Handgeschreven brief/melding op gelinieerd papier.
Origineel
Handgeschreven brief/melding op gelinieerd papier. H. Segers, wonende aan de Goudsbloemstraat 156 te Amsterdam. Nº 85/2/4 M. 1941 20/11
mi. Insp.
Mijnheer.
Met deze deel ik uw mede
als dat van mij H. Segers.
Goudbloemstr 156. Met handkarre
en bakfietsen op de markt staan
De kooplieden zijn
Lammers Lindegracht
K Polder L. Baangracht 25
P Overloop. 3de Goudbloemdwstr.
T. Jansen Lindegracht
W. v Esse L. Baangracht 14 et.
J. Vorstenberg Tuinstraat
Hoogachtent H Segers
Goudbloemstr 156 De brief is een zakelijke melding aan een overheidsinstantie, zeer waarschijnlijk de afdeling Marktwezen van de gemeente Amsterdam (gezien de 'M' in het stempel). De afzender, H. Segers, geeft een lijst door van collega-kooplieden die met handkarren en bakfietsen op de markt staan, inclusief hun exacte adressen.
Het taalgebruik is eenvoudig en bevat diverse taalfouten ("uw" i.p.v. "u", "handkarre" i.p.v. "handkarren", "Hoogachtent" met een 't'), wat wijst op een schrijver uit de arbeidersklasse. De afkortingen in de adressen zijn typisch Amsterdams: "L. Baangracht" voor Lijnbaansgracht en "3de Goudbloemdwstr." voor de Derde Goudsbloemdwarsstraat. De toevoeging "14 et." bij W. v Esse duidt waarschijnlijk op de etage (verdieping). Het document dateert uit november 1941, tijdens de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode was de controle op de straathandel en markten extreem streng. Er golden strikte regels voor vergunningen, en de bezetter voerde steeds meer beperkende maatregelen in (waaronder het verbod voor Joodse kooplieden om op markten te staan, hoewel de namen op deze lijst typisch Nederlands/christelijk ogen).
Dergelijke briefjes werden vaak geschreven in het kader van handhaving of concurrentie: het aangeven van personen die mogelijk zonder de juiste papieren of buiten de aangewezen plekken hun waren verkochten. De Jordaan was in die tijd een wijk waar de overleving voor veel kleine zelfstandigen en marktkooplieden onder grote druk stond door schaarste en distributieregels. H. Segers J. Vorstenberg L. Baangracht T. Jansen Gemeente Amsterdam Marktwezen
Samenvatting
De brief is een zakelijke melding aan een overheidsinstantie, zeer waarschijnlijk de afdeling Marktwezen van de gemeente Amsterdam (gezien de 'M' in het stempel). De afzender, H. Segers, geeft een lijst door van collega-kooplieden die met handkarren en bakfietsen op de markt staan, inclusief hun exacte adressen.
Het taalgebruik is eenvoudig en bevat diverse taalfouten ("uw" i.p.v. "u", "handkarre" i.p.v. "handkarren", "Hoogachtent" met een 't'), wat wijst op een schrijver uit de arbeidersklasse. De afkortingen in de adressen zijn typisch Amsterdams: "L. Baangracht" voor Lijnbaansgracht en "3de Goudbloemdwstr." voor de Derde Goudsbloemdwarsstraat. De toevoeging "14 et." bij W. v Esse duidt waarschijnlijk op de etage (verdieping).
Historische Context
Het document dateert uit november 1941, tijdens de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode was de controle op de straathandel en markten extreem streng. Er golden strikte regels voor vergunningen, en de bezetter voerde steeds meer beperkende maatregelen in (waaronder het verbod voor Joodse kooplieden om op markten te staan, hoewel de namen op deze lijst typisch Nederlands/christelijk ogen).
Dergelijke briefjes werden vaak geschreven in het kader van handhaving of concurrentie: het aangeven van personen die mogelijk zonder de juiste papieren of buiten de aangewezen plekken hun waren verkochten. De Jordaan was in die tijd een wijk waar de overleving voor veel kleine zelfstandigen en marktkooplieden onder grote druk stond door schaarste en distributieregels.