Brief of memorie (fragment).
Origineel
Brief of memorie (fragment). producten is zeker voor 50 %
aan ons ontnomen,
Eerstdaags komen er kersen
pruimen enz.
Wanneer voor dien tijd niet
door de overheid wordt ingegre-
pen dan gaat het daarmee
net als met de aardbeien
De vaste groenten winkeliers
worden thans door de grossiers
op grove wijze bevoordeeld tegen-
over de straathandel, daar deze
alleen maar dan iets krijgt
als er over is, en dat gebeurt soms
twee maal per week, kan dat
nu niet beter verdeeld worden
Het M. W. kan daar geen
verandering in brengen, doch
u weet wel en waarom de
een alles en een ander niets
dit betreft speciaal de
groenten voor de kleine venter De tekst is een brandbrief of een formeel beklag over de verslechterde positie van de straathandelaar ten opzichte van de gevestigde groentewinkeliers. De kernpunten zijn:
- Schaarste en Verlies: De schrijver claimt dat 50% van hun handelsproducten hen is ontnomen.
- Dreigend Tekort: Er wordt gewaarschuwd dat bij de komende oogst van kersen en pruimen hetzelfde zal gebeuren als eerder bij de aardbeien: de straathandel vist achter het net.
- Onrechtvaardige Distributie: Grossiers (groothandelaren) zouden vaste winkeliers bevoordelen. Straathandelaren krijgen alleen "als er over is", wat soms maar twee keer per week voorkomt.
- Onmacht van Instanties: De schrijver haalt aan dat het "M. W." (Marktwezen) blijkbaar niet bij machte is hier iets aan te veranderen, maar insinueert dat de geadresseerde ("u") drommels goed weet waarom deze ongelijkheid ("de een alles en een ander niets") bestaat. Dit document past in de context van de gereguleerde economie in Nederland tijdens of direct na de Tweede Wereldoorlog. In die tijd was de distributie van schaarse goederen (zoals vers fruit) strikt geregeld. Er ontstond vaak frictie tussen de 'officiële' detailhandel (de winkels) en de ambulante handel (venters en marktkooplui).
De afkorting M. W. in de tekst staat hoogstwaarschijnlijk voor de dienst Marktwezen, de gemeentelijke instantie die verantwoordelijk was voor de regulering van markten en straathandel. De schrijver spreekt vanuit de frustratie van de "kleine venter" die zich door de groothandel en de overheid in de steek gelaten voelt ten gunste van de gevestigde middenstand.
Samenvatting
De tekst is een brandbrief of een formeel beklag over de verslechterde positie van de straathandelaar ten opzichte van de gevestigde groentewinkeliers. De kernpunten zijn:
- Schaarste en Verlies: De schrijver claimt dat 50% van hun handelsproducten hen is ontnomen.
- Dreigend Tekort: Er wordt gewaarschuwd dat bij de komende oogst van kersen en pruimen hetzelfde zal gebeuren als eerder bij de aardbeien: de straathandel vist achter het net.
- Onrechtvaardige Distributie: Grossiers (groothandelaren) zouden vaste winkeliers bevoordelen. Straathandelaren krijgen alleen "als er over is", wat soms maar twee keer per week voorkomt.
- Onmacht van Instanties: De schrijver haalt aan dat het "M. W." (Marktwezen) blijkbaar niet bij machte is hier iets aan te veranderen, maar insinueert dat de geadresseerde ("u") drommels goed weet waarom deze ongelijkheid ("de een alles en een ander niets") bestaat.
Historische Context
Dit document past in de context van de gereguleerde economie in Nederland tijdens of direct na de Tweede Wereldoorlog. In die tijd was de distributie van schaarse goederen (zoals vers fruit) strikt geregeld. Er ontstond vaak frictie tussen de 'officiële' detailhandel (de winkels) en de ambulante handel (venters en marktkooplui).
De afkorting M. W. in de tekst staat hoogstwaarschijnlijk voor de dienst Marktwezen, de gemeentelijke instantie die verantwoordelijk was voor de regulering van markten en straathandel. De schrijver spreekt vanuit de frustratie van de "kleine venter" die zich door de groothandel en de overheid in de steek gelaten voelt ten gunste van de gevestigde middenstand.