Archief 745
Inventaris 745-378
Pagina 331
Dossier 7
Jaar 1942
Stadsarchief

Brief (verzoekschrift).

12 augustus 1942. Van: M. Hoeve, Zunderdorp B 40.

Origineel

Brief (verzoekschrift). 12 augustus 1942. M. Hoeve, Zunderdorp B 40. Zunderdorp 12 Aug 1942.
Aan de directeur der Centrale Markt te A’dam.

Weledele Heer.

Langs deze weg verzoekt ondergetekende M Hoeve Zunderdorp B 40 beleefd monopolie te kunnen krijgen voor het verzamelen van groenteafval op de markt.
Ter motiveering diene het volgende:
Ik heb allang de afval opgezocht op de markt reeds ten tijde van de afvalschuit der kunstmatige drogerij. Momenteel had ik een vergunning van de adjunct bedrijfsleider. Echter, deze is ingetrokken op aandringen van Corbet de schillenboer wien wien de markt is aangewezen door het afvallenbesluit. Trots dat hij geen nadeel heeft van mij want hij verlaat de markt om half tien en ik kom pas later omdat ik de afval niet verkoop maar aanwent voor eigen koeien. Daarom laad ik ook op alles wat een weinig vuil of verlebt is. Immers wat de koeien niet lusten is toch nuttig voor mest. Corbet echter verkoopt zijn afval voor huisafval. Hij werkt de groenteafval door de afval van de schillenwijk en verkoopt het voor ƒ 1,25 per 100 kg. de officieele prijs voor schillen. Daardoor verzamelt hij ’s morgens een handkar vol van de mooiste en schoonste afval en verlaat dan om ’t tien de markt om dan niet meer terug te komen. Ik verzamelde daarna dan nog een paardenvracht. Maar nu ik niet meer op de markt mag komen verdwijnt dit nuttige voedsel in de vuilnisschuit. Dit is toch in strijd met het economisch belang. Moeten we niet alles wat voedsel is benutten en gebruiken? Anderzijds is het mij veel meer waard dan Corbet omdat ik er veel meer uithaal. Daarom wil ik het graag van u pachten en dit is in overleg met mijnheer Steenbeek de bedoeling van dit schrijven. Mijnheer Steenbeek adviseerde mij nu ook een bedrag te noemen waarvoor ik het wil pachten. Dit is voor mij niet zo gemakkelijk vast te stellen. Liever had ik dat mij een prijs gevraagd werd.
Maar afin, ik meen goed te doen door alvast met een bod voor de dag te komen en stel voor ƒ 2,50 x 52 = ƒ 130 per jaar te bieden. Dus ik betaal u dan ƒ 130 vooruit en heb dan een jaar lang alle marktafval. Had u een hooger bedrag gedacht en meent u dat dat het waard is laten wij dan samen een prijs bespreken naar beider genoegen. In deze brief verzoekt veehouder M. Hoeve uit Zunderdorp om het exclusieve recht (pacht) om groenteafval te mogen verzamelen op de Centrale Markt in Amsterdam. De kern van zijn betoog is een conflict met een zekere Corbet, een 'schillenboer'.

Hoeve voert aan dat zijn methode efficiënter en economisch waardevoller is:
1. Gebruikswaarde: Waar Corbet alleen de 'mooiste' resten selecteert voor de verkoop als officieel 'schillen' (veevoer), gebruikt Hoeve alles voor zijn eigen koeien of als mest.
2. Tijdstip: Hoeve stelt dat hij Corbet niet in de weg loopt, omdat hij pas komt nadat Corbet de markt al verlaten heeft.
3. Verspilling: Hij wijst op de morele en economische onjuistheid van het weggooien van bruikbaar materiaal in de 'vuilnisschuit'.
4. Financieel bod: Hij biedt een concreet pachtbedrag van 130 gulden per jaar (gebaseerd op 2,50 gulden per week) om de situatie te formaliseren.

De schrijfstijl is beleefd doch direct, typerend voor een ondernemende boer die zijn recht tracht te halen bij een stedelijke autoriteit. De datum van de brief, 12 augustus 1942, is cruciaal voor het begrip van de tekst. Nederland bevindt zich midden in de Duitse bezetting tijdens de Tweede Wereldoorlog. In deze periode heerste er grote schaarste aan voedsel en grondstoffen.

