Extract uit het Boek der Besluiten van de Burgemeester van Amsterdam.
Origineel
Extract uit het Boek der Besluiten van de Burgemeester van Amsterdam. [Linksboven, gestempeld en handgeschreven:]
№ 37/85/3 M. 1942 26/8
[Rechtsboven, handgeschreven:]
Marktw
[Onder linksboven, getypt:]
No. 55/18 L.M. 1942
[Linkermarge, handgeschreven:]
Genoteerd contr. boek en dip.
27/8-42 [initialen]
[Rechtsboven, getypt:]
Ontheffing marktgeld Joodsche firma Centrale Markt.
[Rechtsonder de titel, handgeschreven aantekeningen en parafen:]
m.v. Dir
Th Meussen [?]
Th Broem
[stempel/paraaf]
[Midden, getypt:]
E x t r a c t
uit het Boek der Besluiten
van den Burgemeester van Amsterdam,
Vrijdag, 14 Augustus 1942.
Op voorstel van den Wethouder voor de Levensmiddelen, Wasch- en schoonmaak-, bad- en zweminrichtingen wordt het volgende besluit genomen;
De Burgemeester van Amsterdam;
Gezien het rapport van den Directeur van het Marktwezen van 31 Juli 1942 No. 37/85/1 M;
Gelet op art. 10 van de Verordening op de Heffing van marktstandplaats- en ventgelden;
B e s l u i t :
op gronden van billijkheid aan de gewezen fa. B. Polak op de Centrale Markt ontheffing van marktgeld te verleenen tot een bedrag groot f. 208,30.
Afschrift van dit besluit zal worden gegeven aan de afdeelingen Levensmiddelen, Wasch- en schoonmaak-, bad- en zweminrichtingen (3 stuks) en Financiën (2 stuks).
FB.
[Onderaan, handgeschreven paraaf:]
vv
[Onderaan, getypt en gestempeld:]
Voor eensluidend extract,
de Gemeentesecretaris,
(get.) J. F. FRANKEN Dit document is een officieel uittreksel (extract) van een besluit genomen door de (door de bezetter benoemde) burgemeester van Amsterdam, Edward Voûte, in augustus 1942. Het betreft een administratieve afhandeling van openstaande schulden van een Joodse ondernemer.
De kern van het besluit is het verlenen van "ontheffing van marktgeld" (het kwijtschelden van marktkraamhuur of standplaatsgelden) ter waarde van 208,30 gulden. De reden hiervoor wordt omschreven als "op gronden van billijkheid". De term "gewezen fa. B. Polak" (voormalige firma) is hierbij cruciaal. Het duidt erop dat de firma op dat moment niet meer bestond of niet meer door de oorspronkelijke eigenaar werd gedreven.
De bureaucratische taal maskeert de gewelddadige realiteit van die tijd: Joodse ondernemers werden door nazi-verordeningen gedwongen hun bedrijven te sluiten of over te dragen aan 'ariërs' (Arisering). Omdat de firma Polak waarschijnlijk door deze maatregelen was opgehouden te bestaan of de toegang tot de markt was ontzegd, vond de gemeente het "billijk" om de nog openstaande pacht niet meer te innen. Het document toont hoe de uitsluiting van Joden uit het economische leven tot in de kleinste administratieve details werd vastgelegd door het Amsterdamse ambtenarenapparaat. In augustus 1942 was de Jodenvervolging in Nederland in een fatale fase beland. De grootschalige deportaties vanuit Amsterdam naar kamp Westerbork en vervolgens naar de vernietigingskampen in het oosten waren in juli 1942 begonnen.
Vóór die tijd waren Joodse burgers al systematisch uit het openbare en economische leven geweerd. Sinds eind 1941 was het Joden verboden om op reguliere markten te staan; zij werden verbannen naar specifieke "Jodenmarkten". De Centrale Markt in Amsterdam, een cruciaal distributiepunt voor voedsel, werd hiermee verboden terrein voor Joodse handelaren zoals B. Polak.
Dit document is een treffend voorbeeld van de 'banaliteit van het kwaad' binnen de bureaucratie: terwijl de eigenaren van dergelijke firma's werden gedeporteerd, hielden Amsterdamse ambtenaren zich nauwgezet bezig met de boekhoudkundige afwikkeling van hun standplaatsgelden, gebruikmakend van standaard verordeningen en procedures. De burgemeester in deze periode, Edward Voûte, werkte nauw samen met de Duitse bezetter, en de wethoudersposities waren inmiddels ingenomen door NSB'ers.