Interne memo/notitie met diverse ambtelijke aantekeningen.
Origineel
Interne memo/notitie met diverse ambtelijke aantekeningen. Gedateerd 7 december 1942, met aanvullingen tot januari 1943. [Hoofdtekst, zwart:]
Bijgaand schrijven is door ondergetekende
onderzocht. Volgens controleur Postema is
er in de portiersloge geen brief van afzender
v/a Hul ontvangen.
De mogelijkheid bestaat, dat de postbode
de geadresseerde schipper niet heeft kunnen
vinden, dat hij toen de brief weer aan de
afzender heeft teruggestuurd.
L.M. 7-12-42
[Handtekening: Blom]
[Kanttekening midden-links, potlood:]
eventueel antw. van
schipper?
afgedaan ?
Jan. ’43
[Initialen: JvB(?)]
[Stempel midden-onder:]
No. 37 / 141 / 2M. 1943 [bijgeschreven:] 28/1
[Aantekening linksonder, potlood:]
x Beeren
Vraag Hul of hij
beantwoord is
tenzij mondeling
is afgedaan?
[Aantekening rechtsonder, rode inkt:]
In Nov. 42 zal Bedrijfschef
rapp Blom 7/12 ’42 op
28/1 ’43 binnenkomen.
Waaruit is vertraging
ontstaan?
Z.O.Z. Het document betreft een administratief onderzoek naar een vermiste brief. De hoofdtekst, geschreven door Blom op 7 december 1942, rapporteert dat een brief voor een zekere "schipper v/a Hul" niet is aangetroffen in de portiersloge. Blom suggereert dat de postbode de schipper mogelijk niet heeft kunnen vinden en de brief retour heeft gezonden naar de afzender.
Opmerkelijk is de administratieve traagheid die uit de rode aantekening blijkt: een rapportage van begin december 1942 is pas op 28 januari 1943 verwerkt of binnengekomen bij de betreffende afdeling. Dit roept vragen op bij de toezichthouder ("Waaruit is vertraging ontstaan?"). Er wordt tevens geopperd om bij de schipper zelf te informeren of de zaak wellicht al mondeling is afgehandeld. De afkorting "Z.O.Z." duidt erop dat er op de achterzijde van het originele document nog meer informatie staat. Het document dateert uit de periode van de Duitse bezetting van Nederland (december 1942 - januari 1943). De terminologie ("portiersloge", "schipper", "Bedrijfschef") en de strakke administratieve opvolging suggereren een context binnen een groot havenbedrijf, een scheepvaartmaatschappij of een overheidsinstelling belast met de binnenvaart (bijvoorbeeld in Rotterdam of Amsterdam). In deze periode was communicatie met schippers vaak lastig door de oorlogsomstandigheden en mobiliteitsbeperkingen. De nauwkeurige registratie van vertragingen in de correspondentie is kenmerkend voor de bureaucratische systemen uit die tijd. Postema (Controleur)
Samenvatting
Het document betreft een administratief onderzoek naar een vermiste brief. De hoofdtekst, geschreven door Blom op 7 december 1942, rapporteert dat een brief voor een zekere "schipper v/a Hul" niet is aangetroffen in de portiersloge. Blom suggereert dat de postbode de schipper mogelijk niet heeft kunnen vinden en de brief retour heeft gezonden naar de afzender.
Opmerkelijk is de administratieve traagheid die uit de rode aantekening blijkt: een rapportage van begin december 1942 is pas op 28 januari 1943 verwerkt of binnengekomen bij de betreffende afdeling. Dit roept vragen op bij de toezichthouder ("Waaruit is vertraging ontstaan?"). Er wordt tevens geopperd om bij de schipper zelf te informeren of de zaak wellicht al mondeling is afgehandeld. De afkorting "Z.O.Z." duidt erop dat er op de achterzijde van het originele document nog meer informatie staat.
Historische Context
Het document dateert uit de periode van de Duitse bezetting van Nederland (december 1942 - januari 1943). De terminologie ("portiersloge", "schipper", "Bedrijfschef") en de strakke administratieve opvolging suggereren een context binnen een groot havenbedrijf, een scheepvaartmaatschappij of een overheidsinstelling belast met de binnenvaart (bijvoorbeeld in Rotterdam of Amsterdam). In deze periode was communicatie met schippers vaak lastig door de oorlogsomstandigheden en mobiliteitsbeperkingen. De nauwkeurige registratie van vertragingen in de correspondentie is kenmerkend voor de bureaucratische systemen uit die tijd.