efficiëntie door gebruik te maken van bestaande instellingen. Dit document bevindt zich in de context van de institutionalisering van wetenschappelijk onderzoek in Nederland halverwege de 20e eeuw. De genoemde personen zijn historisch significant: Prof. dr. H.R. Kruyt was een sleutelfiguur bij de ontwikkeling van TNO. De focus op samenwerking tussen landbouw, tuinbouw en voeding was cruciaal voor de Nederlandse voedselvoorziening en economische wederopbouw. De genoemde ir. A.W. van de Plassche was een invloedrijk ambtenaar (Directeur-Generaal) bij het Ministerie van Landbouw. De discussie over "gebrek aan materiaal" plaatst het document zeer waarschijnlijk in de vroege jaren '40 of de periode van de wederopbouw direct na 1945. H.R. Kruyt