Archief 745
Inventaris 745-378
Pagina 367
Dossier 68
Jaar 1942
Stadsarchief

Dienstbrief / Ambtelijke correspondentie

31 juli 1942 Van: De Directeur (waarnemend) van de Centrale Markt Aan: De Wethouder voor de Levensmiddelen te Amsterdam

Origineel

Dienstbrief / Ambtelijke correspondentie 31 juli 1942 De Directeur (waarnemend) van de Centrale Markt De Wethouder voor de Levensmiddelen te Amsterdam [Handgeschreven in blauwe inkt, rechtsboven:]
ter. M. Müller

[Handgeschreven in blauwe inkt, midden boven:]
Munder 31/7-42

[Getypte tekst:]
VB/HB.

den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .

37/84/1 M. 31 Juli 1942.

ontbinding huurcontract
Centrale Markt fa.M. van Loggem-

      Hiermede heb ik de eer U te berichten, dat de bewindvoerder

van den Joodschen grossier M.v.Loggem der Centrale Markt, die pak-
huis E.8 op de Centrale Markt had gehuurd voor de periode van 1
April 1942 tot en met 31 Maart 1943 ad. ƒ 800,- per jaar, mij het
verzoek heeft gedaan, bedoeld contract met ingang van 1 Juni 1942
te ontbinden, in verband met liquidatie der zaak.
Ik moge U beleefd verzoeken wel te willen bevorderen, dat
de betreffende overeenkomst met ingang van bovengenoemden datum
voor den Burgemeester wordt ontbonden.

                                    De Directeur,
                                    wnd. Dit document is een formele kennisgeving binnen het Amsterdamse gemeenteapparaat tijdens de Tweede Wereldoorlog. De waarnemend directeur van de Centrale Markt verzoekt de Wethouder voor de Levensmiddelen om een huurcontract officieel te laten ontbinden door de Burgemeester.

Het betreft pakhuis E.8, dat werd gehuurd door de "Joodschen grossier" M. van Loggem. De huurprijs bedroeg 800 gulden per jaar. Opvallend is dat het verzoek tot ontbinding niet komt van de eigenaar zelf, maar van een "bewindvoerder". De reden voor de ontbinding is de "liquidatie der zaak". De gevraagde ingangsdatum van de ontbinding is met terugwerkende kracht vastgesteld op 1 juni 1942. Het document dateert van 31 juli 1942, een cruciale en zwarte periode in de bezettingsgeschiedenis van Nederland. In deze maand begonnen de grootschalige deportaties van Joden vanuit Nederland naar de vernietigingskampen (het eerste transport uit Westerbork vertrok op 15 juli 1942).

De term "bewindvoerder" in combinatie met "Joodschen grossier" en "liquidatie" wijst direct op de anti-Joodse maatregelen van de bezetter. Joodse ondernemingen werden onder dwang onder toezicht gesteld van bewindvoerders (vaak 'Verwalters' genoemd), met als doel de onteigening, verkoop aan niet-Joden ('arisering') of, zoals in dit geval, de liquidatie van het bedrijf.

Dit administratieve schrijven illustreert hoe de uitsluiting en beroving van Joodse burgers via de reguliere ambtelijke kanalen van de gemeente Amsterdam werd afgehandeld. Terwijl de menselijke tragedie van de Holocaust zich voltrok, werd de zakelijke afwikkeling van hun bezittingen — zoals het opzeggen van een pakhuis op de Centrale Markt — als een routineuze bureaucratische handeling behandeld.

Samenvatting

Dit document is een formele kennisgeving binnen het Amsterdamse gemeenteapparaat tijdens de Tweede Wereldoorlog. De waarnemend directeur van de Centrale Markt verzoekt de Wethouder voor de Levensmiddelen om een huurcontract officieel te laten ontbinden door de Burgemeester.

Het betreft pakhuis E.8, dat werd gehuurd door de "Joodschen grossier" M. van Loggem. De huurprijs bedroeg 800 gulden per jaar. Opvallend is dat het verzoek tot ontbinding niet komt van de eigenaar zelf, maar van een "bewindvoerder". De reden voor de ontbinding is de "liquidatie der zaak". De gevraagde ingangsdatum van de ontbinding is met terugwerkende kracht vastgesteld op 1 juni 1942.

Historische Context

Het document dateert van 31 juli 1942, een cruciale en zwarte periode in de bezettingsgeschiedenis van Nederland. In deze maand begonnen de grootschalige deportaties van Joden vanuit Nederland naar de vernietigingskampen (het eerste transport uit Westerbork vertrok op 15 juli 1942).

De term "bewindvoerder" in combinatie met "Joodschen grossier" en "liquidatie" wijst direct op de anti-Joodse maatregelen van de bezetter. Joodse ondernemingen werden onder dwang onder toezicht gesteld van bewindvoerders (vaak 'Verwalters' genoemd), met als doel de onteigening, verkoop aan niet-Joden ('arisering') of, zoals in dit geval, de liquidatie van het bedrijf.

Dit administratieve schrijven illustreert hoe de uitsluiting en beroving van Joodse burgers via de reguliere ambtelijke kanalen van de gemeente Amsterdam werd afgehandeld. Terwijl de menselijke tragedie van de Holocaust zich voltrok, werd de zakelijke afwikkeling van hun bezittingen — zoals het opzeggen van een pakhuis op de Centrale Markt — als een routineuze bureaucratische handeling behandeld.

Kooplieden in dit dossier 78

Abraham Cosman plaatsgeld Mei.
A. van Velzen F.J. Beugel & Zn.
A. van Velzen Uilenburg N.Uilenburgerstr.
A. van Velzen huur Mei.
A. Wijnschenk Waterlooplein
B. Moffie 7 md = 583.33 —
B. Moffie J.H. ter Punt
B. Moffie Waterlooplein
B. Polak. Uilenburg Diezestr.10 / Tilanusstr.78
B. Thijn Uilenburg Wielingenstr.18 / Cillierstr.6
D. Appelboom huur Mei.
D. Appelboom Rapenburgerstr.185
E. Brasem Waterlooplein Waterlooplein 25 / Waterlooplein 25
E. Pach-Schellevis Uilenburg
Expediteurs(waaronder begrepen de overkruiers)
Gebr.Cosman Waterlooplein
G. Hagenaar Waterlooplein Vrolikstraat 56 / Retiefstraat 21
Gebr.Meents Uilenburg Amstellaan 57
C. Meentz 7 md 291.66 -
C. Meentz J.J. Griffioen
Gebr.Rodenburg Waterlooplein
H. Krant Waterlooplein Eemstr.60 / Eemstraat 9
H. Krant id.
H. Meents Waterlooplein Retiefstr.12 / Retiefstr.12
H. Meentz id.
H. Meentz 7 md 291.66
H. Meentz plaatsgeld:
H. de Rooy 7 md = 437.50 —
Alle 78 kooplieden →

Gerelateerde Documenten 6