Interne ambtelijke notitie (waarschijnlijk Gemeente Amsterdam, afdeling Marktwezen of Grondzaken).
Origineel
Interne ambtelijke notitie (waarschijnlijk Gemeente Amsterdam, afdeling Marktwezen of Grondzaken). ons voorstel zie 31/7.42 no 37/85/1 m
is goed. Opzeg heeft plaats op 29/6.1942
zie 37/69/1 per 1 Juli 1942 schriftelijk opgezegd.
ons voorstel is in verband met vacantie te laat
ingediend, bovendien had in ons voorstel moeten staan, dat
opzegging op 29/6 1942 heeft plaats gevonden.
Een en ander is telef. aan mr. Ritsma en
Dr. Sander medegedeeld. Wethouder wilde echter
niet op zijn beslissing, om verbintenis per 1/7. 1942.
als ontbonden te beschouwen, terugkomen.
nu moet B. Polak ten onrechte 1 maand plaatsgeld
à f 41.67 betalen. Van deze vordering komt niets terecht;
Treuhander heeft geen geld van Polak in beheer.
m.i. zaak opnieuw aan Wethouder voor-
leggen en wijziging van besluit vragen.
Kunnen we toch niet doen!?
m.i. onderzoeken of zaak oninbaar is en
dan overdragen aan Afd. Proc. zaken.
(In de rechterkantlijn in rode inkt geschreven:)
juist
[onleesbare paraaf] De notitie legt een administratief geschil bloot betreffende de opzegging van een pacht- of huurovereenkomst van een zekere B. Polak. Vanwege een te laat ingediend voorstel (veroorzaakt door vakantie van ambtenaren) is de opzegging die op 29 juni 1942 plaatsvond, niet tijdig verwerkt. De wethouder weigert echter terug te komen op zijn besluit, waardoor Polak "ten onrechte" wordt aangeslagen voor een extra maand 'plaatsgeld' ter waarde van f 41,67.
De opsteller van de notitie uit zijn frustratie ("Kunnen we toch niet doen!?") en wijst op de praktische onmogelijkheid van inning: de Treuhander die het vermogen van Polak beheert, geeft aan geen middelen meer te hebben. Er wordt geadviseerd de zaak als oninbaar te verklaren en over te dragen aan de Afdeling Proceszaken. Dit document is een aangrijpend voorbeeld van de bureaucratische afhandeling van Joodse bezittingen tijdens de Duitse bezetting. Juli 1942 markeert de start van de grootschalige deportaties van Joden uit Nederland. De term 'Treuhander' verwijst naar de door de bezetter aangestelde beheerders die belast waren met de onteigening van Joodse bedrijven en vermogens.
De naam "B. Polak" is een veelvoorkomende Joodse familienaam. Terwijl het ambtelijke apparaat zich bezighoudt met de correcte verrekening van een relatief klein bedrag aan plaatsgeld, was de betreffende persoon waarschijnlijk al rechteloos gemaakt en mogelijk reeds gedeporteerd. Het feit dat de Treuhander "geen geld meer in beheer" heeft, is een indicatie dat de totale onteigening van Polak op dat moment al een voldongen feit was. B. Polak Gemeente Amsterdam Marktwezen
Samenvatting
De notitie legt een administratief geschil bloot betreffende de opzegging van een pacht- of huurovereenkomst van een zekere B. Polak. Vanwege een te laat ingediend voorstel (veroorzaakt door vakantie van ambtenaren) is de opzegging die op 29 juni 1942 plaatsvond, niet tijdig verwerkt. De wethouder weigert echter terug te komen op zijn besluit, waardoor Polak "ten onrechte" wordt aangeslagen voor een extra maand 'plaatsgeld' ter waarde van f 41,67.
De opsteller van de notitie uit zijn frustratie ("Kunnen we toch niet doen!?") en wijst op de praktische onmogelijkheid van inning: de Treuhander die het vermogen van Polak beheert, geeft aan geen middelen meer te hebben. Er wordt geadviseerd de zaak als oninbaar te verklaren en over te dragen aan de Afdeling Proceszaken.
Historische Context
Dit document is een aangrijpend voorbeeld van de bureaucratische afhandeling van Joodse bezittingen tijdens de Duitse bezetting. Juli 1942 markeert de start van de grootschalige deportaties van Joden uit Nederland. De term 'Treuhander' verwijst naar de door de bezetter aangestelde beheerders die belast waren met de onteigening van Joodse bedrijven en vermogens.
De naam "B. Polak" is een veelvoorkomende Joodse familienaam. Terwijl het ambtelijke apparaat zich bezighoudt met de correcte verrekening van een relatief klein bedrag aan plaatsgeld, was de betreffende persoon waarschijnlijk al rechteloos gemaakt en mogelijk reeds gedeporteerd. Het feit dat de Treuhander "geen geld meer in beheer" heeft, is een indicatie dat de totale onteigening van Polak op dat moment al een voldongen feit was.