Getypte brief (doorslag) met handgeschreven kanttekeningen.
Origineel
Getypte brief (doorslag) met handgeschreven kanttekeningen. 17 november 1942. Directeur van het bedrijf der Centrale Markt (vermoedelijk Amsterdam). Den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen, Alhier. [Handgeschreven bovenaan: A. Muller]
[Handgeschreven linksboven: Verzonden 17/11]
M/HB.
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .
10/25/4 M. 1. 17 November 1942.
Verkorte balans per
ultimo September 1942
van het bedrijf der
Centrale Markt.
Gevolg gevende aan de opdracht, vervat in de circulaire van Uw Ambtgenoot voor de Financiën d.d. 20 Juli 1939 (No. 910/203 Fin. 1939) heb ik de eer U in bijlage dezes een verkorte balans per ultiomo [sic] September 1942 van het bedrijf van de Centrale Markt te doen toekomen.
Ten aanzien van het te verwachten eindresultaat voor 1942 van dit bedrijf, meen ik als mijn verwachting te mogen uitspreken, dat het verliessaldo, dat op ƒ 204.450,- werd geraamd, met rond ƒ 35.000,- zal worden overschreden, als gevolg van verhooging van salarissen en loonen, aanstellen van nieuw personeel, extra kosten als gevolg van de langdurige vorstperiode, extra bewakingskosten en verhooging van de rente van het kapitaal-voorschot.
Met de financiering van de bouwkosten der aardappelhutten is hierbij geen rekening gehouden.
De Directeur * Financiële status: Het document schetst een somber financieel beeld van de Centrale Markt. Er wordt een tekort (verliessaldo) verwacht dat aanzienlijk hoger uitvalt dan begroot: ruim 239.000 gulden in totaal.
* Oorzaken tekort: De directeur noemt verschillende redenen voor de budgetoverschrijding:
* Inflatie/loonstijgingen en nieuw personeel.
* Weersomstandigheden (de beruchte strenge winter van 1941-1942 had grote impact).
* Veiligheid (extra bewakingskosten, wat in oorlogstijd cruciaal was bij voedseldistributie).
* Infrastructuur: Er wordt melding gemaakt van "aardappelhutten". Dit duidt op noodvoorzieningen of extra opslagcapaciteit voor de voedselvoorziening van de stad.
* Taalgebruik: Het document hanteert de formele ambtelijke stijl van die tijd ("heb ik de eer U... te doen toekomen"). Dit document stamt uit november 1942, midden in de Duitse bezetting van Nederland. De voedselvoorziening was in deze periode een kritieke taak van het gemeentebestuur (waarschijnlijk Amsterdam, gezien de term 'Centrale Markt' en de structuur van het wethouderschap).
De "Wethouder voor de Levensmiddelen" was verantwoordelijk voor het draaiende houden van de voedselstroom naar de burgerbevolking onder toezicht van de bezetter. De genoemde extra "bewakingskosten" hangen samen met de schaarste en de noodzaak om voorraden te beschermen tegen diefstal of de zwarte markt. De "langdurige vorstperiode" verwijst naar de extreem strenge winter van 1941/1942, die niet alleen voor logistieke problemen zorgde, maar ook voor schade aan opgeslagen voorraden (zoals bevroren aardappelen), wat de noodzaak voor de genoemde "aardappelhutten" verklaart. A. Muller