Officieel besluit / Beschikking van het College van Burgemeester en Wethouders.
Origineel
Officieel besluit / Beschikking van het College van Burgemeester en Wethouders. [Links boven, handgeschreven/gestempeld:]
No 85/2/3 M. 1941 244/T
[Midden boven, handgeschreven:]
261.
[Rechts boven, handgeschreven in potlood en rode inkt:]
Markten
M. Dir
St. Wijken
Insp.
No. 1149 L.M. -1940-
Burgemeester en Wethouders van Amsterdam,
Gelet op hun beschikking van 29 November 1938, No. 811 L.M. 1938, waarbij aan J. Brand alhier, tot wederopzegging werd toegestaan op een anderen dan voor de markt bestemden tijd kramen op te zetten of te hebben op de markten: Westerstraat, Noordermarkt, Lindengracht en Mosplein;
Gelet op de adviezen van den Directeur van den Dienst van het Marktwezen d.d. 24 December 1940, No. 85/64/3 M en van 16 Januari 1941, No. 85/2/2 M;
Overwegende, dat J. Brand voornoemd ondanks herhaalde waarschuwingen en aanmaningen nalatig is gebleken het verschuldigde kramengeld op den daarvoor bestemden tijd te voldoen;
Hebben goedgevonden de toestemming tot het zetten of hebben van kramen op een anderen dan voor de markt bestemden tijd op de markten Westerstraat, Noordermarkt en Lindengracht, hierbij in te trekken.
vM
Amsterdam, 22 Januari 1941.
Burgemeester en Wethouders voornoemd,
get. DE VLUGT.
de Secretaris,
(get.) J. F. FRANKEN
l.s. Dit document betreft de intrekking van een specifieke vergunning van een marktkoopman genaamd J. Brand.
* De kern: De heer Brand had sinds 1938 de gunst om zijn kramen op te zetten buiten de reguliere markttijden op vier Amsterdamse locaties (Westerstraat, Noordermarkt, Lindengracht en Mosplein).
* De aanleiding: De vergunninghouder heeft structureel verzuimd het verschuldigde 'kramengeld' (staangeld) te betalen, ondanks eerdere waarschuwingen van de Dienst van het Marktwezen.
* Het besluit: Het college besluit de extra faciliteit in te trekken voor drie van de vier locaties (de Westerstraat, Noordermarkt en Lindengracht worden expliciet genoemd in het besluit onderaan).
* Opvallend: De handgeschreven krabbels rechtsboven duiden op de interne circulatie binnen de gemeentelijke diensten (Marktwezen, Directeur, Inspectie). Het document dateert van januari 1941, een cruciaal jaar in de geschiedenis van Amsterdam tijdens de Duitse bezetting.
1. Bestuurlijke overgang: Willem de Vlugt, die hier als burgemeester wordt vermeld (getekend met 'get.' wat duidt op een kopie van het origineel), zou slechts enkele maanden later (maart 1941) door de bezetter worden ontslagen en vervangen door de NSB-burgemeester Edward Voûte, naar aanleiding van de Februaristaking.
2. Bureaucratie in oorlogstijd: Het document laat zien dat de reguliere gemeentelijke administratie en handhaving van marktverordeningen gewoon doorliepen tijdens de eerste jaren van de bezetting.
3. Economische druk: De nalatigheid van de heer Brand wat betreft de betaling van kramengeld kan een teken zijn van de verslechterende economische omstandigheden of de specifieke beperkingen die in deze periode aan bepaalde groepen burgers werden opgelegd, hoewel de tekst hier geen expliciete etnische of politieke redenen voor geeft. De markten in de Jordaan (Westerstraat, Lindengracht) waren vitale knooppunten in de voedselvoorziening van de stad. Brand had (De heer) J. Brand J.F. Franken M. Dir Marktwezen NSB