Archief 745
Inventaris 745-375
Pagina 317
Dossier 104
Jaar 1942
Stadsarchief

Handgeschreven brief/notitie op gelinieerd papier.

5 augustus 1942. Van: B. Zwaarts Aronius (geïdentificeerd als Betje Zwaarts-Aronius). Dossier: 30/60/1

Origineel

Handgeschreven brief/notitie op gelinieerd papier. 5 augustus 1942. B. Zwaarts Aronius (geïdentificeerd als Betje Zwaarts-Aronius). [Rechtsboven:]
42. 97v
u p

[Hoofdtekst:]
Amsterdam 5 Aug.

Mijnheer.

Door. mijn man sinds 5 Aug in het kamp
is kan ik voorloopig de plaats niet aan-
houden. Ik wist niet dat ik u daar van in
kennis moet stellen.

Hoogachtend.
B. Zwaarts Aronius.

[Linksonder stempel:]
Nº 30/60/1 M. 1942 9/9

[Rechtsonder handgeschreven:]
Reliepli 45 II
2.0.2. De schrijfster, B. Zwaarts Aronius, informeert een officiële instantie (waarschijnlijk de afdeling Marktwezen van de gemeente Amsterdam, gezien de stempel met de 'M') dat zij haar "plaats" niet langer kan aanhouden. De reden hiervoor is dat haar echtgenoot diezelfde dag is weggevoerd naar "het kamp". Met "de plaats" wordt zeer waarschijnlijk een staanplaats op een Amsterdamse markt bedoeld, aangezien veel Joodse Amsterdammers werkzaam waren in de markthandel. De taal is sober en zakelijk, wat contrasteert met de persoonlijke tragedie die uit de regels spreekt. De stempel "M. 1942 9/9" geeft aan dat de brief ruim een maand later administratief is verwerkt. De datum 5 augustus 1942 valt midden in de periode van de grootschalige deportaties van Joden vanuit Amsterdam naar doorgangskamp Westerbork en vervolgens naar de vernietigingskampen. De afzender, Betje Zwaarts-Aronius (geboren op 13 mei 1898), woonde met haar man Joseph Zwaarts in de Jodenbreestraat. Uit archiefstukken blijkt dat Joseph inderdaad begin augustus 1942 is opgepakt. Het echtpaar is kort na het schrijven van deze brief gedeporteerd; beiden zijn op 30 september 1942 in Auschwitz vermoord. Dit document vormt een tastbaar bewijs van hoe de bureaucratie van de bezetter en de gemeente doorliep terwijl de Joodse bevolking systematisch werd afgevoerd. B. Zwaarts Gemeente Amsterdam Marktwezen

Samenvatting

De schrijfster, B. Zwaarts Aronius, informeert een officiële instantie (waarschijnlijk de afdeling Marktwezen van de gemeente Amsterdam, gezien de stempel met de 'M') dat zij haar "plaats" niet langer kan aanhouden. De reden hiervoor is dat haar echtgenoot diezelfde dag is weggevoerd naar "het kamp". Met "de plaats" wordt zeer waarschijnlijk een staanplaats op een Amsterdamse markt bedoeld, aangezien veel Joodse Amsterdammers werkzaam waren in de markthandel. De taal is sober en zakelijk, wat contrasteert met de persoonlijke tragedie die uit de regels spreekt. De stempel "M. 1942 9/9" geeft aan dat de brief ruim een maand later administratief is verwerkt.

Historische Context

De datum 5 augustus 1942 valt midden in de periode van de grootschalige deportaties van Joden vanuit Amsterdam naar doorgangskamp Westerbork en vervolgens naar de vernietigingskampen. De afzender, Betje Zwaarts-Aronius (geboren op 13 mei 1898), woonde met haar man Joseph Zwaarts in de Jodenbreestraat. Uit archiefstukken blijkt dat Joseph inderdaad begin augustus 1942 is opgepakt. Het echtpaar is kort na het schrijven van deze brief gedeporteerd; beiden zijn op 30 september 1942 in Auschwitz vermoord. Dit document vormt een tastbaar bewijs van hoe de bureaucratie van de bezetter en de gemeente doorliep terwijl de Joodse bevolking systematisch werd afgevoerd.

Genoemde Personen 1

Locaties

Waterlooplein

Producten

A.G.F. (Groenten): Sla Olie & Techniek: Lood Olie & Techniek: Olie Vis & Zee: Aal Vis & Zee: Vis

Thema's

Duitsland/Oosten Jodenster/Maatregelen Kamp Westerbork Razzia & Arrestatie

Organisaties

Gemeente Amsterdam Marktwezen

Kooplieden in dit dossier 14

Gerelateerde Documenten 6