Ambtelijk afschrift van een vergunningsvoorschrift.
Origineel
Ambtelijk afschrift van een vergunningsvoorschrift. 15 januari 1942. m. deze vergunning zal op eerste aanvraag aan alle ambtenaren van de
Politie en het Marktwezen ter inzage moeten worden overhandigd,zoo-
mede de kwitantie betreffende het betaalde standplaatsgeld over de
loopende,c.q. voorafgaande week.
Deze vergunning zal dadelijk aan het bureau van de 1e afdeeling
der 6e Politie-sectie en aan het hoofdkantoor van den Dienst van het
Marktwezen moeten worden vertoond en niet van kracht zijn,wanneer
niet tevens wordt vertoond een kwitantie,waaruit blijkt,dat het stand-
plaatsgeld over de loopende week is betaald.
z
Amsterdam, 15 Januari 1942.
De Burgemeester voornoemd,
(get.) voute
Leges f 1,-.
de Gemeentesecretaris,
(get.) J. F. FRANKEN
Voor eensluidend afschrift,
de Gemeentesecretaris,
[handtekening] J. F. Franken Dit document bevat de aanvullende voorwaarden (paragraaf 'm') die verbonden zijn aan een officiële vergunning, vermoedelijk voor een marktstandplaats in Amsterdam. De kern van de instructie is dat de vergunninghouder te allen tijde zowel de vergunning als een geldig betalingsbewijs (kwitantie) voor het standplaatsgeld moet kunnen tonen aan de politie of ambtenaren van de Dienst van het Marktwezen. Zonder bewijs van betaling voor de actuele week wordt de vergunning als ongeldig beschouwd.
Het betreft een "eensluidend afschrift", wat betekent dat dit een officieel gecertificeerde kopie is van het originele besluit. De leges voor dit document bedroegen 1 gulden. De vermelding van de "6e Politie-sectie" duidt op een specifieke administratieve onderverdeling van de Amsterdamse politie in die tijd. Het document dateert van januari 1942, een periode die valt onder de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. Edward Voûte was in deze periode de door de bezetter aangestelde regeringscommissaris/burgemeester van Amsterdam. J.F. Franken diende als gemeentesecretaris.
In deze oorlogsjaren was de administratieve controle op markten en handel zeer strikt, mede vanwege de schaarste aan goederen en de invoering van distributiesystemen. Bovendien werden in 1941 en 1942 specifieke beperkingen opgelegd aan Joodse marktkooplieden in Amsterdam (zoals de verplichte verhuizing naar specifieke "Joodse markten"). Hoewel deze tekst algemeen van aard lijkt over het betalen van standplaatsgeld, vormt het een radertje in de bureaucratische machine die de publieke ruimte en economische activiteit in bezet Amsterdam reguleerde. E.J. Voûte (Burgemeester) J.F. Franken (Gemeentesecretaris). Marktwezen Politie