Archief 745
Inventaris 745-378
Pagina 17
Dossier 2A
Jaar 1942
Stadsarchief

Pagina 2 van een ambtelijke brief (No. 37/15/8 M.).

1 april 1941. Van: Directeur van het Marktwezen (Amsterdam).

Origineel

Pagina 2 van een ambtelijke brief (No. 37/15/8 M.). 1 april 1941. Directeur van het Marktwezen (Amsterdam). Bladzijde No.2 van brief No.37/15/8 M. d.d. 1 April 1941 aan den
heer Wethouder voor de Levensmiddelen van den Directeur van het
Marktwezen.

Verder hebben de volgende categorieën van personen
nog toegang tot de Centrale Markt:

Joodsch niet-Joodsch
personeel van verkoopers 61 319
personeel van koopers 70 698
Expediteurs(waaronder begrepen de overkruiers) 29 227
personeel van expediteurs - 45
personeel van tuinders - 140
aardappelverwekers 3 101

Bovendien is aan een aantal sigarenmakers (uitslui-
tend Joden), dat voor het uitoefenen van hun bedrijf 13 kantoren
in de hal heeft gehuurd, toegang tot de Centrale Markt verleend.
In verband met het feit, dat deze groep met den gang van zaken
op de Centrale Markt voor wat den handel betreft, niets uit-
staande heeft, zou ik haar in dit verband buiten beschouwing
willen laten.

A. De grossiers in groenten en fruit bezetten pak-
huizen en plaatsen in de hal en in het Oostelijk havencomplex.

B. De grossiers in aardappelen bezetten kantoren
(c.q. pakhuisafdeelingen) in het Westelijk havencomplex. De
schepen, welke aardappelen aanvoeren nemen ligplaats in aan de
kaden van dit havencomplex.

In verband met de bijzondere omstandigheden wordt de
handel thans niet gevoerd door de grossiers individueel, doch
door de grossierscombinatie (V.B.N.A.) onder leiding van de
Nederlandsche Akkerbouwcentrale. De verkoop der aardappelen door
de V.B.N.A. geschiedt centraal in het bankgebouw, deel uitmaken-
de van het entréegebouw der Centrale Markt, welk bankgebouw een
ingang heeft, welke is gelegen aan de Jan van Galenstraat, dus
buiten de Centrale Markt.

C. De tuinders zijn te onderscheiden in "droge"
tuinders, die uitsluitend per as aanvoeren en "natte" tuinders,
die uitsluitend per schuitje aanvoeren. De "droge" tuinders be-
zetten plaatsen in en voor de hal en in het Oostelijk havencom-
plex op pier E; de "natte" tuinders nemen met hun schuitje lig-
plaats in aan de pieren A, B, C en D in het Oostelijk havencom-
plex en bezetten daar hun plaatsen onder een overkapping.

D. De veiling verkoopt groente, fruit, aardappelen,
bloemen en planten in twee veilingszalen in de hal; de verkoop
geschiedt volgens het afslagsysteem over een veilingklok. Dit document is een rapportage over de bezetting en logistieke organisatie van de Centrale Markt in Amsterdam tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het meest opvallende element is de statistische uitsplitsing van het marktpersoneel in de categorieën "Joodsch" en "niet-Joodsch". Dit wijst op de registratiedrang van de bezetter en de meewerkende Nederlandse bureaucreatie om de Joodse aanwezigheid in de economie in kaart te brengen, als voorbode voor uitsluiting.

Verder beschrijft het document de ruimtelijke ordening van de markt:
* Groenten en fruit: Geconcentreerd in het Oostelijk havencomplex.
* Aardappelen: Gecentraliseerd via de V.B.N.A. (onder de Akkerbouwcentrale) in het Westelijk havencomplex.
* Tuinders: Er wordt een klassiek Amsterdams onderscheid gemaakt tussen "droge" tuinders (aanvoer via de weg/as) en "natte" tuinders (aanvoer via het water/schuitje).
* Veiling: Beschrijving van de verkoopmethode via het afslagsysteem. De brief dateert van april 1941, een klein jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland en enkele maanden na de Februaristaking. In deze periode nam de druk op de Joodse bevolking snel toe. De nazi's voerden een beleid van 'Arisering', waarbij Joden stelselmatig uit het economische leven werden verdreven. De Centrale Markt aan de Jan van Galenstraat was de "buik van Amsterdam" en essentieel voor de voedselvoorziening.

