Getypte brief met handgeschreven aantekeningen en parafen.
Origineel
Getypte brief met handgeschreven aantekeningen en parafen. 12 november 1942. H. J. G. Wubben, Import-Groothandel-Export (gevestigd in Den Haag en Amsterdam). Directie van het Marktwezen te Amsterdam. IMPORT — GROOTHANDEL — EXPORT
BANANEN - ZUIDVRUCHTEN - BUITENLANDSCH FRUIT - HOLLANDSCH FRUIT - GROENTEN - CONSERVEREN EN ANDERE PRODUCTEN
H. J. G. WUBBEN
PAKHUIZEN: DEN HAAG, GROENTE- EN FRUITMARKT 42 - TEL. 337610-337144 - AMSTERDAM, CENTRALE MARKT H 27 - POSTREKENING 247200
№ 37/135/1 M. 1942 14/11 [stempel]
DEN HAAG, 12 November 1942.
Marktweg 359
Tel. 337610
mr. dW [handgeschreven]
Aan de
Directie van het Marktwezen
te Amsterdam
Weled. Heer,
Sinds de mobilisatie is ondergeteekende van Uw markt verdwenen als grossier en huurder van één Uwer pakhuizen nl. no 27 in de hal.
Ongeveer 4 of 5 maanden voordat de mobilisatie hier ter lande werd afgekondigd, heeft hij ondergeteekende nog een aanzienlijke uitbreiding gemaakt in genoemd pakhuis in de hal, waarmede zeer hooge kosten gepaard gingen. Aanvankelijk had hij in dit pakhuis met zolders drie bananencellen ingericht, in April '39 is dit uitgebreid tot 8 naar de eischen des tyds ingerichte rypkamers.
In Augustus '39 werd hij opgeroepen voor zijn militaire dienstplicht te vervullen en was zoodoende genoodzaakt de huur van het pand op te zeggen. Toen nog eenig geloof hebbende dat deze mobilisatie maar voor korten duur was, heeft hij niet direct de met zorg gemaakte inrichting laten sloopen. Tegen het einde van dat jaar ('39) is dit toch geschied en zijn dure uitgaven van uitbreiding der zaak viel onder de sloopershamer.
In verband met een en ander is zijn verzoek deze:
1o kan hij weer beschikking krijgen over een pakhuis of standplaats in de hal van Centrale Markt?
2o bestaat de mogelykheid de toewijzing van punten te kunnen krijgen van één of meer vroegere joden-zaken?
Dit laatste omreden hij voor den oorlog den handel dreef hoofdzakelyk in versche zuidvruchten en nu op binnenlandsche producten ~~ben~~ aangewezen. Terwijl het basis-jaar voor verdeeling dezer producten juist 1939-'40 is, welk jaar hij zijn militaire plichten vervulde. Anderen welke ook voorheen in zuidvruchten deden en vrij waren van mil. dienst konden zich direct in '39-'40 aanpassen op de binnenlandsche handel en hebben zoodoende nu een behoorlijk aantal punten toegewezen gekregen. Terwijl ondergeteekende toen hij uit dienst kwam de producten reeds in de verdeeling kwamen en vrije inkoop niet meer mogelyk was.
Hij vertrouwt, dat het in Uw vermogen ligt, wat krom is recht te maken en zijn plaats als grossier op de Amsterdamsche markt, welke hem toekomt, te doen wederkeeren.
't Welk doende,
IMPORT-GROOTHANDEL-EXPORT
H. J. G. WUBBEN
[handtekening]
K 1130 [linksonder]
37 [rechtsonder] De brief schetst de situatie van een handelaar die door de mobilisatie in 1939 gedwongen werd zijn bedrijfsvoering op de Amsterdamse Centrale Markt te staken. Wubben had kort voor de oorlog fors geïnvesteerd in moderne rijpkamers voor bananen, die uiteindelijk verloren zijn gegaan. Hij voert aan dat hij benadeeld is ten opzichte van concurrenten die niet in militaire dienst hoefden en daardoor hun bedrijf konden aanpassen aan de veranderde marktomstandigheden (van import- naar binnenlandse handel).
Opmerkelijk en moreel beladen is punt 2 van zijn verzoek. Wubben vraagt expliciet om de "punten" (handelsrechten) van "vroegere jodenzaken". Dit illustreert hoe de onteigening en uitsluiting van Joodse ondernemers tijdens de bezetting (de zgn. aritisering) door andere ondernemers werd gezien als een kans of zelfs als een vorm van "compensatie" voor eigen tegenslag. Tijdens de Tweede Wereldoorlog stond de Amsterdamse Centrale Markt onder streng toezicht van zowel de Nederlandse autoriteiten als de Duitse bezetter. De distributie van schaarse goederen werd geregeld via een puntensysteem. Vanaf 1941 werden Joodse handelaren stelselmatig van de markt geweerd en hun bedrijven onteigend of geliquideerd. Deze brief is een direct bewijs van de opportunistische houding die sommige niet-Joodse handelaren aannamen ten aanzien van deze 'vrijgekomen' rechten en locaties. De terminologie "wat krom is recht te maken" is in dit verband bijzonder wrang, aangezien de afzender het herstel van zijn eigen positie belangrijker vindt dan de wijze waarop die handelsrechten beschikbaar zijn gekomen.