  • Afvallenbesluit: De overheid (onder toezicht van de bezetter) stelde strikte regels op voor het inzamelen van afval en schillen om de voedselvoorziening en de veestapel zo efficiënt mogelijk te beheren.
  • Voedselverspilling: De opmerking "Dit is toch in strijd met het economisch belang. Moeten we niet alles wat voedsel is benutten?" resoneert sterk met de toenmalige propaganda van de overheid om niets verloren te laten gaan.
  • Centrale Markthallen: De markt aan de Jan van Galenstraat was het kloppend hart van de Amsterdamse voedseldistributie. Toegang hiertoe en de rechten op de 'bijproducten' waren van groot overlevingsbelang voor boeren uit de directe omgeving van de stad, zoals uit Zunderdorp (Landelijk Noord).

Samenvatting

In deze brief verzoekt veehouder M. Hoeve uit Zunderdorp om het exclusieve recht (pacht) om groenteafval te mogen verzamelen op de Centrale Markt in Amsterdam. De kern van zijn betoog is een conflict met een zekere Corbet, een 'schillenboer'.

Hoeve voert aan dat zijn methode efficiënter en economisch waardevoller is:
1. Gebruikswaarde: Waar Corbet alleen de 'mooiste' resten selecteert voor de verkoop als officieel 'schillen' (veevoer), gebruikt Hoeve alles voor zijn eigen koeien of als mest.
2. Tijdstip: Hoeve stelt dat hij Corbet niet in de weg loopt, omdat hij pas komt nadat Corbet de markt al verlaten heeft.
3. Verspilling: Hij wijst op de morele en economische onjuistheid van het weggooien van bruikbaar materiaal in de 'vuilnisschuit'.
4. Financieel bod: Hij biedt een concreet pachtbedrag van 130 gulden per jaar (gebaseerd op 2,50 gulden per week) om de situatie te formaliseren.

De schrijfstijl is beleefd doch direct, typerend voor een ondernemende boer die zijn recht tracht te halen bij een stedelijke autoriteit.

Historische Context

De datum van de brief, 12 augustus 1942, is cruciaal voor het begrip van de tekst. Nederland bevindt zich midden in de Duitse bezetting tijdens de Tweede Wereldoorlog. In deze periode heerste er grote schaarste aan voedsel en grondstoffen.

  • Afvallenbesluit: De overheid (onder toezicht van de bezetter) stelde strikte regels op voor het inzamelen van afval en schillen om de voedselvoorziening en de veestapel zo efficiënt mogelijk te beheren.
  • Voedselverspilling: De opmerking "Dit is toch in strijd met het economisch belang. Moeten we niet alles wat voedsel is benutten?" resoneert sterk met de toenmalige propaganda van de overheid om niets verloren te laten gaan.
  • Centrale Markthallen: De markt aan de Jan van Galenstraat was het kloppend hart van de Amsterdamse voedseldistributie. Toegang hiertoe en de rechten op de 'bijproducten' waren van groot overlevingsbelang voor boeren uit de directe omgeving van de stad, zoals uit Zunderdorp (Landelijk Noord).

Kooplieden in dit dossier 78

Abraham Cosman plaatsgeld Mei.
A. van Velzen F.J. Beugel & Zn.
A. van Velzen Uilenburg N.Uilenburgerstr.
A. van Velzen huur Mei.
A. Wijnschenk Waterlooplein
B. Moffie 7 md = 583.33 —
B. Moffie J.H. ter Punt
B. Moffie Waterlooplein
B. Polak. Uilenburg Diezestr.10 / Tilanusstr.78
B. Thijn Uilenburg Wielingenstr.18 / Cillierstr.6
D. Appelboom huur Mei.
D. Appelboom Rapenburgerstr.185
E. Brasem Waterlooplein Waterlooplein 25 / Waterlooplein 25
E. Pach-Schellevis Uilenburg
Expediteurs(waaronder begrepen de overkruiers)
Gebr.Cosman Waterlooplein
G. Hagenaar Waterlooplein Vrolikstraat 56 / Retiefstraat 21
Gebr.Meents Uilenburg Amstellaan 57
C. Meentz 7 md 291.66 -
C. Meentz J.J. Griffioen
Gebr.Rodenburg Waterlooplein
H. Krant Waterlooplein Eemstr.60 / Eemstraat 9
H. Krant id.
H. Meents Waterlooplein Retiefstr.12 / Retiefstr.12
H. Meentz id.
H. Meentz 7 md 291.66
H. Meentz plaatsgeld:
H. de Rooy 7 md = 437.50 —
Alle 78 kooplieden →

Gerelateerde Documenten 6