De vermelding van de Nederlandsche Akkerbouwcentrale en de V.B.N.A. (Vereniging van Bemiddelaars in de Nederlandse Aardappelhandel) duidt op de oorlogseconomie, waarin de handel sterk gereguleerd en gecentraliseerd was door middel van distributiesystemen. Het feit dat de sigarenmakers (volgens het document uitsluitend Joden) "buiten beschouwing" worden gelaten omdat ze geen directe handelsfunctie op de markt hebben, is een wrange illustratie van de administratieve afbakening van groepen mensen die spoedig volledig rechteloos zouden worden gemaakt.

Samenvatting

Dit document is een rapportage over de bezetting en logistieke organisatie van de Centrale Markt in Amsterdam tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het meest opvallende element is de statistische uitsplitsing van het marktpersoneel in de categorieën "Joodsch" en "niet-Joodsch". Dit wijst op de registratiedrang van de bezetter en de meewerkende Nederlandse bureaucreatie om de Joodse aanwezigheid in de economie in kaart te brengen, als voorbode voor uitsluiting.

Verder beschrijft het document de ruimtelijke ordening van de markt:
* Groenten en fruit: Geconcentreerd in het Oostelijk havencomplex.
* Aardappelen: Gecentraliseerd via de V.B.N.A. (onder de Akkerbouwcentrale) in het Westelijk havencomplex.
* Tuinders: Er wordt een klassiek Amsterdams onderscheid gemaakt tussen "droge" tuinders (aanvoer via de weg/as) en "natte" tuinders (aanvoer via het water/schuitje).
* Veiling: Beschrijving van de verkoopmethode via het afslagsysteem.

Historische Context

De brief dateert van april 1941, een klein jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland en enkele maanden na de Februaristaking. In deze periode nam de druk op de Joodse bevolking snel toe. De nazi's voerden een beleid van 'Arisering', waarbij Joden stelselmatig uit het economische leven werden verdreven. De Centrale Markt aan de Jan van Galenstraat was de "buik van Amsterdam" en essentieel voor de voedselvoorziening.

De vermelding van de Nederlandsche Akkerbouwcentrale en de V.B.N.A. (Vereniging van Bemiddelaars in de Nederlandse Aardappelhandel) duidt op de oorlogseconomie, waarin de handel sterk gereguleerd en gecentraliseerd was door middel van distributiesystemen. Het feit dat de sigarenmakers (volgens het document uitsluitend Joden) "buiten beschouwing" worden gelaten omdat ze geen directe handelsfunctie op de markt hebben, is een wrange illustratie van de administratieve afbakening van groepen mensen die spoedig volledig rechteloos zouden worden gemaakt.

Kooplieden in dit dossier 78

Abraham Cosman plaatsgeld Mei.
A. van Velzen F.J. Beugel & Zn.
A. van Velzen Uilenburg N.Uilenburgerstr.
A. van Velzen huur Mei.
A. Wijnschenk Waterlooplein
B. Moffie 7 md = 583.33 —
B. Moffie J.H. ter Punt
B. Moffie Waterlooplein
B. Polak. Uilenburg Diezestr.10 / Tilanusstr.78
B. Thijn Uilenburg Wielingenstr.18 / Cillierstr.6
D. Appelboom huur Mei.
D. Appelboom Rapenburgerstr.185
E. Brasem Waterlooplein Waterlooplein 25 / Waterlooplein 25
E. Pach-Schellevis Uilenburg
Expediteurs(waaronder begrepen de overkruiers)
Gebr.Cosman Waterlooplein
G. Hagenaar Waterlooplein Vrolikstraat 56 / Retiefstraat 21
Gebr.Meents Uilenburg Amstellaan 57
C. Meentz 7 md 291.66 -
C. Meentz J.J. Griffioen
Gebr.Rodenburg Waterlooplein
H. Krant Waterlooplein Eemstr.60 / Eemstraat 9
H. Krant id.
H. Meents Waterlooplein Retiefstr.12 / Retiefstr.12
H. Meentz id.
H. Meentz 7 md 291.66
H. Meentz plaatsgeld:
H. de Rooy 7 md = 437.50 —
Alle 78 kooplieden →

Gerelateerde Documenten 6