Ambtsinstructie / Circulaire.
Origineel
Ambtsinstructie / Circulaire. Niet expliciet op deze pagina, maar verwijst naar een eerdere aanschrijving van 19 augustus 1941. De context plaatst dit document in de periode 1941-1944. De Procureur-Generaal, tevens fungerend (FD. GEW.) Directeur van Politie. iedere maand een staat op te maken in duplo van alle nog aanwezige goe-
deren, waarvan een exemplaar wordt gezonden aan den Provincialen Voed-
selcommissaris en het andere aan mijn Parket (zie bijgaand model, bij-
lage IV).
De Hoofden van plaatselijke Politie dragen in de gemeenten, waar
zich de aangewezen opslagplaatsen bevinden zorg voor een behoorlijke
bewaking daarvan.
De verantwoording voor wat het bederf van de inbeslaggenomen goe-
deren betreft, komt eerst dan voor rekening van den Provincialen Voed-
selcommissaris als hij in het bezit is gesteld van het deponeeringsfor-
mulier (bijlage III).
Nadat naar het oordeel van de Opsporingsambtenaren voor zoover
noodig na overleg met den Officier van Justitie of den Districts-Com-
mandant voor de Prijsbeheersching, termen zijn gevonden om tot inbeslag-
neming over te gaan, dienen de opsporingsambtenaren zich telefonisch in
verbinding te stellen met den opslaghouder, vermeld in bijlage I, ten-
einde de deponeering te vergemakkelijken. Het is niet toegestaan goe-
deren op te slaan anders dan bij de aangewezen opslaghouders en wel met
dien verstande dat de opslagplaats slechts ten behoeve van de gemeenten
die in het rayon van die opslagplaats zijn gelegen, mag worden gebruikt.
b De sterk aan bederf onderhevige goederen vet, vleesch en vleesch-
waren dienen uitsluitend te worden opgeslagen bij de openbare slachthui-
zen of abattoirs, vermeld op de bijlage B van de aanschrijving van mijn
ambtsvoorganger d.d. 19 Augustus 1941, No. 3472. Echter wordt die bij-
lage in zooverre gewijzigd, dat Laren, vallende onder Hilversum, thans
wordt gebracht onder Bussum. Opgemerkt zij dat boter moet worden opgesla-
gen bij de pakhuishouders als bedoeld onder 2a.
c Inbeslaggenomen levende have (koeien, varkens, schapen , paarden
e.d.) wordt opgeslagen in de openbare slachthuizen of abattoirs vermeld
in bovengenoemde bijlage B.
d Door de onder 2a bedoelde pakhuishouders worden de bewijzen van
ontvangst (kennisgeving van inbeslagneming) aan de achterzijde als
reçu van deponeering afgeteekend voor ontvangst van de aan voorzijde
vermelde goederen, na zich te hebben overtuigd door opening van de
paketten waarin de goederen verpakt zijn, van gewicht, aantal en soort
dier goederen.
Wanneer de opsporingsambtenaren goederen, welke aan snel bederf
onderhevig zijn, in beslag te nemen, dienen zij telefonisch binnen 12
uur eenerzijds den Officier van Justitie of den Inspecteur van de
Prijsbeheersching, anderzijds den Voedselcommissaris daarmede in kennis
te stellen, opdat deze instanties contact kunnen opnemen over de ver-
koop van deze goederen.
De opsporingsambtenaren dienen zich ook overigens te onthouden
van iederen verkoop van inbeslaggenomen goederen en stellen zich uitslui-
tend daarvoor in verbinding met den provincialen Voedselcommissaris.
Gedurende de bureau-uren is het bureau van den Voedselcommissaris
te bereiken onder tel. Alkmaar K 2200-2447,2448 of 2830. Na de bureau-
uren is de Voedselcommissaris te bereiken onder tel. Alkmaar K 2200-
2720.
Aan de Officieren van Justitie en den Inspecteur van de Prijsbe-
heersching wordt verzocht vanaf heden alle machtigingen tot verkoop
toe te zenden aan den provincialen Voedselcommissaris.
Ik vertrouw dat een ieder zich stipt aan deze instructie zal houden
en alle medewerking zal verleenen, opdat dit zeer voorname onderdeel der
voedselvoorziening een behoorlijk verloop heeft.
De bijlagen II, III en IV zijn niet bijgevoegd, omdat deze alleen
voor de pakhuishouders bestemd zijn.
De PROCUREUR-GENERAAL
FD. GEW. DIRECTEUR VAN POLITIE
(getekend J. Feitama)
(J. Feitama) Dit document is een formele instructie aan opsporingsambtenaren en politiehoofden betreffende de logistieke en administratieve afhandeling van inbeslaggenomen goederen (met name voedsel en vee). De kernpunten zijn:
- Administratieve controle: Er moet maandelijks in tweevoud gerapporteerd worden over aanwezige goederen aan zowel de Voedselcommissaris als het Parket.
- Opslagprotocol: Er gelden strikte regels over waar goederen opgeslagen mogen worden. Bederfelijke waar (vlees) en levende have moeten naar abattoirs, terwijl andere goederen naar specifieke pakhuishouders moeten. Er is een strikte rayon-indeling.
- Verantwoordelijkheid: De aansprakelijkheid voor bederf verschuift pas naar de Voedselcommissaris nadat de juiste formulieren zijn overgedragen.
- Verkoopverbod: Opsporingsambtenaren mogen onder geen beding zelf goederen verkopen. Machtigingen voor verkoop lopen uitsluitend via de Provinciale Voedselcommissaris. Dit wijst op een centrale sturing van de schaarse middelen. Het document dateert uit de periode van de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. De genoemde instanties zoals de "Prijsbeheersching" en de "Provincialen Voedselcommissaris" maakten deel uit van de bureaucratische apparatuur die door de bezetter was opgezet of aangepast om de distributie van schaarse goederen en voedsel te controleren en zwarte handel tegen te gaan.
De ondertekenaar, Johannes Feitama, was een beruchte figuur tijdens de bezetting. Als Procureur-Generaal in Amsterdam en later in andere functies (zoals Directeur van Politie) gold hij als een collaborateur en een overtuigd nationaalsocialist. Na de oorlog werd hij voor zijn daden tijdens de bezetting ter dood veroordeeld (later omgezet in levenslang). De strikte toon en de nadruk op "behoorlijke bewaking" en het voorkomen van "bederf" in dit document illustreren de enorme spanning die op de voedselvoorziening stond en de drang van de overheid om elke gram voedsel onder bureauctratische controle te houden.