Afschrift van een burgemeestersbesluit.
Origineel
Afschrift van een burgemeestersbesluit. Nº 39/65/85 M. 1042 20/5
Afschrift
No. 223 L. M. 194 2.
[Wapen van Amsterdam]
DE BURGEMEESTER VAN AMSTERDAM,
Heeft goedgevonden de aan
David Pach,
geboren 15 October 1897, wonende Gelderschekade 110 II, bij beschik-
king d.d. 26 Januari 1940 verleende vergunning tot het innemen van
een vaste standplaats ten verkoop van potplanten op den openbaren
weg, het verhoogde voetpad om het plantsoen op het Hoofddorpplein,
tegenover perceel No. 6, bij deze, gerekend te zijn ingegaan 13
Januari 1942, in te trekken.
VM
Amsterdam, 21 MEI 1942 1942.
De Burgemeester voornoemd,
(get.) voute
de Gemeentesecretaris,
(get.) J. F. FRANKEN
K 350 Dit document is een officieel afschrift van een besluit van de burgemeester van Amsterdam. In dit besluit wordt de vergunning ingetrokken die op 26 januari 1940 was verleend aan David Pach (geboren in 1897). De vergunning gaf hem het recht om een vaste standplaats in te nemen op het Hoofddorpplein voor de verkoop van potplanten.
De intrekking wordt met terugwerkende kracht effectief gesteld per 13 januari 1942. Het document is ondertekend (in kopie) door de toenmalige burgemeester E.J. Voûte en de gemeentesecretaris J.F. Franken. De paarse stempel "21 MEI 1942" geeft de datum van administratieve afhandeling aan. Dit document stamt uit de periode van de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. Burgemeester Edward Voûte was een collaborerende burgemeester, aangesteld door de bezetter.
De naam David Pach en zijn woonadres aan de Gelderschekade wijzen op een Joodse achtergrond. Tijdens de bezetting voerden de nazi's een systematisch beleid om Joden uit het economische leven te verdrijven. Het intrekken van markt- en standplaatsvergunningen van Joodse ondernemers was een veelvoorkomende maatregel in dit proces van uitsluiting en "Arisering". Dit document is een direct bewijs van de administratieve uitvoering van de Jodenvervolging op lokaal niveau in Amsterdam, waarbij Joodse burgers hun middelen van bestaan werden ontnomen. E.J. Vo J.F. Franken
Samenvatting
Dit document is een officieel afschrift van een besluit van de burgemeester van Amsterdam. In dit besluit wordt de vergunning ingetrokken die op 26 januari 1940 was verleend aan David Pach (geboren in 1897). De vergunning gaf hem het recht om een vaste standplaats in te nemen op het Hoofddorpplein voor de verkoop van potplanten.
De intrekking wordt met terugwerkende kracht effectief gesteld per 13 januari 1942. Het document is ondertekend (in kopie) door de toenmalige burgemeester E.J. Voûte en de gemeentesecretaris J.F. Franken. De paarse stempel "21 MEI 1942" geeft de datum van administratieve afhandeling aan.
Historische Context
Dit document stamt uit de periode van de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. Burgemeester Edward Voûte was een collaborerende burgemeester, aangesteld door de bezetter.
De naam David Pach en zijn woonadres aan de Gelderschekade wijzen op een Joodse achtergrond. Tijdens de bezetting voerden de nazi's een systematisch beleid om Joden uit het economische leven te verdrijven. Het intrekken van markt- en standplaatsvergunningen van Joodse ondernemers was een veelvoorkomende maatregel in dit proces van uitsluiting en "Arisering". Dit document is een direct bewijs van de administratieve uitvoering van de Jodenvervolging op lokaal niveau in Amsterdam, waarbij Joodse burgers hun middelen van bestaan werden ontnomen.