Handgeschreven ambtelijke verklaring.
Origineel
Handgeschreven ambtelijke verklaring. 6 juli 1942. Een controleur (getekend 'Contr.'), mogelijk verbonden aan het Rijks Textielbureau. [Marginale aantekeningen linksboven:]
geb. 6/7 '02 te Kalisz
Polen.
Treuhand der Gesellschaft
Amice
Uiterwaardenstr. 503 III
[Hoofdtekst:]
Aan den Heer Insp. v/h Marktwezen alhier.
WelEdMheer,
Langs dezen weg verklaar ik, dat de koop-
man, J. Bresler, ongeveer twee jaren een
losse dagplaats heeft ingenomen op de
dagmarkt het Waterlooplein, met textiel
goederen enz.
[Linksonder:]
A’dam
6 Juli ’42
[Notitie uiterst links in de marge:]
gedur.
2 jaar
vóór de
oorlog (?)
[In een cirkel onderaan het midden:]
Rijks Textielbureau
Den Haag.
[Rechtsonder:]
Contr.
[Handtekening, mogelijk Heijman] Het document is een formele bevestiging van de bedrijfsgeschiedenis van J. Bresler op de Amsterdamse Waterloopleinmarkt. De controleur verklaart dat Bresler daar ongeveer twee jaar lang een standplaats voor textielgoederen bezette.
De annotaties in de linkerbovenhoek zijn cruciaal voor de historische duiding:
1. Herkomst: J. Bresler is geboren in Kalisz (Polen) in 1902. Veel Joodse textielhandelaren in Amsterdam waren immigranten uit Polen.
2. Adres: Uiterwaardenstraat 503-III bevond zich in de Rivierenbuurt, een wijk waar in 1942 zeer veel Joodse gezinnen woonden.
3. Beheer: De term "Treuhand" (onderstreept) verwijst naar de Omnia Treuhandgesellschaft, de instantie die door de Duitse bezetter werd ingezet voor de 'arisering' (onteigening of liquidatie) van Joodse bedrijven. Dit document is geschreven op 6 juli 1942, exact de periode waarin de grootschalige deportaties van Joden uit Nederland naar de vernietigingskampen in gang werden gezet. Sinds september 1941 mochten Joodse handelaren alleen nog op specifiek aangewezen markten staan, waaronder het Waterlooplein.
De verklaring diende waarschijnlijk als bewijsstuk in een bureaucratisch proces. Dit kon te maken hebben met een vergunningsaanvraag, maar vaker was een dergelijke inventarisatie van bedrijfsactiviteiten in 1942 nodig voor de definitieve liquidatie van de handelsvoorraad door het Rijks Textielbureau of de overdracht van bezittingen aan een door de bezetter aangestelde 'Treuhänder'. Het document illustreert hoe de systematische uitsluiting van de Joodse bevolking uit het economische leven administratief werd vastgelegd. J. Bresler Marktwezen Omnia