Archiefdocument
Origineel
[Handgeschreven in potlood, linksboven:] Verzonden 26/6
[Handgeschreven in potlood, rechtsboven:] [onleesbaar, mogelijk 'In Duijnhoven'] t.k.
VB/HB.
de Stichting " Winterhulp Nederland",
Rokin 109 - 111 ,
Amsterdam-Centrum.
Wijk 3.
8A/39/1M.
[Handgeschreven in blauwe inkt:] bpd
25 Juni 1942.
Naar aanleiding van de circulaire van den Burgemeester
d.d. 19 Mei j.l., doe ik U onderstaand een opgave toekomen van per-
soneel van mijn dienst, dat bereid is een half procent van het sa-
laris af te staan.
De Directeur,
J.J.Sieburgh, Stadionweg 179 III, Amsterdam- Zuid.
J.Stam, Lodewijk Tripstraat 24, Amsterdam-West.
H.Steenbeek, Pieter Lastmankade 37 II, Amsterdam-Zuid.
K.Marinus, Sportstraat 8 II, Amsterdam-Zuid. De brief is een officiële mededeling van een ongenoemde 'Directeur' aan de Stichting Winterhulp Nederland (WHN). De aanleiding is een circulaire van de burgemeester van Amsterdam van 19 mei 1942. In de brief worden vier personeelsleden bij naam en adres genoemd die bereid zijn om 0,5% van hun salaris te doneren aan de stichting.
De namen op de lijst zijn:
* J.J. Sieburgh
* J. Stam
* H. Steenbeek
* K. Marinus
De aantekening 'Verzonden 26/6' geeft aan dat de brief een dag na de datering is verstuurd. Het kenmerk '8A/39/1M' en de afkorting 'VB/HB' wijzen op een administratieve ordening binnen de verzendende instantie. Winterhulp Nederland (WHN) was een nationaalsocialistische hulporganisatie die in oktober 1940 door de Duitse bezetters in Nederland werd opgericht. Hoewel gepresenteerd als een algemene liefdadigheidsinstelling voor behoeftige Nederlanders, was het hoofddoel het bevorderen van de nationaalsocialistische ideologie en het vervangen van bestaande (vaak religieuze of particuliere) liefdadigheidsinstellingen.
Deelname aan of donaties aan Winterhulp werden door de bezetter en collaborateurs sterk aangemoedigd, soms onder zachte of harde dwang. Ambtenaren en werknemers in openbare diensten stonden vaak onder druk om een deel van hun loon af te staan. Veel Nederlanders wantrouwden de organisatie echter, omdat men vreesde dat het geld naar de Duitse oorlogsmachine of de NSB zou gaan. Deze brief illustreert hoe de administratieve processen rondom deze 'vrijwillige' bijdragen waren ingericht. De vermelding van de burgemeester van Amsterdam (destijds de pro-Duitse Edward Voûte) onderstreept de officiële druk die op het personeel werd uitgeoefend om bij te dragen. H. Steenbeek J. Stam J.J. Sieburgh K. Marinus NSB Winterhulp
Samenvatting
De brief is een officiële mededeling van een ongenoemde 'Directeur' aan de Stichting Winterhulp Nederland (WHN). De aanleiding is een circulaire van de burgemeester van Amsterdam van 19 mei 1942. In de brief worden vier personeelsleden bij naam en adres genoemd die bereid zijn om 0,5% van hun salaris te doneren aan de stichting.
De namen op de lijst zijn:
* J.J. Sieburgh
* J. Stam
* H. Steenbeek
* K. Marinus
De aantekening 'Verzonden 26/6' geeft aan dat de brief een dag na de datering is verstuurd. Het kenmerk '8A/39/1M' en de afkorting 'VB/HB' wijzen op een administratieve ordening binnen de verzendende instantie.
Historische Context
Winterhulp Nederland (WHN) was een nationaalsocialistische hulporganisatie die in oktober 1940 door de Duitse bezetters in Nederland werd opgericht. Hoewel gepresenteerd als een algemene liefdadigheidsinstelling voor behoeftige Nederlanders, was het hoofddoel het bevorderen van de nationaalsocialistische ideologie en het vervangen van bestaande (vaak religieuze of particuliere) liefdadigheidsinstellingen.
Deelname aan of donaties aan Winterhulp werden door de bezetter en collaborateurs sterk aangemoedigd, soms onder zachte of harde dwang. Ambtenaren en werknemers in openbare diensten stonden vaak onder druk om een deel van hun loon af te staan. Veel Nederlanders wantrouwden de organisatie echter, omdat men vreesde dat het geld naar de Duitse oorlogsmachine of de NSB zou gaan. Deze brief illustreert hoe de administratieve processen rondom deze 'vrijwillige' bijdragen waren ingericht. De vermelding van de burgemeester van Amsterdam (destijds de pro-Duitse Edward Voûte) onderstreept de officiële druk die op het personeel werd uitgeoefend om bij te dragen.