Archief 745
Inventaris 745-375
Pagina 155
Dossier 29
Jaar 1942
Stadsarchief

Getypte brief met handgeschreven toevoegingen en stempels.

10 maart 1942. Van: J.M. van Minnen, namens de "Zending onder de Chinezen in Nederland". Aan: De Heer Directeur van het Marktwezen te Amsterdam. Dossier: 30/16/1

Origineel

Getypte brief met handgeschreven toevoegingen en stempels. 10 maart 1942. J.M. van Minnen, namens de "Zending onder de Chinezen in Nederland". De Heer Directeur van het Marktwezen te Amsterdam. [Stempel linksboven in paars]: Nº 30/16/1 M. 1942 11/3
[Rechtsboven]: Amsterdam, 10 Maart 1942.

Zending onder de Chinezen
in Nederland.

Aan den Heer Directeur van het Marktwezen
te Amsterdam.

[Handgeschreven aantekening in potlood/pen]: m. Insp.

Weledele Heer,

Zoudt U zo goed willen zijn een verklaring af te geven, waarin vermeld staat dat de Chinezen Sien Nien Hsu, Chow Lin B en Hui Lan Chan in 1938 als marktkoopman op het Waterlooplein stonden.

U bij voorbaat beleefd dankend voor de moeite, verblijf ik
Hoogachtend

[Handgeschreven handtekening]: J. M. van Minnen.

J.M. van Minnen.
Geldersche Kade 9
Amsterdam.

[Handgeschreven toevoeging rechtsonder]:
ook voor
Chen Shen
Ching
geb. 21/6 1911 * Doel van de brief: De afzender verzoekt om een officiële bevestiging van de Dienst van het Marktwezen dat drie (later gecorrigeerd naar vier) Chinese mannen in 1938 als marktkooplieden actief waren op het Waterlooplein.
* Administratieve sporen: Het document bevat een paars archiefstempel en een handgeschreven notitie "m. Insp." (vermoedelijk "mededeling Inspecteur"), wat duidt op de interne afhandeling binnen de gemeentelijke bureaucratie.
* Toevoeging: Na het typen van de brief is er handgeschreven een vierde persoon toegevoegd aan het verzoek: Chen Shen Ching, inclusief geboortedatum.
* Geografie: De Gelderskade (waar de afzender gevestigd was) en het Waterlooplein (de marktlocatie) liggen beide in het historische centrum van Amsterdam, in of nabij de toenmalige Chinese buurt en de Jodenbuurt. * Tijdsgeest: De brief dateert van maart 1942, tijdens de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode werden administratieve bewijzen van werk of verblijf cruciaal voor burgers om aanspraak te kunnen maken op vergunningen, distributiekaarten of om tewerkstelling te voorkomen.
* De Chinese gemeenschap: Veel Chinezen in Amsterdam waren voormalige zeelieden die in de jaren '30 door de economische crisis aan de wal waren komen te staan. Velen van hen probeerden te overleven in de straathandel (bijvoorbeeld met de verkoop van pindakoekjes of pinda's) of op markten zoals het Waterlooplein.
* Zending onder de Chinezen: Dit was een christelijke organisatie die zich richtte op de sociale en geestelijke opvang van de Chinese minderheid in Nederland. J.M. van Minnen was een sleutelfiguur binnen deze zending. De organisatie hielp Chinezen vaak met juridische en administratieve hulpvragen bij de Nederlandse overheid.
* Het Waterlooplein: In 1938 was het Waterlooplein nog een bloeiende markt, maar ten tijde van deze brief (1942) was de markt door de anti-Joodse maatregelen van de bezetter al zwaar getroffen en getransformeerd. Het feit dat er specifiek om een verklaring over 1938 wordt gevraagd, suggereert dat men de legale status van deze personen vóór de oorlog wilde aantonen. J.M. van Minnen M. van Minnen Marktwezen

Samenvatting

  • Doel van de brief: De afzender verzoekt om een officiële bevestiging van de Dienst van het Marktwezen dat drie (later gecorrigeerd naar vier) Chinese mannen in 1938 als marktkooplieden actief waren op het Waterlooplein.
  • Administratieve sporen: Het document bevat een paars archiefstempel en een handgeschreven notitie "m. Insp." (vermoedelijk "mededeling Inspecteur"), wat duidt op de interne afhandeling binnen de gemeentelijke bureaucratie.
  • Toevoeging: Na het typen van de brief is er handgeschreven een vierde persoon toegevoegd aan het verzoek: Chen Shen Ching, inclusief geboortedatum.
  • Geografie: De Gelderskade (waar de afzender gevestigd was) en het Waterlooplein (de marktlocatie) liggen beide in het historische centrum van Amsterdam, in of nabij de toenmalige Chinese buurt en de Jodenbuurt.

Historische Context

  • Tijdsgeest: De brief dateert van maart 1942, tijdens de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode werden administratieve bewijzen van werk of verblijf cruciaal voor burgers om aanspraak te kunnen maken op vergunningen, distributiekaarten of om tewerkstelling te voorkomen.
  • De Chinese gemeenschap: Veel Chinezen in Amsterdam waren voormalige zeelieden die in de jaren '30 door de economische crisis aan de wal waren komen te staan. Velen van hen probeerden te overleven in de straathandel (bijvoorbeeld met de verkoop van pindakoekjes of pinda's) of op markten zoals het Waterlooplein.
  • Zending onder de Chinezen: Dit was een christelijke organisatie die zich richtte op de sociale en geestelijke opvang van de Chinese minderheid in Nederland. J.M. van Minnen was een sleutelfiguur binnen deze zending. De organisatie hielp Chinezen vaak met juridische en administratieve hulpvragen bij de Nederlandse overheid.
  • Het Waterlooplein: In 1938 was het Waterlooplein nog een bloeiende markt, maar ten tijde van deze brief (1942) was de markt door de anti-Joodse maatregelen van de bezetter al zwaar getroffen en getransformeerd. Het feit dat er specifiek om een verklaring over 1938 wordt gevraagd, suggereert dat men de legale status van deze personen vóór de oorlog wilde aantonen.

Genoemde Personen 2

Locaties

Waterlooplein

Producten

Olie & Techniek: Lood Olie & Techniek: Olie Vis & Zee: Aal Vis & Zee: Vis Vleeswaren: Vlees Vleeswaren: Wild

Thema's

Jodenster/Maatregelen

Organisaties

Marktwezen

Kooplieden in dit dossier 14

Gerelateerde Documenten 6