Ambtsverslag/Rapport van de dienst van het Marktwezen.
Origineel
Ambtsverslag/Rapport van de dienst van het Marktwezen. 3 december 1942 (gebaseerd op het paarse stempel onderaan). (Marginale aantekening rechtsboven: "Zaak wordt verder overgenomen door C.C.D.")
Rapport.
Aan den Heer Inspecteur vh Marktwezen Alhier
Ingevolge opdracht, heb ik mij hedenmiddag vervoegd aan het kantoor van de Keuringsdienst van Waren, Keizersgracht 730/34, betreffende samenwerking met de dienst van het Marktwezen, bij de Controle op venters met koek zonder bon, in de omgeving van het Damrak.
Ik kon echter geen keurmeester meekrijgen, daar deze kwestie eerst met den directeur van den Keuringsdienst besproken moet worden en deze was niet aanwezig. Onze dienst krijgt echter zoo spoedig mogelijk bericht van deze Keuringsdienst.
Ik ben daarna alleen maar op stap gegaan, en trof er geen enkele koekventer aan. Het was ontzettend slecht weer, dus zijn de heeren waarschijnlijk thuis gebleven.
Wel trof ik om ± 16.45, een onbekend persoon aan, ventende met pakjes sprot, welke hij voor 15 ct per pakje verkocht aan het passeerend publiek in de Beurspassage.
Bedoelde persoon door mij staandegehouden, bleek te zijn genaamd:
HENDRIKUS-MICHIEL-UMMELS.
geb: 10 Februari 1919 te Amsterdam.
beroep: kleermaker.
NATIONALITEIT - NEDERLANDER
wonende: O.Z. Achterburgwal 37 (Via Logement Pronk).
Hij beweerde de vischjes van een hem onbekende venter vroeger te hebben ontvangen, welke hem gevraagd had ze te verkoopen.
Ik heb het restant (8 pakjes sprot), welke bij naweging 4 ons en 8 gram was, met hun toestemming verkocht aan het personeel van het Bur: van Politie, Warmoesstraat. Het kistje waarin de sprot zat en de opbrengst zijnde f 1.04, (Een gulden en vier centen) zal ik op het kantoor van de vischmarkt afgeven.
Ik heb tegen bedoelde Ummels p.v.b. opgemaakt.
De Ambtenaar vh Marktwezen
[Handtekening]
(Stempel onderaan: № 72/14/1 M. 1942 3/12)
(Gedrukte tekst linksonder: Ventverordening model 15. 10.000-1-'37-388) Dit rapport is geschreven door een ambtenaar van de Amsterdamse dienst van het Marktwezen. De oorspronkelijke missie was een gezamenlijke controle met de Keuringsdienst van Waren om illegale handel in "koek zonder bon" (koek verkocht zonder de vereiste distributiebonnen) rond het Damrak aan te pakken.
Omdat de directeur van de Keuringsdienst afwezig was, kon er geen gezamenlijke actie plaatsvinden. De ambtenaar besloot echter alleen te patrouilleren. Hoewel hij door het slechte weer geen koekventers aantrof, hield hij in de Beurspassage een 23-jarige kleermaker genaamd Hendrikus Michiel Ummels aan. Ummels verkocht illegaal pakjes sprot.
De afhandeling is kenmerkend voor die tijd: de handelswaar werd direct verkocht aan de agenten op het nabijgelegen politiebureau aan de Warmoesstraat. De opbrengst (f 1,04) en het kistje werden ingeleverd bij de vismarkt. Tegen Ummels werd een proces-verbaal van bevindingen (p.v.b.) opgemaakt. De zaak werd uiteindelijk overgedragen aan de Centrale Controledienst (C.C.D.), de instantie die tijdens de bezetting belast was met de opsporing van economische delicten. Het document dateert uit december 1942, midden in de Duitse bezetting van Nederland. Dit was een periode van toenemende schaarste en een strikt distributiesysteem. Vrijwel alle levensmiddelen, inclusief koek en vis, waren alleen verkrijgbaar met bonnen.
De jacht op "zwarte handel" en venters die buiten het systeem om werkten, was een prioriteit voor de autoriteiten om de voedselvoorziening onder controle te houden. De vermelding van de C.C.D. (Centrale Controledienst) is cruciaal; deze dienst was berucht vanwege de strenge handhaving van de distributiewetten.
Het adres van de verdachte, O.Z. Achterburgwal 37 (Logement Pronk), duidt op iemand die in een goedkoop logement in de Amsterdamse binnenstad verbleef, wat suggereert dat de illegale handel uit bittere noodzaak of armoede kan zijn voortgekomen. De Beurspassage en het Damrak waren destijds, net als nu, drukke plekken waar een venter snel zijn waar aan het passerende publiek kon slijten.