Handgeschreven conceptbrief of interne notitie.
Origineel
Handgeschreven conceptbrief of interne notitie. 23 november 1942 (afgeleid van de datering onderaan en de tekst). Een onbekende ambtenaar of beheerder (geparafeerd, mogelijk "JDS"). A/H. J. P. Wubben
N.a.v. Uw brief d.d. 12 November j.l.
bericht ik U, dat ik Uw naam voorloopig op
een sollicitantenlijst van gegadigden van een
pakhuis of plaats op de Centrale Markt heb doen
plaatsen.
Overigens dient U zich met Uw verzoek
ter verkrijging van fruit te wenden tot het bedrijf-
schap voor groenten en fruit te 's Gravenhage,
hetgeen evenals de [doorgehaald: behandeling?] het geven van
punten of toewijzing van voormalige joodsche zaken
niet ter beoordeeling van mijn dienst ligt.
[paraaf]
37/135/2 23/11 '42 De brief is een zakelijke reactie op een verzoek van J.P. Wubben. De afzender bevestigt dat Wubben op een wachtlijst is geplaatst voor een plek of pakhuis op de Centrale Markt (waarschijnlijk de Centrale Markthal in Amsterdam).
De kern van de brief ligt in de tweede alinea, waar de afzender zijn bevoegdheden afbakent. Hij verwijst de aanvrager voor de toewijzing van fruit naar het Bedrijfschap voor Groenten en Fruit in Den Haag. De meest historisch significante passage is de expliciete vermelding dat de afzender niet gaat over de "toewijzing van voormalige joodsche zaken" of het toekennen van "punten" (distributiepunten/vergunningen) daarvoor. Dit duidt op de bureaucratische afhandeling van geconfisqueerd Joods bezit. Dit document stamt uit november 1942, midden in de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode was de "arisering" van de economie in volle gang: Joodse ondernemers waren gedwongen hun zaken op te geven, waarna deze werden geliquideerd of overgedragen aan niet-Joodse "gegadigden" via instanties zoals de Wirtschaftsprüfstelle.
De Centrale Markt in Amsterdam was een cruciaal knooppunt voor de voedselvoorziening. De brief illustreert hoe burgers en ondernemers probeerden te profiteren van de vrijgekomen plekken en middelen die door de bezetter van Joodse eigenaren waren afgenomen. De ambtelijke toon verhult de tragische realiteit van de onteigening die aan dergelijke "toewijzingen" voorafging. De vermelding van het "Bedrijfschap" past in de toenmalige ordening van het bedrijfsleven onder toezicht van de bezetter. J.P. Wubben P. Wubben Bedrijfschap
Samenvatting
De brief is een zakelijke reactie op een verzoek van J.P. Wubben. De afzender bevestigt dat Wubben op een wachtlijst is geplaatst voor een plek of pakhuis op de Centrale Markt (waarschijnlijk de Centrale Markthal in Amsterdam).
De kern van de brief ligt in de tweede alinea, waar de afzender zijn bevoegdheden afbakent. Hij verwijst de aanvrager voor de toewijzing van fruit naar het Bedrijfschap voor Groenten en Fruit in Den Haag. De meest historisch significante passage is de expliciete vermelding dat de afzender niet gaat over de "toewijzing van voormalige joodsche zaken" of het toekennen van "punten" (distributiepunten/vergunningen) daarvoor. Dit duidt op de bureaucratische afhandeling van geconfisqueerd Joods bezit.
Historische Context
Dit document stamt uit november 1942, midden in de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode was de "arisering" van de economie in volle gang: Joodse ondernemers waren gedwongen hun zaken op te geven, waarna deze werden geliquideerd of overgedragen aan niet-Joodse "gegadigden" via instanties zoals de Wirtschaftsprüfstelle.
De Centrale Markt in Amsterdam was een cruciaal knooppunt voor de voedselvoorziening. De brief illustreert hoe burgers en ondernemers probeerden te profiteren van de vrijgekomen plekken en middelen die door de bezetter van Joodse eigenaren waren afgenomen. De ambtelijke toon verhult de tragische realiteit van de onteigening die aan dergelijke "toewijzingen" voorafging. De vermelding van het "Bedrijfschap" past in de toenmalige ordening van het bedrijfsleven onder toezicht van de bezetter.