Getypte zakelijke brief (doorslag).
Origineel
Getypte zakelijke brief (doorslag). 6 augustus 1942. De waarnemend (wnd.) Directeur van (vermoedelijk) de Centrale Markt te Amsterdam. De firma J.H. ter Punt, Hal 1, Centrale Markt. [Handgeschreven rechtsboven: C. Prüfer (?)]
[Gestempeld/Getypt rechtsboven: Ⓜ M/HB.]
de fa. J.H. ter Punt,
Hal 1,
Centrale Markt.
37/36/3 M. 6 Augustus 1942.
In antwoord op Uw schrijven d.d. 18 Mei j.l. deel ik U me-
de, dat bij Besluit van den Burgemeester de gesloten huurovereenkom-
sten met de onderstaande Joodsche grossiers, gerekend te zijn inge-
gaan 1 Juni 1942, als ontbonden zijn te beschouwen. De achter deze
namen vermelde bedragen betreffen de achterstallige huren etc. tot
1 Juni 1942 en ik verzoek U mij schriftelijk te willen mededeelen
of U als Treuhänder nog gelden onder U heeft, waaruit deze bedragen
kunnen worden betaald.
De Directeur,
wnd.
Fa. S.Schelvis en Zn pakhuis C.14 f 108,34 huur Mei.
Gebr.D.Roodenburg pakhuis Hal 10 " 83,34 huur Mei.
B.Moffie pakhuis Hal 12 " 83,34 huur Mei.
J.Posener plaats Hal 31 " 41,67 plaatsgeld Mei. * Inhoud: De brief informeert de firma J.H. ter Punt dat de huurcontracten van vier Joodse grossiers op de Centrale Markt per 1 juni 1942 officieel zijn ontbonden door de burgemeester (destijds de pro-Duitse Edward Voûte). Er wordt gevraagd om betaling van de nog openstaande huur over de maand mei 1942 uit de tegoeden die de firma Ter Punt beheert.
* Sleutelbegrippen:
* Treuhänder: De firma Ter Punt fungeert hier als 'Treuhänder' (bewindvoerder). Tijdens de bezetting werden Joodse bedrijven onder dwangbeheer gesteld van dergelijke bewindvoerders, met als doel de bedrijven te liquideren of te 'aryaniseren' (overdragen aan niet-Joden).
* Joodsche grossiers: De brief noemt expliciet vier ondernemingen: Fa. S. Schelvis en Zn, Gebr. D. Roodenburg, B. Moffie en J. Posener.
* Toon: De tekst is strikt zakelijk en bureaucratisch, wat kenmerkend is voor de wijze waarop de onteigening en uitsluiting van de Joodse bevolking administratief werd afgehandeld. Dit document vormt een direct bewijsstuk van de economische vervolging van Joden in Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. In 1941 en 1942 werden Joodse ondernemers stelselmatig uit het economische leven geweerd. Op de Amsterdamse Centrale Markt, een vitaal punt voor de voedselvoorziening, hadden veel Joodse handelaren generaties lang gewerkt.
Door verordeningen van de bezetter werden hun vergunningen ingetrokken en hun eigendommen onder beheer gesteld van 'Treuhänders'. De in de brief genoemde personen en families (zoals Schelvis, Roodenburg en Moffie) zijn bekende namen uit de Amsterdamse Joodse marktwereld. Velen van hen zijn later via kamp Westerbork gedeporteerd naar de vernietigingskampen. Dit type documentatie helpt bij het reconstrueren van de roof van Joodse bezittingen en de bureaucratische processen die aan de deportaties voorafgingen.