Archief 745
Inventaris 745-372
Pagina 451
Dossier 103
Jaar 1942
Stadsarchief

Officiële brief/correspondentie op gedrukt briefpapier.

20 Maart 1942 (betreft schrijven van 17 Maart 1942). Dossier: 18/3/59, 18/3/65

Origineel

Officiële brief/correspondentie op gedrukt briefpapier. 20 Maart 1942 (betreft schrijven van 17 Maart 1942). GEWESTELIJK ARBEIDSBUREAU
Passeerdersgracht 30-32, Amsterdam.
~~BIJKANTOOR~~ B/S
NR. 1059 AFD. VII

BERICHT OP SCHRIJVEN VAN: 17 Maart 1942.
MEN GELIEVE BIJ HET ANTWOORD NAUWKEURIG HET ONDERWERP, DE DAGTEEKENING, HET NR. EN DE AFD. VAN DIT SCHRIJVEN TE VERMELDEN.

BETREFFENDE: inhouding ventvergunningen.
BIJLAGE(N): -

Amsterdam, 20 Maart 1942.
[handgeschreven: m.v.i.]

Naar aanleiding van Uw schrijven, No. 18/3/59 M. van 17 Maart jl. deel ik U mede, dat alle in de bijlage genoemde personen, behalve Mej. J. Betel-Degen, zijn opgeroepen voor tewerkstelling in een werkkamp voor Joden in Drenthe. Het ligt echter niet op mijn weg om de door U verleende ventvergunningen van betrokkenen te doen inhouden.

coll.: [handgeschreven paraaf]

De Directeur van het Gewestelijk Arbeidsbureau Amsterdam,
[handtekening: Versteeg(?)]

[Paarse stempel:]
Nº 18/3/65 M. 1942 30/3

AAN den Heer Directeur van het Marktwezen Amsterdam, J.van Galenstr. 14, AMSTERDAM-WEST.

MODEL XA
(A) 28215 - '41 - K 983 * Inhoud: De brief is een antwoord van de directeur van het Gewestelijk Arbeidsbureau (GAB) aan het Amsterdamse Marktwezen. Het Marktwezen had blijkbaar gevraagd of de ventvergunningen van een lijst personen (waarschijnlijk Joodse Amsterdammers) ingetrokken moesten worden. De directeur meldt dat deze personen — op één na, Mej. J. Betel-Degen — zijn opgeroepen voor de Joodse werkkampen in Drenthe. Opmerkelijk is de bureaucratische afhoudendheid aan het eind: de directeur stelt dat het niet zijn bevoegdheid is om de vergunningen daadwerkelijk in te houden; die beslissing legt hij terug bij het Marktwezen.
* Toon: De toon is strikt zakelijk en administratief. Het lot van de betrokkenen (tewerkstelling in werkkampen) wordt gepresenteerd als een voldongen administratief feit.
* Terminologie: "Ventvergunningen" verwijst naar de toestemming om op straat handel te drijven. De term "tewerkstelling in een werkkamp voor Joden" is een directe verwijzing naar de gedwongen arbeid die in deze periode werd opgelegd.
* Visuele details: De doorgehaalde term "BIJKANTOOR" en de toevoeging "B/S" wijzen op een specifieke afdeling binnen het GAB. De handgeschreven annotatie "m.v.i." (mogelijk 'met verzoek inlichtingen' of 'met vorig ingesloten') en de paarse stempel onderaan tonen de weg die het document door de gemeentelijke bureaucratie heeft afgelegd. Dit document stamt uit maart 1942, een cruciale fase in de Jodenvervolging in Nederland tijdens de Duitse bezetting.

  1. Economische uitsluiting: Sinds 1941 werden Joodse burgers stelselmatig uit het economische leven geweerd. Het intrekken van ventvergunningen was een effectieve methode om Joodse marktkooplieden en straathandelaars hun bron van inkomsten te ontnemen. Het Marktwezen speelde hierbij een actieve rol als uitvoeringsorgaan.
  2. Joodse werkkampen in Drenthe: In januari 1942 begon de grootschalige tewerkstelling van Joodse mannen in kampen in Noord-Nederland (zoals de kampen rond Westerbork, maar ook kampen als Vledder en Conrad). De mannen moesten daar vaak nutteloze of zware arbeid verrichten (ontginning). In deze fase werden de kampen nog door de Nederlandse overheid beheerd onder Duits toezicht. Pas vanaf juli 1942 begonnen de grootschalige deportaties naar de vernietigingskampen in het Oosten, waarbij de werkkampen vaak als doorgangsstations dienden.
  3. De rol van het GAB: Het Gewestelijk Arbeidsbureau was tijdens de bezetting een instrument geworden voor de inzet van arbeidskrachten ten behoeve van de bezetter, inclusief de selectie van Joodse mannen voor de werkkampen.
  4. Betrokkenen: De uitzondering voor Mej. J. Betel-Degen is opmerkelijk. Vaak werden vrouwen in deze vroege fase nog niet op dezelfde wijze opgeroepen voor de werkkampen als mannen, of waren er specifieke redenen voor uitstel of vrijstelling. Dit document vormt een tastbaar bewijs van hoe verschillende overheidsdiensten (Arbeidsbureau en Marktwezen) samenwerkten aan de registratie en uitsluiting van de Joodse bevolking. J. Betel J. van Galenstraat Marktwezen

