Doorslag van een officiële brief/kennisgeving.
Origineel
Doorslag van een officiële brief/kennisgeving. 5 november 1942. De Directeur (vermoedelijk van de Dienst van het Marktwezen, Amsterdam). [In rood handschrift, diagonaal:] Verzonden 5/11
[In rood handschrift, bovenaan:] Insp 2X
HB.
Mejuffrouw R. van Leer,
Korte Keizersstraat 8 II,
Amsterdam-Centrum.
Wijk 1.
30/69/2 M.
5 November 1942.
Naar aanleiding van Uw brief d.d. 30 September j.l., verleen
ik U hierbij tot 14 November a.s. vrijstelling van Uw verplichting
om een plaats te bezetten op de markt Waterlooplein.
U dient er echter zorg voor te dragen, dat het ook tijdens Uw
afwezigheid verschuldigde marktgeld geregeld wekelijks bij den
dienstdoenden marktambtenaar wordt betaald.
De Directeur, Dit document is een administratieve afhandeling van een verzoek om tijdelijke vrijstelling van de marktplicht op het Waterlooplein in Amsterdam.
- Inhoud: De geadresseerde, R. van Leer, heeft op 30 september 1942 verzocht om haar kraam niet te hoeven bezetten. De directeur willigt dit in tot 14 november 1942.
- Voorwaarde: Er wordt nadrukkelijk gesteld dat de financiële verplichting blijft bestaan; het marktgeld moet wekelijks worden doorbetaald aan de dienstdoende ambtenaar, ook al is de koopvrouw zelf niet aanwezig.
- Administratieve sporen: De afkorting "HB." rechtsboven en de rode aantekening "Verzonden 5/11" (dezelfde dag als de datering) duiden op een efficiënte gemeentelijke bureaucratie. De code "Insp 2X" wijst waarschijnlijk op een instructie voor inspectie of het maken van extra kopieën. Het document dateert uit november 1942, midden in de Duitse bezetting van Nederland. De locatie (Waterlooplein) en de naam van de geadresseerde (Van Leer) zijn zeer significant. Het Waterlooplein was het hart van de Joodse markt in Amsterdam.
In deze periode waren de anti-Joodse maatregelen in volle gang. Veel Joodse marktkooplieden mochten hun beroep niet meer uitoefenen of doken onder. Uit archiefonderzoek (o.a. Joods Monument) blijkt dat op het adres Korte Keizersstraat 8 II de Joodse Rebekka van Leer woonde (geboren in 1883). Zij werd in januari 1943, slechts twee maanden na deze brief, gedeporteerd naar en vermoord in Auschwitz.
De droge, bureaucratische toon van de brief – waarin de nadruk ligt op het tijdig betalen van het marktgeld – vormt een schril contrast met de hachelijke en levensgevaarlijke situatie waarin de geadresseerde zich op dat moment bevond. Het document illustreert hoe de gemeentelijke administratie 'gewoon' bleef doorfunctioneren terwijl de Joodse bevolking systematisch werd weggevoerd. R. van Leer Marktwezen