Archiefdocument
Origineel
22 augustus 1942. [Rechtsboven:]
$\rightarrow$ 22-8-42
J.H. Kalé - gebeld. - Toonde mij een kop-
ie van brief van Griffioen.
Reeke opgeroepen Hagen!
Reeke gebeld - erkende op de toe hand
stokken te hebben afgezet en op de
cell. verkocht. Kaarten ingeleverd. -
Zenden!
Sinds wanneer liggen deze
Kaarten ingeleverd. ~~en wat voor~~
~~effect op de straf. dat is~~
Steenbeek vrage.
14 dagen straf.
datum v. ingang
hoor ik nog
van v/d Steenbeek
&
zijn niet op C.B. geweest. 27/8 uur * Incident: Het document beschrijft een onderzoek naar een persoon genaamd Reeke, die heeft bekend 'stokken' (waarschijnlijk smokkelwaar zoals sigaretten of andere schaarse goederen) te hebben verhandeld binnen de cellen.
* Bewijslast: Er is sprake van ingeleverde 'kaarten' (mogelijk rantsoen- of identiteitskaarten) die als bewijs of onderdeel van de overtreding dienen. Er moet nog bij 'Steenbeek' nagevraagd worden sinds wanneer deze kaarten daar liggen.
* Sanctie: Voor de overtreding is een straf van 14 dagen vastgesteld. De exacte ingangsdatum hiervan is op het moment van schrijven nog niet bekend en hangt af van nadere informatie van Steenbeek.
* Verificatie: De laatste aantekening (gedateerd 27/8) vermeldt dat de betrokkenen niet op het 'C.B.' (Centraal Bureau) zijn verschenen. De notitie dateert uit de zomer van 1942, tijdens de Duitse bezetting van Nederland. De terminologie en de setting wijzen op een context van het gevangeniswezen of een politiebureau (mogelijk de Haagse politie, gezien de referentie naar 'Hagen' of een specifieke afdeling). De handel in goederen binnen cellen en het onreglementair bezit van kaarten waren in deze periode ernstige vergrijpen die vaak streng werden gesanctioneerd door zowel de Nederlandse politie als de bezetter. 'C.B.' verwijst in deze ambtelijke context doorgaans naar het Centraal Bureau van Politie. J.H. Kal Politie
Samenvatting
- Incident: Het document beschrijft een onderzoek naar een persoon genaamd Reeke, die heeft bekend 'stokken' (waarschijnlijk smokkelwaar zoals sigaretten of andere schaarse goederen) te hebben verhandeld binnen de cellen.
- Bewijslast: Er is sprake van ingeleverde 'kaarten' (mogelijk rantsoen- of identiteitskaarten) die als bewijs of onderdeel van de overtreding dienen. Er moet nog bij 'Steenbeek' nagevraagd worden sinds wanneer deze kaarten daar liggen.
- Sanctie: Voor de overtreding is een straf van 14 dagen vastgesteld. De exacte ingangsdatum hiervan is op het moment van schrijven nog niet bekend en hangt af van nadere informatie van Steenbeek.
- Verificatie: De laatste aantekening (gedateerd 27/8) vermeldt dat de betrokkenen niet op het 'C.B.' (Centraal Bureau) zijn verschenen.
Historische Context
De notitie dateert uit de zomer van 1942, tijdens de Duitse bezetting van Nederland. De terminologie en de setting wijzen op een context van het gevangeniswezen of een politiebureau (mogelijk de Haagse politie, gezien de referentie naar 'Hagen' of een specifieke afdeling). De handel in goederen binnen cellen en het onreglementair bezit van kaarten waren in deze periode ernstige vergrijpen die vaak streng werden gesanctioneerd door zowel de Nederlandse politie als de bezetter. 'C.B.' verwijst in deze ambtelijke context doorgaans naar het Centraal Bureau van Politie.