Briefkaart / handgeschreven verzoekschrift.
Origineel
Briefkaart / handgeschreven verzoekschrift. 26 september 1942. Mevr. Jacobs-Troostwijk, Nieuwe Achtergracht 6-I, Amsterdam. (Opmerking: De tekst in de marges is cursief weergegeven)
[Linksboven, diagonaal:]
Kan niet worden ingewilligd
7-10-42
[onleesbare paraaf]
[Rechtsboven:]
A'dam 26 Sept: 1942
118
Geweigerd 7/10 '42 [verticaal in de marge]
[Hoofdtekst:]
Aan den Heer Inspecteur
v.h. Marktwezen te
A'dam
L.S. nu Insp. v-h Marktwesen te A'dam
Door deze verzoek ik U mij toe te staan
tijdelijk de plaats waar te nemen welke mijn
moeder, de Wed M Troostwijk - Bierschenk, op
de markt „Waterlooplein” innam.
De zoon welke wel eens tijdens ongesteldheden waar-
nam en mijn Moeder zijn beiden naar
Duitsland vertrokken. Hierdoor is het gezin
zonder inkomsten gekomen.
Hopend, dat U goedgunstig hierover wilt beslis-
sen teeken ik
Hoogachtend
Jacobs-Troostwijk
N. Achtergr 6 I a'dam (C. * Kernboodschap: De afzender verzoekt om de marktvergunning van haar moeder (de weduwe M. Troostwijk-Bierschenk) op het Waterlooplein tijdelijk over te mogen nemen.
* Argumentatie: De moeder en de zoon (die normaal gesproken inviel bij ziekte) zijn "naar Duitsland vertrokken". Hierdoor heeft het achtergebleven gezin geen inkomsten meer.
* Resultaat: Het verzoek is door de instanties afgewezen. Dit blijkt uit de kanttekeningen "Kan niet worden ingewilligd" en "Geweigerd", gedateerd op 7 oktober 1942.
* Toon: De brief is geschreven in een beleefde, formele stijl ("U mij toe te staan", "goedgunstig hierover wilt beslissen"), die gebruikelijk was voor officiële correspondentie in die tijd. Dit document is een aangrijpend voorbeeld van de bureaucratische werkelijkheid tijdens de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog. De term "naar Duitsland vertrokken" is in deze context (september 1942) een eufemisme voor deportatie.
Gezien de namen (Troostwijk, Bierschenk), de locatie van de markt (Waterlooplein) en het woonadres (Nieuwe Achtergracht), gaat het hier vrijwel zeker om een Joodse familie in het hart van de Amsterdamse Jodenbuurt. Terwijl familieleden werden weggevoerd, probeerden de achterblijvers te overleven door de schaarse middelen van bestaan (zoals een marktplaats) veilig te stellen. De droge, ambtelijke afwijzing in de marge illustreert de onverbiddelijke uitsluiting van Joden uit het economische leven door de bezetter en de meewerkende gemeentelijke instanties. M. Troostwijk N. Achtergr Marktwezen