Zakelijke brief / Administratieve correspondentie.
Origineel
Zakelijke brief / Administratieve correspondentie. Verwijst naar een missive van 18 augustus 1942; het document zelf is vermoedelijk kort daarna opgesteld (eind 1942). In de rechterbovenhoek staat een rood archiefkenmerk: "37/05/4". De Directeur van het Kantoor Stal op de Centrale Markt te Amsterdam. Den Heer L. H. Buys, bewindvoerder over Fa. B. Polak. den Heer L. H. Buys.
Bewindvoerder over Fa B. Polak
Kantoor Stal op
Centrale Markt
alhier
In aansluiting op de missive
van den Burgemeester van Amsterdam
d.d. 18 Augustus 1942. No 697. 4M 1942.
deel ik U mede, dat de Fa.
B. Polak, na aftrek van de aan
haar verleende ontheffing, voor
het bezetten van een plaats in de
hal gedurende het kalenderjaar
1942 verschuldigd was f 291.70
Zij heeft betaald " 250.03
Zoodat zij nog moet betalen f 41.67
Voor dit bedrag zal een dezer
dagen te Uwen kantore worden
gedisponieerd.
De Directeur.
[Onleesbare handtekening]
vy [in rood potlood]
[Linksonder:] V.B. * Taal en spelling: Het document is geschreven in het Nederlands met de toenmalige spelling (bijv. "den", "missive", "zoodat", "Uwen").
* Inhoud: De brief is een betalingsverzoek aan een bewindvoerder. De firma B. Polak had een schuld van 291,70 gulden voor een staanplaats op de Centrale Markt in 1942. Na een eerdere betaling van 250,03 gulden resteert een bedrag van 41,67 gulden. De directeur kondigt aan dat dit bedrag "gedisponieerd" zal worden (er zal een incasso of wissel worden aangeboden bij het kantoor van de bewindvoerder).
* Terminologie: "Gedisponieerd" is een verouderde boekhoudkundige term die aangeeft dat er over een bedrag beschikt gaat worden, vaak via een bank of incassoprocedure. Dit document stamt uit de periode van de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. De vermelding van een "Bewindvoerder" (Verwalter) over de firma B. Polak is historisch significant. De naam Polak duidt op een Joodse eigenaar. Vanaf 1941 werden Joodse bedrijven door de bezetter onder dwang onder het beheer van niet-Joodse bewindvoerders gesteld (geliquideerd of 'geariseerd').
De heer L.H. Buys trad in deze periode vaker op als bewindvoerder voor onteigende Joodse ondernemingen. Het document illustreert de kille, bureaucratische afhandeling van financiële zaken rondom ontnomen Joods bezit, waarbij zelfs kleine restbedragen voor marktplaatsen strikt werden ingevorderd door de gemeentelijke instanties (Centrale Markt) onder toezicht van de door de bezetter gecontroleerde burgemeester.