Doorslag van een getypte brief met handgeschreven kanttekening.
Origineel
Doorslag van een getypte brief met handgeschreven kanttekening. 24 november 1942. De waarnemend Directeur (vermoedelijk van de Centrale Markt of een gemeentelijke marktdienst in Den Haag). Den Heer H.J.G. Wubben, Marktweg 359, 's-Gravenhage. [Handgeschreven in potlood bovenin:]
Verzonden 24/11 42
[Rechtsboven:]
VB/HB.
[Adresblok:]
den Heer H.J.G.Wubben,
Marktweg 359,
's-Gravenhage.
[Kenmerk en datum:]
37/135/2 M. 24 November 1942.
[Inhoud:]
Naar aanleiding van Uw brief d.d.12 November j.l. bericht
ik U, dat ik Uw naam voorloopig op een sollictantenlijst van
gegadigden voor een pakhuis of plaats op de Centrale Markt
heb doen plaatsen.
Overigens dient U zich met Uw verzoek ter verkrijging van
punten te wenden tot den bedrijfsschap voor groenten en fruit
te 's-Gravenhage, hetgeen evenals het geven van punten of toe-
wijzingen van vroegere Joodsche zaken niet ter beoordeeling
van mijn dienst ligt.
De Directeur,
wnd. Deze brief is een zakelijke reactie op een verzoek van de heer Wubben om een pakhuis of standplaats op de Centrale Markt in Den Haag. De directeur van de betreffende dienst bevestigt dat de aanvrager op een sollicitantenlijst is geplaatst.
Cruciaal in de tweede alinea is de verwijzing naar de bevoegdheidsverdeling. De afzender geeft aan niet te gaan over de toewijzing van "punten" (waarschijnlijk handelspunten of vergunningen binnen het distributiestelsel) noch over de toewijzing van "vroegere Joodsche zaken". Hiervoor wordt verwezen naar het Bedrijfsschap voor Groenten en Fruit. Dit wijst op de bureaucratische afhandeling van de herverdeling van bezittingen die door de bezetter van Joodse eigenaren waren afgenomen. Het document dateert uit november 1942, midden in de Duitse bezetting van Nederland. De passage over "vroegere Joodsche zaken" plaatst de brief direct in de context van de 'arisering'. Tijdens de bezetting werden Joodse ondernemers gedwongen hun zaken op te geven. Deze bedrijven werden vervolgens geliquideerd of onder beheer gesteld van een Verwalter, waarna de panden of standplaatsen vaak vrijkwamen voor niet-Joodse gegadigden.
De brief illustreert hoe de reguliere ambtelijke instanties betrokken waren bij de administratieve afwikkeling van de onteigening van Joods bezit. De verwijzing naar het "bedrijfsschap" toont de invloed van de nieuwe ordening in het bedrijfsleven onder nationaalsocialistisch toezicht, waarbij productschappen en bedrijfsschappen een centrale rol speelden in de distributie en toewijzing binnen de markt. H.J.G. Wubben