Ambtelijke brief/memorandum betreffende de ontbinding van een huurcontract.
Origineel
Ambtelijke brief/memorandum betreffende de ontbinding van een huurcontract. Onderwerp:
ontbinding huurcontract
e. m. J. R. Koffij.
37/84/1 M.W. e. m.
Hiermede heb ik de eer U te berich-
ten, dat de bewindvoerder van den joodschen grossier
J. R. Koffij der C.M., die pakhuis E. 8 op de E.M.
had gehuurd voor de periode van 1 April 1942
tot en met 31 Maart 1943 ad f 800.- p. j., mij
het verzoek heeft gedaan, bedoeld contract m.i.v.
1 Juni 1942 te ontbinden, in verband met
liquidatie der zaak.
Ik moge U beleefd verzoeken, wel-
te willen bevorderen, dat de betreffende over-
eenkomst op vorenvermelden datum
door den Burgemeester wordt ontbonden.
(Getekend met een onleesbaar initiaal/paraaf) * Kernboodschap: De afdeling Marktwezen verzoekt de burgemeester om formeel akkoord te gaan met de voortijdige beëindiging van het huurcontract van pakhuis E. 8.
* Juridische status: Het bedrijf van J.R. Koffij staat onder beheer van een "bewindvoerder". Dit duidt op de ontneming van de beschikkingsbevoegdheid van de oorspronkelijke eigenaar.
* Financiële details: De jaarhuur bedroeg 800 gulden. Het contract liep oorspronkelijk tot maart 1943, maar de liquidatie van het bedrijf maakt eerdere ontbinding noodzakelijk.
* Terminologie: Het expliciete gebruik van de term "joodschen grossier" is typerend voor de administratieve uitsluiting en registratie tijdens de bezettingsjaren. Dit document is een direct gevolg van de anti-Joodse maatregelen tijdens de Duitse bezetting van Nederland (1940-1945). Vanaf 1941 werden Joodse bedrijven onder dwangbeheer gesteld van zogeheten Verwalters (bewindvoerders). Het doel hiervan was de "Arisering" of, zoals in dit geval, de liquidatie van Joodse ondernemingen.
De "Centrale Markt" (C.M.) in Amsterdam was een belangrijke spil in de voedselvoorziening waar veel Joodse handelaren werkzaam waren. Veel van deze ondernemers werden uit hun functies gezet en hun voorraden en panden werden geconfisqueerd of de huur werd opgezegd ten gunste van de gemeente of niet-Joodse partijen. Dit specifieke document legt een stap vast in het verdwijnen van de firma J.R. Koffij uit het economische leven van de stad. J.R. Koffij R. Koffij Marktwezen
Samenvatting
- Kernboodschap: De afdeling Marktwezen verzoekt de burgemeester om formeel akkoord te gaan met de voortijdige beëindiging van het huurcontract van pakhuis E. 8.
- Juridische status: Het bedrijf van J.R. Koffij staat onder beheer van een "bewindvoerder". Dit duidt op de ontneming van de beschikkingsbevoegdheid van de oorspronkelijke eigenaar.
- Financiële details: De jaarhuur bedroeg 800 gulden. Het contract liep oorspronkelijk tot maart 1943, maar de liquidatie van het bedrijf maakt eerdere ontbinding noodzakelijk.
- Terminologie: Het expliciete gebruik van de term "joodschen grossier" is typerend voor de administratieve uitsluiting en registratie tijdens de bezettingsjaren.
Historische Context
Dit document is een direct gevolg van de anti-Joodse maatregelen tijdens de Duitse bezetting van Nederland (1940-1945). Vanaf 1941 werden Joodse bedrijven onder dwangbeheer gesteld van zogeheten Verwalters (bewindvoerders). Het doel hiervan was de "Arisering" of, zoals in dit geval, de liquidatie van Joodse ondernemingen.
De "Centrale Markt" (C.M.) in Amsterdam was een belangrijke spil in de voedselvoorziening waar veel Joodse handelaren werkzaam waren. Veel van deze ondernemers werden uit hun functies gezet en hun voorraden en panden werden geconfisqueerd of de huur werd opgezegd ten gunste van de gemeente of niet-Joodse partijen. Dit specifieke document legt een stap vast in het verdwijnen van de firma J.R. Koffij uit het economische leven van de stad.