Archief 745
Inventaris 745-363
Pagina 251
Dossier 103
Jaar 1941
Stadsarchief

Handgeschreven brief.

28 mei 1941. Van: Mevrouw F. Wertheim-Zilberberg, Nieuwe Kerkstraat 20 III, Amsterdam. Aan: De Weledelgeboren Heer M. Th. Muller, Directeur van het Marktwezen, Jan van Galenstraat, Amsterdam (W).

Origineel

Handgeschreven brief. 28 mei 1941. Mevrouw F. Wertheim-Zilberberg, Nieuwe Kerkstraat 20 III, Amsterdam. De Weledelgeboren Heer M. Th. Muller, Directeur van het Marktwezen, Jan van Galenstraat, Amsterdam (W). No D.3448
Serie. 23. – No 250.

No 72/28/1 M.1941 29/5
A. dam 28 Mei 1941.

Den WelEdl. Heer. M. Th. Muller
Directeur. „Marktwezen”
J. van Galenstraat A. dam (W).

WelEdl. Heer.
Hiermede neemt Onderget Mevrouw
F. Wertheim geb Zilberberg de vrijheid ontheffing
te verzoeken voor haar man M. Wertheim venter No D.3448
Serie. 23. – No 250, daar haar man 9 weken is opgepikt
toen hij dien Zaterdagmiddag in het Tip Top Theater zat
en naar het concentratie Kamp Buchenwalden is opge-
zonden, zonder dat hij iets misdeed.
Wanneer hij ooit in vrijheid zal worden
gesteld is voor mijn een raadsel, maar daarom deswille
van mijn man toch de vent vergunning hield en ik met
mijn nog 4 jeugdige kinderen met een zeer lage steun
onmogelijk kon betalen.
Hopende dat mijn verzoek moge worden
ingewilligd, teeken en verblijf ik in afwachting:

Hoogachtend
Mevrouw F. Wertheim Zilberberg
N. Kerkstraat 20 III
Amsterdam (C) De schrijfster, mevrouw Wertheim-Zilberberg, verzoekt de directeur van het Amsterdamse Marktwezen om ontheffing van de betalingsverplichting voor de ventvergunning van haar echtgenoot. De reden die zij opgeeft is hartverscheurend en zakelijk tegelijk: haar man, M. Wertheim, is negen weken daarvoor (eind maart 1941) "opgepikt" in het Tip Top Theater en gedeporteerd naar concentratiekamp Buchenwald.

De brief toont de wanhopige financiële situatie van achtergebleven Joodse gezinnen. Mevrouw Wertheim blijft achter met vier jonge kinderen en een minimale uitkering ("zeer lage steun"), waardoor zij de kosten voor een vergunning die niet meer gebruikt kan worden, niet kan opbrengen. De toon is beleefd en formeel, zoals gebruikelijk in die tijd, maar de onderliggende tragedie is duidelijk aanwezig in de zin: "zonder dat hij iets misdeed." Dit document is een aangrijpend voorbeeld van de bureaucratische realiteit tijdens de Duitse bezetting van Nederland. Terwijl de systematische vervolging en deportatie van de Joodse bevolking in volle gang was, bleven de gemeentelijke instanties (zoals het Marktwezen) herinneringen en rekeningen sturen voor vergunningen.

Het genoemde Tip Top Theater was een bekende bioscoop in de Jodenbreestraat in Amsterdam. Tijdens de bezetting was dit een "Joodse bioscoop" waar enkel Joods publiek mocht komen. Het was ook een plek waar de Duitsers regelmatig razzia's hielden.

Buchenwald: Hoewel de meeste Nederlandse Joden via kamp Westerbork naar het oosten werden gestuurd, werden in het voorjaar van 1941 (na de Februaristaking) honderden Joodse mannen via kamp Schoorl naar Buchenwald en later Mauthausen gedeporteerd. De brief bevestigt dat haar man een van deze vroege slachtoffers was. Uit historische bronnen (zoals de database van de Oorlogsgravenstichting) blijkt vaak dat mannen die in deze periode naar Buchenwald/Mauthausen werden gestuurd, de oorlog niet hebben overleefd. F. Wertheim J. van Galenstraat M. Th M. Wertheim N. Kerkstraat Wertheim blijft (Mevrouw) Marktwezen

Samenvatting

De schrijfster, mevrouw Wertheim-Zilberberg, verzoekt de directeur van het Amsterdamse Marktwezen om ontheffing van de betalingsverplichting voor de ventvergunning van haar echtgenoot. De reden die zij opgeeft is hartverscheurend en zakelijk tegelijk: haar man, M. Wertheim, is negen weken daarvoor (eind maart 1941) "opgepikt" in het Tip Top Theater en gedeporteerd naar concentratiekamp Buchenwald.

De brief toont de wanhopige financiële situatie van achtergebleven Joodse gezinnen. Mevrouw Wertheim blijft achter met vier jonge kinderen en een minimale uitkering ("zeer lage steun"), waardoor zij de kosten voor een vergunning die niet meer gebruikt kan worden, niet kan opbrengen. De toon is beleefd en formeel, zoals gebruikelijk in die tijd, maar de onderliggende tragedie is duidelijk aanwezig in de zin: "zonder dat hij iets misdeed."

Historische Context

Dit document is een aangrijpend voorbeeld van de bureaucratische realiteit tijdens de Duitse bezetting van Nederland. Terwijl de systematische vervolging en deportatie van de Joodse bevolking in volle gang was, bleven de gemeentelijke instanties (zoals het Marktwezen) herinneringen en rekeningen sturen voor vergunningen.

Het genoemde Tip Top Theater was een bekende bioscoop in de Jodenbreestraat in Amsterdam. Tijdens de bezetting was dit een "Joodse bioscoop" waar enkel Joods publiek mocht komen. Het was ook een plek waar de Duitsers regelmatig razzia's hielden.

Buchenwald: Hoewel de meeste Nederlandse Joden via kamp Westerbork naar het oosten werden gestuurd, werden in het voorjaar van 1941 (na de Februaristaking) honderden Joodse mannen via kamp Schoorl naar Buchenwald en later Mauthausen gedeporteerd. De brief bevestigt dat haar man een van deze vroege slachtoffers was. Uit historische bronnen (zoals de database van de Oorlogsgravenstichting) blijkt vaak dat mannen die in deze periode naar Buchenwald/Mauthausen werden gestuurd, de oorlog niet hebben overleefd.

Genoemde Personen 6

Locaties

Centrale Markt Waterlooplein

Producten

A.G.F. (Groenten): Groente A.G.F. (Groenten): Sla Dieren: Hond Kruidenier (Droog): Meel Vleeswaren: Hart Vleeswaren: Vlees

Thema's

Duitsland/Oosten Jodenster/Maatregelen Kamp Westerbork Razzia & Arrestatie

Organisaties

Marktwezen

Kooplieden in dit dossier 100

B. v.d. Burg aardappelen
Brandstoffen en/of Petroleum 79
C. Markt appels
J. Renz. 366
J. Renz. +67
C. Keyzer fruit
C. Kuiper rapen
C. van Klaveren aardappel.
A.L.J. van Staveren roode kool
K.N.S.M. Loods led. kisten
F. v.d. Berg aardappelen
N. Gem kolen
G. Kramer rapen
G. Kramer rapen
G. v. d. Wal aardappelen
G. v. d. Wal rapen
Haring, zuurwaren etc. 139
H. Bak Waterlooplein wortelen
Alle 100 kooplieden →