Briefkaart (Nederlandse PTT briefkaart).
Origineel
Briefkaart (Nederlandse PTT briefkaart). Poststempel: 29 januari 1942; Handgeschreven notitie: 30/1. L. Bodnar, Mauritskade 4 III, Amsterdam C. (De straatnaam lijkt Mauritsstr. te zijn, wat staat voor Mauritsstraat of Mauritskade). Mej. Mark-Reezen, Jan van Galenstraat 14, Amsterdam ("Alhier"). Bovenzijde (stempels en notities):
Nº 18/3/31 M. 1942
30/1
OOK STRAATNAAM EN HUISNUMMER IN HET ADRES adresseer volledig
Poststempel: AMSTERDAM C.S. 29 I 17 1942
Postzegelopdruk: NEDERLAND (vliegende duif motief)
Rechterzijde (geadresseerde):
Aan
Mej Mark-Reezen
Jan v. Galenstr. 14
Alhier
Linkerzijde (afzender):
AFZ.
L. Bodnar
Mauritsstr. 4 III
Amsterdam C. De briefkaart is een voorbeeld van correspondentie binnen Amsterdam tijdens de Duitse bezetting in de Tweede Wereldoorlog. De grote paarse stempel linksboven ("M. 1942") en het nummering-systeem duiden op een administratieve verwerking door een instantie. Vaak werden dergelijke kaarten gecatalogiseerd door de Joodse Raad of andere gemeentelijke instanties die betrokken waren bij de registratie of hulpverlening aan de Joodse bevolking.
De afkorting "Alhier" onder de straatnaam van de ontvanger geeft aan dat de kaart binnen dezelfde stad (Amsterdam) is verzonden als waar de afzender woonde. De aanduiding "4 III" bij de afzender betekent de derde etage van het betreffende pand. Januari 1942 markeert een grimmige periode in de bezettingstijd, waarin de maatregelen tegen de Joodse bevolking in Nederland steeds strenger werden. De naam "Bodnar" komt voor in de archieven van de Holocaust (o.a. Joods Monument), wat suggereert dat deze kaart mogelijk deel uitmaakt van een collectie familiecorrespondentie of administratieve documenten gerelateerd aan de vervolging. De adressering aan "Mej. Mark-Reezen" (een mejuffrouw) duidt op een persoonlijke relatie tussen afzender en ontvanger. De kaart dient als een tastbaar bewijs van het dagelijks leven en de communicatie in een zwaar bewaakte en gereguleerde stad. L. Bodnar
Samenvatting
De briefkaart is een voorbeeld van correspondentie binnen Amsterdam tijdens de Duitse bezetting in de Tweede Wereldoorlog. De grote paarse stempel linksboven ("M. 1942") en het nummering-systeem duiden op een administratieve verwerking door een instantie. Vaak werden dergelijke kaarten gecatalogiseerd door de Joodse Raad of andere gemeentelijke instanties die betrokken waren bij de registratie of hulpverlening aan de Joodse bevolking.
De afkorting "Alhier" onder de straatnaam van de ontvanger geeft aan dat de kaart binnen dezelfde stad (Amsterdam) is verzonden als waar de afzender woonde. De aanduiding "4 III" bij de afzender betekent de derde etage van het betreffende pand.
Historische Context
Januari 1942 markeert een grimmige periode in de bezettingstijd, waarin de maatregelen tegen de Joodse bevolking in Nederland steeds strenger werden. De naam "Bodnar" komt voor in de archieven van de Holocaust (o.a. Joods Monument), wat suggereert dat deze kaart mogelijk deel uitmaakt van een collectie familiecorrespondentie of administratieve documenten gerelateerd aan de vervolging. De adressering aan "Mej. Mark-Reezen" (een mejuffrouw) duidt op een persoonlijke relatie tussen afzender en ontvanger. De kaart dient als een tastbaar bewijs van het dagelijks leven en de communicatie in een zwaar bewaakte en gereguleerde stad.