Archief 745
Inventaris 745-375
Pagina 356
Dossier 29
Jaar 1942
Stadsarchief

Handgeschreven verzoekschrift/brief.

5 oktober 1942. Van: M. Caransa, Korte Houtstraat 6, Amsterdam.

Origineel

Handgeschreven verzoekschrift/brief. 5 oktober 1942. M. Caransa, Korte Houtstraat 6, Amsterdam. $N^o 30/71/1$ M. $1942 \frac{13}{10}$

5 Oct 1942

Wel Edele Heer Inspecteur
Ondergeteekende M Caransa
Wonende Korte Houtstr 6 A'dam
Verzoekt beleefd zijn vaste stand
plaats op de Jodenmarkt
Waterlooplein weder te mogen
betrekken. Door foutief op
treden mijnerzijds is de
plaats ingetrokken. Daar ik
met Izak Plas Zwanenburg
thans samen zaken doet
Hopend op een gunstig and
woord uwerzijds

Verblijf ik met de meeste
Hoogachting

M Caransa
Korte Houtstr 6
Amsterdam (C) In deze brief verzoekt M. Caransa de marktinspecteur om teruggave van zijn vaste staanplaats op de "Jodenmarkt" aan het Waterlooplein in Amsterdam. De schrijver geeft ruiterlijk toe dat de standplaats is ingetrokken vanwege zijn eigen "foutief optreden", hoewel hij niet specificeert wat dit inhield. Als argument voor herstel van de vergunning voert hij aan dat hij inmiddels samenwerkt met Izak Plas (mogelijk uit Zwanenburg, of de firmanaam bevat die locatie).

De schrijfstijl is formeel en onderdanig, passend bij de ambtelijke correspondentie van die tijd. Het handschrift is vlot maar duidelijk leesbaar. Het adres Korte Houtstraat 6 bevond zich midden in de Joodse buurt van Amsterdam. Dit document is historisch zeer relevant vanwege de datum (oktober 1942) en de afzender.
1. De Afzender: De ondertekenaar is zeer waarschijnlijk Maurits (Maup) Caransa (1916-2009), die na de oorlog zou uitgroeien tot een van de bekendste vastgoedondernemers van Amsterdam. Ten tijde van deze brief was hij een jonge man die probeerde te overleven in de handel.
2. Tijdsbeeld: De brief is geschreven tijdens de Duitse bezetting. In 1941 hadden de nazi's verordend dat Joodse marktkooplieden alleen nog op speciaal aangewezen "Jodenmarkten" mochten staan, waarvan het Waterlooplein de belangrijkste was.
3. Benarde situatie: In oktober 1942 waren de deportaties uit Amsterdam al in volle gang. Het feit dat Caransa op dit moment nog probeert zijn standplaats terug te krijgen om "zaken te doen", getuigt van de noodzaak om in het levensonderhoud te voorzien onder extreem moeilijke omstandigheden. Caransa zelf overleefde de oorlog, mede doordat hij was getrouwd met een niet-Joodse vrouw (een "gemengd huwelijk"), wat hem aanvankelijk een zekere mate van bescherming bood tegen deportatie. M. Caransa Ondergeteekende M (Inspecteur) Marktwezen Politie

Samenvatting

In deze brief verzoekt M. Caransa de marktinspecteur om teruggave van zijn vaste staanplaats op de "Jodenmarkt" aan het Waterlooplein in Amsterdam. De schrijver geeft ruiterlijk toe dat de standplaats is ingetrokken vanwege zijn eigen "foutief optreden", hoewel hij niet specificeert wat dit inhield. Als argument voor herstel van de vergunning voert hij aan dat hij inmiddels samenwerkt met Izak Plas (mogelijk uit Zwanenburg, of de firmanaam bevat die locatie).

De schrijfstijl is formeel en onderdanig, passend bij de ambtelijke correspondentie van die tijd. Het handschrift is vlot maar duidelijk leesbaar. Het adres Korte Houtstraat 6 bevond zich midden in de Joodse buurt van Amsterdam.

Historische Context

Dit document is historisch zeer relevant vanwege de datum (oktober 1942) en de afzender.
1. De Afzender: De ondertekenaar is zeer waarschijnlijk Maurits (Maup) Caransa (1916-2009), die na de oorlog zou uitgroeien tot een van de bekendste vastgoedondernemers van Amsterdam. Ten tijde van deze brief was hij een jonge man die probeerde te overleven in de handel.
2. Tijdsbeeld: De brief is geschreven tijdens de Duitse bezetting. In 1941 hadden de nazi's verordend dat Joodse marktkooplieden alleen nog op speciaal aangewezen "Jodenmarkten" mochten staan, waarvan het Waterlooplein de belangrijkste was.
3. Benarde situatie: In oktober 1942 waren de deportaties uit Amsterdam al in volle gang. Het feit dat Caransa op dit moment nog probeert zijn standplaats terug te krijgen om "zaken te doen", getuigt van de noodzaak om in het levensonderhoud te voorzien onder extreem moeilijke omstandigheden. Caransa zelf overleefde de oorlog, mede doordat hij was getrouwd met een niet-Joodse vrouw (een "gemengd huwelijk"), wat hem aanvankelijk een zekere mate van bescherming bood tegen deportatie.

Genoemde Personen 2

M. Caransa Ondergeteekende M (Inspecteur)

Locaties

Waterlooplein

Producten

Kruidenier (Droog): Meel Vis & Zee: Aal Vis & Zee: Vis

Thema's

Jodenster/Maatregelen

Organisaties

Marktwezen Politie

Kooplieden in dit dossier 14

Gerelateerde Documenten 6