Ambtsbericht / Rapport van de Centrale Markt Amsterdam.
Origineel
Ambtsbericht / Rapport van de Centrale Markt Amsterdam. 16 december 1942. [Stempel linksboven:] Nº 37/155/1 M. 1942 12/12.
[Handgeschreven rechtsboven:] 2 [onleesbaar] V
R A P P O R T
Naar aanleiding van een schrijven van de afdeeling Algemeen Toezich leden van de N.S.B. afdeeling Gewest IV, betreffende F.J. van Sluis, geboren te Antwerpen 31 Januari 1911, wonende Utrechtschestraat 108 alhier, heb ik ingevolge Uw opdracht een onderzoek ingesteld waarbij het volgende is gebleken.
H. Doorman heeft op de Prinsengracht 808 een groentezaak. Hij is gehuwd geweest met W. Doorman-Brouwer. Dat was zijn tweede vrouw. Deze had reeds een zoon, namelijk bovengenoemde van Sluis, waarschijnlijk uit een vorig huwelijk. Doordat H. Doorman een Joddsch poelier had begunstigd is hij eenigeweken in Juli en Augustus van dit jaar door de Duitsche Autobiteiten in bewaring gesteld. Naar Doorman mij verklaarde zou Sluis een en ander hebben verraden met het oogmerk om in zijn zaak te komen. In den tijd, dat Doorman weg was, is zijn zaak waargenomen door zijn vrouw, die hierbij blijkbaar is bijgestaan door haar zoon. Naar Sluis mij verklaarde heeft hij tijdens de afwezigheid van Doorman eh op last van de Duitsche Autoriteiten (afd. Euterpestraat) een erkenning als kleinhandelaar aangevraagd. Men heeft toen niet aan Sluis, doch wel aan zijn moeder op 31 Augustus 1942 een erkenning uitgereikt onder K. 60918. Wel geeft Sluis met ingang van 1 Juli 1942 toegang verkregen tot de Centrale Markt als personeel van zijn moeder. Toen Doorman evenwel in Augustus weer vrijkwam en de zaak weer normaal kon doorgaan, heeft Sluis niet meer bij hem gewerkt. Zooals ik, rapporteur, van Doorman eh Sluis heb vernomen, is de moeder van Sluis op 11 November 1942 overleden. Sluis is toen blijkbaar in het bezit gekomen van haar erkenning. Hij verklaarde mij, dat hij getracht heeft op deze erkenning zaken te doen, doch waar hij op de Centrale Markt niet bekend was, werd hem door de grossiers ook niets geleverd. Hij zou toen eenige malen van verschillende kleinhandelaren fruit hebben overgenomen en dit in de stad hebben verkocht. Waar evenwel zijn pogen om zelf op de Centrale Markt bij grossiers inkoopen te kunnen doen, niet is gelukt, heeft hij, naar hij verklaarde, dezen handel weer opgegeven.
De erkenningskaart van zijn moeder, benevens de toegangskaart voor de Centrale Markt van Sluis heb ik bij dit rapport gevoegd. Bij informatie aan het Hoofdbureau van Politie alhier, is mij nog gebleken dat Sluis in 1934 zich ongeveer negen maal heeft schuldig gemaakt aan diefstal en terzake deze feiten door het Gerechtshof te Amsterdam is veroordeeld tot een gevangenisstraf van twee jaar en zes maanden.
Amsterdam, 16 Dec. 1942
De Contrôleur,
[Handtekening: S. Elth...]
Aan den Heer Bedrijfschef
der Centrale Markt.
[Handgeschreven annotaties onderaan:]
Wat moet hiermee gebeuren? HD
m.i. toegangskaart Sluis inleveren
Is inmiddels geregeld. Erkenning vervallen wegens overlijden van moeder. Dit document schetst een grimmig beeld van de opportunistische houding van sommige individuen tijdens de Duitse bezetting. F.J. van Sluis wordt door zijn stiefvader (H. Doorman) beschuldigd van verraad om de familiezaak over te kunnen nemen. Terwijl de stiefvader door de Duitsers was vastgezet (vanwege contacten met een "Joodse poelier"), probeerde Van Sluis via de beruchte Euterpestraat (het hoofdkwartier van de SD) een vergunning op eigen naam te krijgen.
Opmerkelijk is dat de Duitse instanties de vergunning niet aan hem gaven, maar aan zijn moeder. Na haar overlijden probeerde Van Sluis de handel voort te zetten, maar hij werd geboycot door de grossiers op de Centrale Markt, die hem blijkbaar niet vertrouwden of kenden. Het rapport eindigt met de onthulling van een aanzienlijk crimineel verleden van Van Sluis (negen veroordelingen voor diefstal), wat waarschijnlijk bedoeld is om zijn onbetrouwbaarheid te onderstrepen. 1. NSB-bemoeienis: De aanleiding van het rapport is een brief van de NSB (Gewest IV). De partij fungeerde tijdens de oorlog vaak als een soort parallelle opsporingsdienst die 'onregelmatigheden' of vermeend politiek ongewenst gedrag rapporteerde aan officiële instanties.
2. Euterpestraat: De vermelding van deze straat refereert aan het hoofdkwartier van de Sicherheitspolizei en Sicherheitsdienst in Amsterdam. Dat een kleinhandelaar zich daar meldt voor een erkenning, wijst op de directe inmenging van de bezetter in de lokale economie.
3. Jodenvervolging: De stiefvader, Doorman, werd gestraft omdat hij een Joodse poelier had "begunstigd". Dit paste in het beleid van de bezetter om Joden sociaal en economisch volledig te isoleren.
4. Centrale Markt: De Amsterdamse Centrale Markt (tegenwoordig Food Center Amsterdam) was een cruciaal distributiepunt voor voedsel. Tijdens de oorlog was de controle op wie daar mocht inkopen (via erkenningskaarten) extreem streng vanwege de schaarste en de zwarte handel.