Archiefdocument
Origineel
Oktober 1942 (gebaseerd op tekst en stempel). Anoniem ("buurtgenoten"). Aan Den Heer Wethouder J. L. Itrak (mogelijk ook te lezen als J. L. Strak). № 888 L.M. 1942 9/10
Amsterdam
Aan Den Heer
Wethouder J. L. Itrak
WelEddele Heer
gelezen het ingezonde Stuk in het avondblad 2 October
wil de Schrijver van deze brief U eenige mededeeling doen
die U waarschijnlijk niet bekend zullen zijn en wel over
de Groente verkoop op de Lindengracht en pakhuizen
waar groente wordt verkocht rondom in deze buurt.
ook de Groente huizen is het ons buurtgenoten on-
begrijpelijk de wantoestanden en onrechtheden die
die daar gebeuren onmogelijk de menschen moeten
maar betalen hooge prijzen want de Heeren Kooplieden
zegge maar dat zij hun vrachtje Clandestien gekocht
hebben je kan andijvie koopen maar komen niet om
boone of Kool roode zien wij heele maal niet
Uien worden in de groente huizen verkocht voor
35 en 40 cent een pond onbegrijpelijk is het dat
alles zoo maar zijn gang gaat daarbij staat er
S' morgens vroeg al een koopman vooraan op de
lindengracht bij de Tichelstraat die Elken morgen
Zaterdag Ochend twee paarden vrachte groente
verkoop die buiten de markt om gekocht is en
rechtstreeks van Aalsmeer komt. is het niet nodig
dat daar spoedig een einde aan zult komen en vooral
nu wij de winter te gemoet gaan want het wordt De brief is een dringende klacht van een bewoner van de Amsterdamse Jordaan aan het adres van de wethouder. De kern van de klacht betreft de illegale handel en prijsopdrijving van groenten op en rond de Lindengracht.
De schrijver wijst op drie specifieke misstanden:
1. Prijsopdrijving: Uien worden verkocht voor 35 tot 40 cent per pond, wat voor die tijd extreem hoog was.
2. Clandestiene inkoop: Handelaren beweren hun goederen "clandestien" te hebben ingekocht om de hoge prijzen te rechtvaardigen.
3. Ontwijken van de markt: Er wordt een specifieke handelaar genoemd bij de Tichelstraat die direct uit Aalsmeer aangevoerde groenten buiten de officiële markt om verkoopt.
De toon is gefrustreerd en bezorgd, met een directe verwijzing naar de naderende winter en de onmogelijkheid voor gewone mensen om deze prijzen te betalen. Dit document dateert uit oktober 1942, midden in de Duitse bezetting van Nederland. Tijdens deze periode was er sprake van toenemende schaarste aan voedsel en brandstof. De overheid probeerde via een distributiesysteem en prijsbeheersing de voedselvoorziening eerlijk te laten verlopen, maar dit leidde tot een bloeiende zwarte markt ("clandestiene handel").
De Lindengracht was (en is) een bekende marktlocatie in de Jordaan. De brief illustreert de sociale spanningen in de stad: buurtbewoners die het rechtvaardigheidsgevoel verliezen wanneer zij zien dat handelaren zich verrijken ten koste van de hongerende bevolking. Dergelijke brieven aan het stadsbestuur waren in die tijd een veelgebruikte manier voor burgers om "wantoestanden" aan de kaak te stellen, vaak uit wanhoop over de eigen leefomstandigheden. L. Itrak L. Strak