Archief 745
Inventaris 745-375
Pagina 196
Dossier 29
Jaar 1942
Stadsarchief

Kaart uit een administratief register (waarschijnlijk van de Dienst Marktwezen Amsterdam).

30 april 1942 – 27 mei 1942. Dossier: 14, 30, 30/26/1

Origineel

Kaart uit een administratief register (waarschijnlijk van de Dienst Marktwezen Amsterdam). 30 april 1942 – 27 mei 1942. [Linksboven in kader]
BIJBLAD VAN:
M. No. 30 / 26 / 1 1942
DOORGEZONDEN: 4/5 - '42

[Rechtsboven]
394
Oproepen
18-5-42
de Waal

[Hoofdtekst boven]
B. Goldberg-Vischschraper
pl 79 Waterlooplein.
30/4 '42 gewaarschuwd nu geregeld
van plaats gebruik te maken.

[Midden links, in rode inkt]
30/26/1 4/6/42 186
Waterlooplein
n.a. Uw herhaaldelijk schrijven
bericht ik U, dat aan Uw
verzoek niet kan worden voldaan.

[Midden rechts]
Ar. Renz [?]
8-5-42
de Waal
p 26 9/5

[Hoofdtekst midden]
15-5-42
Den Heer
Inspecteur

Daar Mej. Goldberg-Vischraper pl: n: 79
uitstel van plaats bezetten voor den geheelen zomer vraagt, behoort
zij m:i: niet tot die bona fide kooplieden waarmede
rekening gehouden moet worden. Ook komt de vraag naar
voren waar onderhouden zij hun gezin dan van. Hierbij
zou ik U in overweging willen geven, het verzoek niet toe
te staan -
J. Renz

[Onderzijde, in rode inkt]
Het verzoek van Mej. Goldberg-Vischschraper
dient m.i. te worden afgewezen – 27-5-'42
(zie rapport chef marktwezen) de Waal Dit document betreft de administratieve afhandeling van een verzoek van een marktkoopvrouw, B. Goldberg-Vischschraper, die een standplaats (nummer 79) had op het Amsterdamse Waterlooplein.

De kern van de zaak is dat zij toestemming vroeg om haar kraam gedurende de gehele zomer van 1942 niet te hoeven bezetten ("uitstel van plaats bezetten"). De reactie van de ambtenaren (J. Renz en De Waal) is bijzonder hard en wantrouwend. Renz stelt dat zij door dit verzoek niet tot de "bona fide" (ter goeder trouw zijnde) kooplieden behoort en stelt de suggestieve vraag waar zij dan van leeft als zij niet op de markt staat.

Het document eindigt met een definitieve afwijzing op 27 mei 1942, waarbij verwezen wordt naar een rapport van de 'chef marktwezen'. De rode aantekeningen links lijken de concepttekst voor de formele brief naar de betrokkene. De datum van dit document – mei 1942 – is cruciaal voor de historische duiding. Nederland was bezet door nazi-Duitsland en de Jodenvervolging was in een gevorderd stadium. Het Waterlooplein lag in het hart van de Joodse buurt van Amsterdam.

In 1941 hadden de bezetters bepaald dat Joodse marktkooplieden alleen nog op speciaal aangewezen "Joodse markten" mochten staan. Het Waterlooplein werd een dergelijke markt. De toon van de ambtenaren in dit document weerspiegelt de bureaucratische uitsluiting en de vijandige houding tegenover Joodse burgers. In mei 1942, de maand van dit schrijven, werd ook de Jodenster ingevoerd.

De namen Goldberg en Vischschraper zijn typisch Joods-Amsterdamse namen. Het wantrouwen van de inspecteur ("waar onderhouden zij hun gezin dan van") moet gezien worden in het licht van de voortdurende pogingen van de bezetter en collaborerende instanties om Joodse burgers te criminaliseren of hun bestaansmiddelen te ontnemen. De weigering om haar de zomer vrij te geven, dwong haar in feite om op de markt te blijven verschijnen, waar zij makkelijk gecontroleerd of opgepakt kon worden. B. Goldberg Daar Mej (Inspecteur) J. Renz M. No Marktwezen

Samenvatting

Dit document betreft de administratieve afhandeling van een verzoek van een marktkoopvrouw, B. Goldberg-Vischschraper, die een standplaats (nummer 79) had op het Amsterdamse Waterlooplein.

De kern van de zaak is dat zij toestemming vroeg om haar kraam gedurende de gehele zomer van 1942 niet te hoeven bezetten ("uitstel van plaats bezetten"). De reactie van de ambtenaren (J. Renz en De Waal) is bijzonder hard en wantrouwend. Renz stelt dat zij door dit verzoek niet tot de "bona fide" (ter goeder trouw zijnde) kooplieden behoort en stelt de suggestieve vraag waar zij dan van leeft als zij niet op de markt staat.

Het document eindigt met een definitieve afwijzing op 27 mei 1942, waarbij verwezen wordt naar een rapport van de 'chef marktwezen'. De rode aantekeningen links lijken de concepttekst voor de formele brief naar de betrokkene.

Historische Context

De datum van dit document – mei 1942 – is cruciaal voor de historische duiding. Nederland was bezet door nazi-Duitsland en de Jodenvervolging was in een gevorderd stadium. Het Waterlooplein lag in het hart van de Joodse buurt van Amsterdam.

In 1941 hadden de bezetters bepaald dat Joodse marktkooplieden alleen nog op speciaal aangewezen "Joodse markten" mochten staan. Het Waterlooplein werd een dergelijke markt. De toon van de ambtenaren in dit document weerspiegelt de bureaucratische uitsluiting en de vijandige houding tegenover Joodse burgers. In mei 1942, de maand van dit schrijven, werd ook de Jodenster ingevoerd.

De namen Goldberg en Vischschraper zijn typisch Joods-Amsterdamse namen. Het wantrouwen van de inspecteur ("waar onderhouden zij hun gezin dan van") moet gezien worden in het licht van de voortdurende pogingen van de bezetter en collaborerende instanties om Joodse burgers te criminaliseren of hun bestaansmiddelen te ontnemen. De weigering om haar de zomer vrij te geven, dwong haar in feite om op de markt te blijven verschijnen, waar zij makkelijk gecontroleerd of opgepakt kon worden.

Genoemde Personen 4

B. Goldberg Daar Mej (Inspecteur) J. Renz M. No

Locaties

Waterlooplein

Producten

A.G.F. (Groenten): Groente A.G.F. (Groenten): Sla Textiel & Kleding: Kleding Textiel & Kleding: Stof Textiel & Kleding: Textiel Vis & Zee: Aal Vis & Zee: Vis Vis & Zee: Visch Vleeswaren: Hart Vleeswaren: Vlees

Thema's

Duitsland/Oosten Dwang/Vordering Jodenster/Maatregelen Razzia & Arrestatie

Organisaties

Marktwezen

Kooplieden in dit dossier 14

Gerelateerde Documenten 6