Getypt ambtelijk rapport.
Origineel
Getypt ambtelijk rapport. 18 november 1942. De controleur van de Centrale Markt (ondertekend, mogelijk J.F. Pathuis). Den Heer Bedrijfschef van de Centrale Markt. № 37/133/2 M. 1942 19/11
R A P P O R T.
In aansluiting op mijn rapport van 6 November 1942, No 37/133/1M kan ik U het volgende rapporteeren: Sinds eenige dagen heb ik Hesseling nagegaan. Zooals uit mijn vorig rapport is gebleken koopt Hesseling bij drie grossiers, o.a. Beugel Louritz en Franken. Beugel en Lourits waren voorheen grossiers, die speciaal fruit verkochten. Deze grossiers hebben een kleine toewijzing voor groente. Nu krijgt Hesseling van voornoemde grossiers groente, doch dát is weinig. Meerdere malen is door mij geconstateerd dat er op de driewieler van Hesseling bij het verlaten van de Centrale Markt zich maar eenige kisten met groente bevonden, o.a. andijvie en groene of witte kool.
Amsterdam 18 November 1942
de controleur,
[Handtekening: J. F. Pathuis]
Den Heer Bedrijfschef
van de Centrale Markt.
[Handtekening linksonder: Gezien / G.f.b.] Het document is een kort, zakelijk rapport waarin een controleur verslag uitbrengt van zijn observaties betreffende de handelsactiviteiten van een zekere "Hesseling" op de Centrale Markt in Amsterdam. De kern van het rapport is het vaststellen of de fysieke hoeveelheid goederen die Hesseling vervoert overeenkomt met de officiële papieren werkelijkheid (de "toewijzingen").
De controleur merkt op dat de grossiers waarbij Hesseling inkoopt (Beugel, Louritz en Franken) van oorsprong fruithandelaren zijn en daarom slechts over een beperkte legale toewijzing voor groenten beschikken. De observatie dat Hesseling slechts enkele kisten kool en andijvie op zijn driewieler vervoert, dient waarschijnlijk als bewijs dat er op dat moment geen sprake is van grootschalige onregelmatigheden of illegale handel boven de toegestane quota. Het rapport getuigt van de strikte controle op de distributieketen van voedsel tijdens deze periode. Dit rapport is geschreven in november 1942, midden in de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. In deze periode was de schaarste aan voedsel groot en was vrijwel alles op de bon (gerantsoeneerd).
De Centrale Markt in Amsterdam (gelegen aan de Jan van Galenstraat) was het knooppunt voor de voedselvoorziening van de stad. Om de distributie te beheersen en de zwarte markt tegen te gaan, stonden alle transacties onder streng toezicht van controleurs. Handelaren waren gebonden aan strikte "toewijzingen" (quota).
Dergelijke rapportages waren essentieel voor het bureaucratische apparaat om toezicht te houden op de stroom van schaarse goederen en om eventuele economische delicten op te sporen. De vermelding van "andijvie en groene of witte kool" reflecteert het beperkte aanbod van typische wintergroenten die op dat moment in de oorlog nog relatief beschikbaar waren voor de lokale bevolking.