Doorslag van een officiële brief/kennisgeving.
Origineel
Doorslag van een officiële brief/kennisgeving. 1 Mei 1942. De Directeur (vermoedelijk van de Gemeentelijke Visafslag Amsterdam). (Handgeschreven in blauw:) Verzonden 1/5
HG.
46A/52/3 M. 1 Mei 1942.
Mij is gerapporteerd, dat U zich op 10 April jl. niet hebt gehouden aan de bepalingen van het door de Nederlandsche Visscherijcentrale uitgevaardigde Reglement voor de verdeeling van visch in den Gemeentelijken afslag, alhier.
Op grond van het bepaalde in artikel 7 van voornoemd Reglement sluit ik U mitsdien voor onbepaalden tijd van deze verdeeling uit.
De Directeur,
gezonden aan:
— C.C. Huisman, Tuinstraat ~~52~~ 70 II
K. Jansen, 3e Goudsbloemdwarsstraat 12
— F. Jansen, Warmoesstraat 51
L. Jansen, Prinsengracht 8 I Dit document is een officiële strafmaatregel uit de Tweede Wereldoorlog. Vier personen (waarschijnlijk visboeren of handelaren) worden door de directeur van de visafslag voor onbepaalde tijd uitgesloten van de visdistributie. De reden hiervoor is een overtreding van het reglement van de Nederlandsche Visscherijcentrale op 10 april 1942.
Opmerkelijk is dat drie van de vier personen dezelfde achternaam (Jansen) dragen, wat kan duiden op een familiebedrijf of een gezamenlijke actie. De adressen bevinden zich allemaal in het centrum van Amsterdam (Jordaan, Warmoesstraat, Prinsengracht), wat bevestigt dat de "Gemeentelijken afslag, alhier" verwijst naar de Amsterdamse vismarkt. De doorgehaalde en gecorrigeerde adressen en de handgeschreven verzenddatum zijn typische kenmerken van een administratief archiefstuk. Tijdens de Duitse bezetting van Nederland was de voedselvoorziening strikt gereguleerd via een distributiesysteem. De Nederlandsche Visscherijcentrale (NVC) werd door de bezetter opgericht om de gehele visketen te beheersen. Overtredingen van de distributieregels, zoals het buiten de afslag om verhandelen van vis of het niet naleven van prijsvoorschriften (zwarte handel), werden streng bestraft.
Uitsluiting van de afslag betekende in feite een beroepsverbod, aangezien er langs legale weg geen vis meer verkregen kon worden voor de verkoop. Dergelijke maatregelen waren bedoeld om de grip op de schaarse voedselmiddelen te behouden en de zwarte markt in te dammen. De datum, mei 1942, valt in een periode waarin de tekorten in Nederland nijpender begonnen te worden en de controle door de bezettingsautoriteiten en hun instanties werd opgevoerd. C.C. Huisman F. Jansen K. Jansen L. Jansen
Samenvatting
Dit document is een officiële strafmaatregel uit de Tweede Wereldoorlog. Vier personen (waarschijnlijk visboeren of handelaren) worden door de directeur van de visafslag voor onbepaalde tijd uitgesloten van de visdistributie. De reden hiervoor is een overtreding van het reglement van de Nederlandsche Visscherijcentrale op 10 april 1942.
Opmerkelijk is dat drie van de vier personen dezelfde achternaam (Jansen) dragen, wat kan duiden op een familiebedrijf of een gezamenlijke actie. De adressen bevinden zich allemaal in het centrum van Amsterdam (Jordaan, Warmoesstraat, Prinsengracht), wat bevestigt dat de "Gemeentelijken afslag, alhier" verwijst naar de Amsterdamse vismarkt. De doorgehaalde en gecorrigeerde adressen en de handgeschreven verzenddatum zijn typische kenmerken van een administratief archiefstuk.
Historische Context
Tijdens de Duitse bezetting van Nederland was de voedselvoorziening strikt gereguleerd via een distributiesysteem. De Nederlandsche Visscherijcentrale (NVC) werd door de bezetter opgericht om de gehele visketen te beheersen. Overtredingen van de distributieregels, zoals het buiten de afslag om verhandelen van vis of het niet naleven van prijsvoorschriften (zwarte handel), werden streng bestraft.
Uitsluiting van de afslag betekende in feite een beroepsverbod, aangezien er langs legale weg geen vis meer verkregen kon worden voor de verkoop. Dergelijke maatregelen waren bedoeld om de grip op de schaarse voedselmiddelen te behouden en de zwarte markt in te dammen. De datum, mei 1942, valt in een periode waarin de tekorten in Nederland nijpender begonnen te worden en de controle door de bezettingsautoriteiten en hun instanties werd opgevoerd.