Getypte officiële kennisgeving (waarschijnlijk een doorslag of kantoorkopie).
Origineel
Getypte officiële kennisgeving (waarschijnlijk een doorslag of kantoorkopie). 9 maart 1942. De Directeur (van de Gemeentelijke Visafslag, vermoedelijk Amsterdam). Den Heer E. Peper, Rijnstraat 187, Amsterdam-Zuid. [Handgeschreven linksboven:] Verzonden 9/3
[Handgeschreven rechtsboven:] Vischmarkt
[Getypt rechtsboven:] HG.
den Heer E. Peper,
Rijnstraat 187,
Amsterdam-Zuid.
Wijk 22A.
46a/21/3 M.
9 Maart 1942.
Mij is gerapporteerd, dat U zich niet hebt gehouden aan de
bepalingen van het door de Nederlandsche Visscherijcentrale uitge-
vaardigde Reglement voor de verdeeling van visch in den Gemeentelijke
afslag, alhier.
Op grond van het bepaalde in artikel 7 van voornoemd Re-
glement sluit ik U mitsdien voor twee beurten van deze verdeeling uit
De Directeur, * **Inhoud:** De brief is een formele sanctie aan het adres van de heer E. Peper. Hem wordt medegedeeld dat hij voor twee beurten wordt uitgesloten van de visverdeling bij de gemeentelijke afslag. De reden hiervoor is een overtreding van het reglement van de Nederlandsche Visscherijcentrale.
- Toon: Zakelijk, autoritair en disciplinerend.
- Taalgebruik: Er wordt gebruikgemaakt van de toenmalige spelling (bijv. "Nederlandsche", "verdeeling", "visch").
- Sleutelfiguren: E. Peper (de gestrafte vishandelaar) en de directeur van de afslag. * Historische periode: De brief dateert uit maart 1942, tijdens de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog.
- Voedselvoorziening: Tijdens de bezetting stond de voedselvoorziening onder streng toezicht van de bezetter en collaborerende instanties. De Nederlandsche Visscherijcentrale (NVC) was een crisisorganisatie die de vangst en distributie van vis reguleerde via een strak distributiesysteem om de zwarte markt tegen te gaan en de export naar Duitsland te waarborgen.
- Locatie: De Rijnstraat in Amsterdam-Zuid lag in een buurt waar in die tijd veel Joodse Amsterdammers woonden. Uit archiefonderzoek (zoals de dossiers van het Joods Monument) blijkt dat Emanuel Peper (geboren in 1883), die op dit adres woonde, inderdaad vishandelaar was.
- Betekenis: Dit document illustreert de bureaucratische controle en de toenemende beperkingen voor (Joodse) ondernemers in bezet Amsterdam. Emanuel Peper en zijn echtgenote zijn later in de oorlog gedeporteerd en in 1943 vermoord in Sobibor. Dergelijke administratieve documenten vormen vaak de laatste sporen van de dagelijkse beroepsuitoefening van slachtoffers van de Holocaust voordat de grootschalige deportaties begonnen. E. Peper
Samenvatting
- Inhoud: De brief is een formele sanctie aan het adres van de heer E. Peper. Hem wordt medegedeeld dat hij voor twee beurten wordt uitgesloten van de visverdeling bij de gemeentelijke afslag. De reden hiervoor is een overtreding van het reglement van de Nederlandsche Visscherijcentrale.
- Toon: Zakelijk, autoritair en disciplinerend.
- Taalgebruik: Er wordt gebruikgemaakt van de toenmalige spelling (bijv. "Nederlandsche", "verdeeling", "visch").
- Sleutelfiguren: E. Peper (de gestrafte vishandelaar) en de directeur van de afslag.
Historische Context
- Historische periode: De brief dateert uit maart 1942, tijdens de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog.
- Voedselvoorziening: Tijdens de bezetting stond de voedselvoorziening onder streng toezicht van de bezetter en collaborerende instanties. De Nederlandsche Visscherijcentrale (NVC) was een crisisorganisatie die de vangst en distributie van vis reguleerde via een strak distributiesysteem om de zwarte markt tegen te gaan en de export naar Duitsland te waarborgen.
- Locatie: De Rijnstraat in Amsterdam-Zuid lag in een buurt waar in die tijd veel Joodse Amsterdammers woonden. Uit archiefonderzoek (zoals de dossiers van het Joods Monument) blijkt dat Emanuel Peper (geboren in 1883), die op dit adres woonde, inderdaad vishandelaar was.
- Betekenis: Dit document illustreert de bureaucratische controle en de toenemende beperkingen voor (Joodse) ondernemers in bezet Amsterdam. Emanuel Peper en zijn echtgenote zijn later in de oorlog gedeporteerd en in 1943 vermoord in Sobibor. Dergelijke administratieve documenten vormen vaak de laatste sporen van de dagelijkse beroepsuitoefening van slachtoffers van de Holocaust voordat de grootschalige deportaties begonnen.