Getypte brief (doorslag of kantoorkopie).
Origineel
Getypte brief (doorslag of kantoorkopie). 14 april 1942. De Directeur (vermoedelijk van de Visscherijcentrale). [Rechtsboven, getypt:]
HG.
[Bovenaan, handgeschreven in blauw potlood:]
Verzonden 14/4
[Adresblok:]
den Heer W. Kuysten,
Commelinstraat 119,
Amsterdam-Oost.
[Rechts onder adresblok:]
Wijk 18.
[Links:]
46A/63/2 M.
[Rechts:]
14 April 1942.
[Inhoud:]
Naar aanleiding van Uw brief d.d. 10 Maart jl. deel ik U
mede, dat na onderzoek door de door de Visscherijcentrale ingestelde
Commissie is gebleken, dat U niet voor een toewijzing van zoetwater-
visch in aanmerking kunt komen.
Aan Uw verzoek kan derhalve geen gevolg worden gegeven.
[Ondertekening:]
De Directeur, De brief is een formele, ambtelijke afwijzing. De heer Kuysten had op 10 maart 1942 een verzoek ingediend voor een "toewijzing van zoetwatervisch", wat door een speciaal ingestelde commissie is onderzocht en afgewezen. De toon is afstandelijk en beslist, zonder verdere opgaaf van redenen voor de afwijzing anders dan het resultaat van het "onderzoek". De handgeschreven aantekening "Verzonden 14/4" bevestigt dat de brief op de dag van datering daadwerkelijk is uitgegaan; dit exemplaar diende waarschijnlijk als dossierkopie voor de administratie. Dit document stamt uit de periode van de Duitse bezetting van Nederland (1940-1945). Tijdens de oorlog was de voedselvoorziening gecentraliseerd en schaars. Instanties zoals de Visscherijcentrale (onderdeel van de Rijksbureaus voor de Voedselvoorziening) reguleerden de handel en distributie van vis.
Omdat veel voedsel op de bon was of simpelweg niet beschikbaar was voor de vrije handel, moesten burgers of winkeliers vaak speciale verzoeken indienen voor extra toewijzingen. De afwijzing illustreert de toenemende krapte en de strikte bureaucratische controle op de voedselketen in 1942. De Commelinstraat in Amsterdam-Oost, waar de geadresseerde woonde, bevond zich in een wijk die tijdens de bezetting zwaar getroffen werd door de anti-Joodse maatregelen en algemene voedselschaarste, hoewel uit deze brief niet direct de achtergrond van de heer Kuysten blijkt. Kuysten had (De heer) W. Kuysten
Samenvatting
De brief is een formele, ambtelijke afwijzing. De heer Kuysten had op 10 maart 1942 een verzoek ingediend voor een "toewijzing van zoetwatervisch", wat door een speciaal ingestelde commissie is onderzocht en afgewezen. De toon is afstandelijk en beslist, zonder verdere opgaaf van redenen voor de afwijzing anders dan het resultaat van het "onderzoek". De handgeschreven aantekening "Verzonden 14/4" bevestigt dat de brief op de dag van datering daadwerkelijk is uitgegaan; dit exemplaar diende waarschijnlijk als dossierkopie voor de administratie.
Historische Context
Dit document stamt uit de periode van de Duitse bezetting van Nederland (1940-1945). Tijdens de oorlog was de voedselvoorziening gecentraliseerd en schaars. Instanties zoals de Visscherijcentrale (onderdeel van de Rijksbureaus voor de Voedselvoorziening) reguleerden de handel en distributie van vis.
Omdat veel voedsel op de bon was of simpelweg niet beschikbaar was voor de vrije handel, moesten burgers of winkeliers vaak speciale verzoeken indienen voor extra toewijzingen. De afwijzing illustreert de toenemende krapte en de strikte bureaucratische controle op de voedselketen in 1942. De Commelinstraat in Amsterdam-Oost, waar de geadresseerde woonde, bevond zich in een wijk die tijdens de bezetting zwaar getroffen werd door de anti-Joodse maatregelen en algemene voedselschaarste, hoewel uit deze brief niet direct de achtergrond van de heer Kuysten blijkt.