Samenvatting

  • Inhoud: De brief is een antwoord van de directeur van het Gewestelijk Arbeidsbureau (GAB) aan het Amsterdamse Marktwezen. Het Marktwezen had blijkbaar gevraagd of de ventvergunningen van een lijst personen (waarschijnlijk Joodse Amsterdammers) ingetrokken moesten worden. De directeur meldt dat deze personen — op één na, Mej. J. Betel-Degen — zijn opgeroepen voor de Joodse werkkampen in Drenthe. Opmerkelijk is de bureaucratische afhoudendheid aan het eind: de directeur stelt dat het niet zijn bevoegdheid is om de vergunningen daadwerkelijk in te houden; die beslissing legt hij terug bij het Marktwezen.
  • Toon: De toon is strikt zakelijk en administratief. Het lot van de betrokkenen (tewerkstelling in werkkampen) wordt gepresenteerd als een voldongen administratief feit.
  • Terminologie: "Ventvergunningen" verwijst naar de toestemming om op straat handel te drijven. De term "tewerkstelling in een werkkamp voor Joden" is een directe verwijzing naar de gedwongen arbeid die in deze periode werd opgelegd.
  • Visuele details: De doorgehaalde term "BIJKANTOOR" en de toevoeging "B/S" wijzen op een specifieke afdeling binnen het GAB. De handgeschreven annotatie "m.v.i." (mogelijk 'met verzoek inlichtingen' of 'met vorig ingesloten') en de paarse stempel onderaan tonen de weg die het document door de gemeentelijke bureaucratie heeft afgelegd.

Historische Context

Dit document stamt uit maart 1942, een cruciale fase in de Jodenvervolging in Nederland tijdens de Duitse bezetting.

  1. Economische uitsluiting: Sinds 1941 werden Joodse burgers stelselmatig uit het economische leven geweerd. Het intrekken van ventvergunningen was een effectieve methode om Joodse marktkooplieden en straathandelaars hun bron van inkomsten te ontnemen. Het Marktwezen speelde hierbij een actieve rol als uitvoeringsorgaan.
  2. Joodse werkkampen in Drenthe: In januari 1942 begon de grootschalige tewerkstelling van Joodse mannen in kampen in Noord-Nederland (zoals de kampen rond Westerbork, maar ook kampen als Vledder en Conrad). De mannen moesten daar vaak nutteloze of zware arbeid verrichten (ontginning). In deze fase werden de kampen nog door de Nederlandse overheid beheerd onder Duits toezicht. Pas vanaf juli 1942 begonnen de grootschalige deportaties naar de vernietigingskampen in het Oosten, waarbij de werkkampen vaak als doorgangsstations dienden.
  3. De rol van het GAB: Het Gewestelijk Arbeidsbureau was tijdens de bezetting een instrument geworden voor de inzet van arbeidskrachten ten behoeve van de bezetter, inclusief de selectie van Joodse mannen voor de werkkampen.
  4. Betrokkenen: De uitzondering voor Mej. J. Betel-Degen is opmerkelijk. Vaak werden vrouwen in deze vroege fase nog niet op dezelfde wijze opgeroepen voor de werkkampen als mannen, of waren er specifieke redenen voor uitstel of vrijstelling. Dit document vormt een tastbaar bewijs van hoe verschillende overheidsdiensten (Arbeidsbureau en Marktwezen) samenwerkten aan de registratie en uitsluiting van de Joodse bevolking.

Genoemde Personen 2

Producten

Kruidenier (Droog): Rijst Vis & Zee: Aal Vis & Zee: Vis

Thema's

Jodenster/Maatregelen Kamp Westerbork Razzia & Arrestatie

Organisaties

Marktwezen

Kooplieden in dit dossier 100

I. Aap Zwanenburgwal Nwe Prinsengrt. t/o No. 69
E. Abrahams Waterlooplein den vleugel v/d brug over de Singelgrt. voor het Weesperplein.
A.V. de Jong Waterlooplein 6.12.'89
A. Hes Waterlooplein belasting heffing.
G. Degens Waterlooplein waarschijnlijk overleden
A. Judels Waterlooplein 29. 4.'09
A. Mok Waterlooplein belasting heffing
A. Mok Belastingheffing
A. Mol } belastingheffing
L. Allegro Waterlooplein bij het Gem. Zwembad "Het Nieuwe Diep".
A.M. Groenewoudt Waterlooplein 21. 4.'[9]3
M. Aronson meerdere Tilanusstr. voor No. 57
A. Schootranger
A. Smeragk
A. Tas Waterlooplein "
A. Vischschoonmaker Waterlooplein "
V. Smeerdijk Waterlooplein
S. Bacharach Waterlooplein Rembrandtspl. t/o No. 4-6.
B. Brijnisma
M.S. Adviseerde Waterlooplein Mosplein t/o No. 28
I. Beesemer Waterlooplein Weesperzijde bij den toegangsweg naar het tuindorp Watergraafsmeer.
S. Beesemer Waterlooplein A. Nieuwmarkt t/o No. 5<br>B. Nieuwmarkt t/o No. 1.
P. v. d. Berg Waterlooplein J.D. Meijerplein t/o No. 20
Ph. van de Berg (aanvrager) Waterlooplein 's-Gravesandeplein
M. Beugeltas meerdere Nw. Keizersgrt. t/o Z.W. vleugel v/d brug voor Weesperstr. t/o perc. N. Keizersgrt. 74
Sara Biet - Schelvis Waterlooplein J. Evertsenstr. t/o No. 72
Alle 100 kooplieden →

Gerelateerde Documenten 1