Ambtelijk schrijven/kennisgeving.
Origineel
Ambtelijk schrijven/kennisgeving. 31 oktober 1941. De Burgemeester van Amsterdam (E.J. Voûte) en de Gemeentesecretaris (H. van Buuren). Nº 77/10/9 M. 1011 3/11 Marktw.
L.M.
53/4 -1941-
31 October 1941.
Naar aanleiding van Uw schrijven van 21 October j.l. bericht ik U, dat dit schrijven geen nieuwe gezichtspunten opent.
Ik vind dan ook geen termen op mijn besluit van 18 April j.l. terug te komen, waarbij U de toegang tot de Centrale Markt voorgoed is ontzegd.
Een bespreking ter zake kan geen nut hebben.
vM
De Burgemeester van Amsterdam,
(get.) V o û t e
de Gemeentesecretaris,
(get) H. van Buuren l.s.
den heer H.de Vries,
Jac.v.Lennepkade 416 III,
_A_L_H_I_E_R_ (W). Dit document is een formele afwijzing van een verzoek of bezwaarschrift. De heer H. de Vries heeft op 21 oktober 1941 geprobeerd een besluit van de burgemeester aan te vechten. Dit besluit, daterend van 18 april 1941, hield in dat De Vries de toegang tot de Centrale Markt in Amsterdam definitief ("voorgoed") werd ontzegd.
De toon van de brief is kortaf en resoluut. De burgemeester stelt dat er geen nieuwe argumenten zijn aangevoerd en weigert zelfs een gesprek ("bespreking") over de zaak, omdat dit "geen nut" zou hebben. Het document weerspiegelt de autoritaire bestuursstijl van die tijd, waarbij tegen besluiten van het openbaar bestuur nauwelijks ruimte voor verweer was. De brief is gedateerd in oktober 1941, tijdens de Duitse bezetting van Nederland. De ondertekenaar, Edward Voûte, was door de bezetter aangesteld als regeringscommissaris (en later burgemeester) van Amsterdam nadat de democratisch gekozen voorganger was afgezet.
De Centrale Markt (tegenwoordig het Food Center Amsterdam aan de Jan van Galenstraat) was een vitale plek voor de voedselvoorziening. Tijdens de bezetting werden de toegangsregels voor markten zeer streng gehandhaafd. Veel mensen, waaronder Joodse handelaren of personen die verdacht werden van zwarte handel of politiek verzet, werden de toegang tot dergelijke faciliteiten ontzegd. Hoewel de specifieke reden voor de ontzegging van de heer De Vries niet in dit document staat, past de onwrikbare houding van het stadsbestuur in het repressieve klimaat van 1941. E.J. Vo H. de Vries H. van Buuren