Handgeschreven brief of rapportage-fragment op gelinieerd papier.
Origineel
Handgeschreven brief of rapportage-fragment op gelinieerd papier. [1] werd betrokken, nu deze zijn
[2] uitgeschakeld staan wij grooten
[3] deels er naast.
[4] De groothandel krijgt het kwan-
[5] tum van deze uitgesloten grossiers
[6] wel toebedeeld, zoo dat die hun
[7] afnemers van onze handel
[8] voorzien, bovendien als wij ons
[9] bij deze grossiers vervoegen dan
[10] kunnen deze ons niet bij hen laten
[11] koopen daar het heet dat zij al tekort
[12] komen, doch de afnemers van hen
[13] gaan alle dagen met handel naar
[14] huis en een groot aantal van ons
[15] krijgt niets.
[16] Overtuigt u zelf maar, op de diverse
[17] dagmarkten, daar ziet u sporadisch
[18] een doosje aardbeien, doch in de
[19] Gaaspstraat, Waterlooplein en
[20] in de joden buurt daar zijn
[21] zij doorgaans in ruime mate
[22] aanwezig, de daar aanwezige
[In de linker marge, verticaal geschreven:]
Is dit zo? De schrijver van dit document uit zijn ongenoegen over de scheve verdeling van schaarse goederen (aardbeien worden expliciet genoemd). Centraal staat het feit dat bepaalde grossiers "uitgeschakeld" zijn. Hun quota ("kwantum") zijn overgeheveld naar andere groothandelaren. De schrijver claimt dat deze groothandelaren enkel hun eigen vaste afnemers bedienen, waardoor andere handelaren met lege handen blijven staan.
Er wordt een direct contrast geschetst tussen de "diverse dagmarkten", waar bijna niets te krijgen is, en specifieke locaties in Amsterdam zoals het Waterlooplein en de "joden buurt", waar volgens de schrijver de handel nog "in ruime mate aanwezig" zou zijn. De handgeschreven kanttekening "Is dit zo?" in de marge wijst erop dat de ontvanger (waarschijnlijk een controlerende instantie of ambtenaar) de beweringen van de schrijver kritisch benaderde of nader wilde onderzoeken. De tekst moet geplaatst worden in de context van de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. De term "uitgeschakeld" verwijst in deze periode vaak naar het proces van 'ontjoodsing' van de economie: Joodse handelaren en ondernemers werden door de bezetter gedwongen hun zaken te staken of over te dragen aan 'Ariërs'.
De klacht illustreert de economische spanningen, de groeiende schaarste en de afgunst die ontstond door de herverdeling van handelsrechten. De genoemde locaties (Gaaspstraat en Waterlooplein) stonden destijds bekend als markten met een grote Joodse aanwezigheid. Dit soort documenten werd vaak geschreven aan distributie-instanties of prijsbeheersingsorganen om aan te dringen op strengere controles of een andere toewijzing van goederen.