Ambtelijke notitie / Correspondentie-aantekening.
Origineel
Ambtelijke notitie / Correspondentie-aantekening. 30 juni 1942 en 7 juli 1942. [Tekst in zwarte inkt:]
is op 4 per gezin geschat. Deze schippers liggen gemiddeld
7 dagen aan de de C.M.
Aan een toewijzing gebaseerd op een gemiddelde
hebben de schippers niets, aangezien het in de drukste tijd
meermalen voorkomt, dat er 40 schippers aan de C.M. liggen.
Het verdient aanbeveling, dat van de zijde van
marktwezen wekelijks opgave wordt verstrekt van het
aantal aanwezige schippers.
30/6 - '42
Steenbek [Handtekening]
[Tekst in rode inkt:]
Door invoering van de taptemelk-
distributie (p. bonnen) heeft melk-
v. boven thans geen waarde
meer met de levering voor de schippers.
Beantwoording van dit schrijven als
boven aangegeven heeft voor dezen dan
ook geen zin meer.
7/7 - '42
[Handtekening]
[Aantekening in de linkermarge:]
Opb.
Stuk
is al
v-15
HDB [Initialen] Het document illustreert een specifiek logistiek probleem binnen het distributiestelsel van 1942. De eerste auteur (Steenbek) merkt op dat een vaste toewijzing van melk op basis van gemiddelden niet werkt voor schippers. Omdat zij in groten getale (tot 40 schepen tegelijk) gedurende een week bij de Centrale Markt liggen, is de vraag daar zeer onregelmatig. Hij stelt voor om de marktdienst wekelijks actuele aantallen te laten rapporteren.
Slechts een week later volgt een correctie in rode inkt. Door een wijziging in de landelijke distributieregels (de introductie van bonnen voor taptemelk) is het eerdere voorstel achterhaald. Nu schippers zelf over bonnen beschikken voor deze specifieke melksoort, is een centrale toewijzing op basis van schattingen niet meer nodig. Het document wordt hiermee als afgehandeld ("Stuk is al") beschouwd. Tijdens de Tweede Wereldoorlog was de Nederlandse bevolking voor voedsel afhankelijk van het distributiestelsel. Schippers vormden hierin een lastige groep; zij waren mobiel, maar hun aanwezigheid op bepaalde knooppunten zoals de Centrale Markt in Amsterdam of Rotterdam zorgde voor lokale pieken in de vraag naar basisbehoeften. Taptemelk (magere melk) werd in de loop van de bezetting een steeds belangrijker onderdeel van het dieet naarmate volvette melk schaarser werd. De afkorting "C.M." verwijst in deze context vrijwel zeker naar de Centrale Markt, waar de aanvoer van goederen per schip werd gecontroleerd.
Samenvatting
Het document illustreert een specifiek logistiek probleem binnen het distributiestelsel van 1942. De eerste auteur (Steenbek) merkt op dat een vaste toewijzing van melk op basis van gemiddelden niet werkt voor schippers. Omdat zij in groten getale (tot 40 schepen tegelijk) gedurende een week bij de Centrale Markt liggen, is de vraag daar zeer onregelmatig. Hij stelt voor om de marktdienst wekelijks actuele aantallen te laten rapporteren.
Slechts een week later volgt een correctie in rode inkt. Door een wijziging in de landelijke distributieregels (de introductie van bonnen voor taptemelk) is het eerdere voorstel achterhaald. Nu schippers zelf over bonnen beschikken voor deze specifieke melksoort, is een centrale toewijzing op basis van schattingen niet meer nodig. Het document wordt hiermee als afgehandeld ("Stuk is al") beschouwd.
Historische Context
Tijdens de Tweede Wereldoorlog was de Nederlandse bevolking voor voedsel afhankelijk van het distributiestelsel. Schippers vormden hierin een lastige groep; zij waren mobiel, maar hun aanwezigheid op bepaalde knooppunten zoals de Centrale Markt in Amsterdam of Rotterdam zorgde voor lokale pieken in de vraag naar basisbehoeften. Taptemelk (magere melk) werd in de loop van de bezetting een steeds belangrijker onderdeel van het dieet naarmate volvette melk schaarser werd. De afkorting "C.M." verwijst in deze context vrijwel zeker naar de Centrale Markt, waar de aanvoer van goederen per schip werd gecontroleerd.