Getypte brief (doorslag).
Origineel
Getypte brief (doorslag). 7 september 1942. De Directeur (vermoedelijk van de Centrale Markt in Amsterdam). Den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen, Alhier (Amsterdam). [Rechtsboven handgeschreven in rood:] H. Muller
[Rechtsboven getypt:] M/HB.
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r . [Onderstreept met stippellijn en doorgetrokken lijn]
64/9/5 M. 7 September 1942.
Hiermede heb ik de eer U te berichten, dat L.H. Buys, kantoor-
houdende op de Centrale Markt, kantoor H.86, die als liquidateur op-
treedt onder andere van den Joodschen grossier L.Presser, die tot 31
December a.s. in huur had pakhuis E.2 op de Centrale Markt à f 800,-
per jaar, mij op 17 Augustus j.l. schriftelijk zijn reeds eerder mon-
deling gedane mededeeling heeft bevestigd, dat hij op 1 Augustus j.l.
bovengenoemd pakhuis heeft ontruimd, op welken datum hij pakhuis B.7
op de Centrale Markt ad. f 1300,- per jaar in huur heeft verkregen.
Buys verzoekt mij tevens de huurovereenkomst, door L.Presser aange-
gaan, gerekend te zijn ingegaan 1 Augustus j.l. als ontbonden te be-
schouwen. Het verzoek om ontbinding van het contract lijkt mij billijk
echter niet met ingagn van 1 Augustus j.l., omdat de opzegging daar-
toe te laat is geschied, doch per 15 Augustus j.l., op welken datum
tevens de verhuring van pakhuis E.2 aan een anderen grossier heeft
plaats gevonden. Met mijn brieven van 20 Juli j.l. No. 37/66/6 M. en
van 31 Augustus j.l. No. 61/10/1 M. werden de huurcontracten voor de
pakhuizen, respectievelijk B.7 en E.2 aan U toegezonden.
Ik heb de eer U beleefd te verzoeken wel te willen bevorde-
ren, dat bij Besluit van den Burgemeester het terzake van pakhuisaf-
deeling E.2 op de Centrale Markt gesloten contract, gerekend te zijn
ingegaan 15 Augustus 1942, wordt ontbonden.
De Directeur, In deze brief rapporteert de directeur van de Centrale Markt aan de wethouder over een wijziging in de huur van pakhuizen op het marktterrein. De kern van de zaak is de liquidatie van de onderneming van de "Joodschen grossier L. Presser". De aangestelde liquidateur, L.H. Buys, heeft pakhuis E.2 ontruimd en een nieuw (duurder) pakhuis B.7 gehuurd.
De directeur adviseert de wethouder om het oude huurcontract van Presser formeel te laten ontbinden per 15 augustus 1942, in plaats van de gevraagde 1 augustus, omdat de opzegging te laat binnenkwam maar het pakhuis per die datum alweer aan een nieuwe huurder was vergeven. Dit document stamt uit september 1942, tijdens de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog. Het biedt een kille, bureaucratische inkijk in de uitvoering van de anti-Joodse maatregelen.
Vanaf eind 1940 voerden de nazi's stelselmatig wetten in om Joden uit het economische leven te verdrijven (arisering). Joodse bedrijven moesten worden aangemeld en kregen vaak een Verwalter (bewindvoerder) of Liquidateur toegewezen, die tot taak had het bedrijf te verkopen aan een niet-Jood of het te liquideren.
In dit specifieke geval zien we hoe de gemeente Amsterdam (Centrale Markt) faciliteert in de afwikkeling van de huurcontracten van een Joodse ondernemer wiens zaak wordt geliquideerd. De term "Joodschen grossier" wordt hier zonder omhaal gebruikt als een administratieve categorie, wat de normalisering van de uitsluiting en onteigening van Joodse burgers in die periode onderstreept. De brief toont aan hoe de reguliere gemeentelijke bureaucratie naadloos bleef functioneren binnen het kader van de bezettingspolitiek. H. Muller L. Presser L.H. Buys Gemeente Amsterdam