Zakelijke correspondentie / Officiële brief
Origineel
Zakelijke correspondentie / Officiële brief Directie van het Marktwezen, Amsterdam P. de Vries DIRECTIE VAN HET MARKTWEZEN
No. 37/45/13M Amsterdam
Jan van Galenstraat 14.
Aan P.de Vries
Centrale Markt No. Hn 3
Amsterdam-West.
In bijlage dezes heb ik de eer U het geregistreerde huurcon-
tract betreffende een door U gehuurde pakhuisafdeeling op de Centrale
Markt te doen toekomen.
Ik verzoek U beleefd rekening te houden met het feit, dat, in-
gevolg het bepaalde in artikel 1619 van het Burgerlijk Wetboek repara-
tiën, zooals van rolluiken, ruiten, sloten, enz. voor Uw rekening zijn.
Tevens breng ik, voor zoo ver noodig, in herinnering, dat arti-
kel 8 van het contract verbiedt om reclamemiddelen of aankondigingen
te Uwen behoeve of ten behoeve van derden aan of op het gehuurde aan te
brengen, zonder mijn schriftelijke toestemming. U gelieve zich in alle ge-
vallen, waarin U tot het aanbrengen van eenig bord of andere aanduiding
wenscht over te gaan, vooraf met mij te verstaan.
De Directeur,
[Handtekening]
_____________ * **Taal en spelling:** Het document is geschreven in formeel, ambtelijk Nederlands. Er wordt gebruikgemaakt van de spelling-Marchant (vóór de grote hervormingen van 1947/1954), te herkennen aan woorden als *pakhuisafdeeling*, *reparatiën*, *zooals* en *eenig*.
- Juridische context: De brief verwijst naar artikel 1619 van het (toenmalige) Burgerlijk Wetboek. Dit artikel stelde dat kleine herstellingen (het "klein onderhoud") voor rekening van de huurder kwamen, tenzij anders overeengekomen. De directie specificeert hier expliciet rolluiken, ruiten en sloten.
- Beheer en toezicht: De brief benadrukt de controle van de directie op het uiterlijk van de marktgebouwen. Het verbod op eigenmachtige reclame-uitingen wijst op een streng esthetisch en functioneel beheer van het marktterrein. Dit document is afkomstig van de gemeentelijke instelling die verantwoordelijk was voor de exploitatie van de Centrale Markthallen in Amsterdam-West. Deze hallen, gelegen aan de Jan van Galenstraat, werden in 1934 geopend om de vershandel in de stad te centraliseren.
De brief is gericht aan een pachter van een pakhuisruimte (sectie Hn 3). De administratieve zetel van de Directie van het Marktwezen was destijds inderdaad gevestigd aan de Jan van Galenstraat 14. Gezien de gebruikte spelling en de opmaak van het document, stamt het waarschijnlijk uit de jaren '30 of '40 van de 20e eeuw. Het illustreert de formele relatie tussen de gemeente (als verhuurder/beheerder) en de marktkooplieden die de faciliteiten gebruikten.