Tuchtbeschikking (afschrift/uittreksel) van de Inspectie voor de Prijsbeheersing.
Origineel
Tuchtbeschikking (afschrift/uittreksel) van de Inspectie voor de Prijsbeheersing. 19 februari 1942. Heeft goedgevonden den verdachte te veroordeelen in de kosten ten beloope van f.41.75, berekend overeenkomstig de bepalingen van het "Tarief voor Tuchtstrafproceskosten" van 23 Januari 1942;
HEEFT GOEDGEVONDEN:
den verdachte te veroordeelen tot betaling van een geldboete van: f.300.- (drie honderd gulden)
~~verbeurd te verklaren de bij proces-verbaal van den ........................ 194 .... inbeslaggenomen goederen;~~
te bepalen, dat de opbrengst van de in beslag genomen en reeds verkochte goederen zal worden verbeurd verklaard;
de sluiting van het bedrijf van verdachte en stillegging van de bedrijfsmiddelen te bevelen voor den tijd van 3 maanden, ingaande 25 Februari a.s
de politie te Haarlemmermeer op te dragen om de sluiting voor ieder kenbaar te maken door aanplakking van deze maatregel op een in het oog vallende plaats bij den toegang van het perceel, waarin verdachte zijn bedrijf uitoefent, alsmede om nauwgezet te waken tegen en de opsporing te bevorderen van de overtredingen, genoemd in artikel 16 van het Prijsbeheerschingsbesluit.
AMSTERDAM, den 19 Februari 1942
De Inspecteur voornoemd,
w.g.: Mr. N. Peereboom,
toegevoegd Inspecteur.
BETALING van de opgelegde boete moet geschieden binnen acht dagen na de uitreiking der tuchtbeschikking door storting of overschrijving op postrekening No. 403.874 van de Inspectie voor de Prijsbeheersing te Amsterdam, onder vermelding van het nummer van dit gerechtelijk schrijven. Bij gebreke hiervan volgt tenuitvoerlegging der tuchtbeschikking.
BEROEP tegen tuchtbeschikkingen is mogelijk:
a. indien is opgelegd een geldboete van meer dan f 500.—, al of niet met een bijkomende straf;
b. indien is opgelegd een geldboete van f 500.— of minder, mits daarbij een bijkomende straf is opgelegd, uitgezonderd de bijkomende straf van openbaarmaking.
Beroep moet binnen veertien dagen na de uitreiking der tuchtbeschikking worden ingesteld bij een door den veroordeelde onderteekend beroepschrift, hetwelk moet worden ingediend bij den Gemachtigde voor de Prijzen te ’s-Gravenhage of bij den Inspecteur voor de Prijsbeheersing, door wien de beschikking in eersten aanleg genomen werd. Dit document is een officiële veroordeling in het kader van het economisch tuchtrecht tijdens de Tweede Wereldoorlog. Een niet nader genoemde verdachte (waarschijnlijk een winkelier of handelaar in de Haarlemmermeer) is gestraft voor het overtreden van het Prijsbeheerschingsbesluit.
De straffen zijn aanzienlijk:
1. Geldboete: 300 gulden (een fors bedrag in 1942, vergelijkbaar met meerdere maandsalarissen van een arbeider).
2. Verbeurdverklaring: De opbrengst van reeds verkochte, illegaal geprijsde goederen wordt door de staat opgeëist.
3. Bedrijfssluiting: De meest ingrijpende maatregel is de gedwongen sluiting van de zaak voor drie maanden.
4. Publieke schande: De politie moet de sluiting kenbaar maken door een aanplakbiljet op het pand te bevestigen ("shaming").
De procedure via de "Inspectie voor de Prijsbeheersing" was een vorm van tuchtrechtspraak die buiten de reguliere strafrechter om ging, bedoeld om snel en effectief op te treden tegen prijsopdrijving en zwarte handel. Tijdens de Duitse bezetting van Nederland (1940-1945) ontstond er al snel een tekort aan goederen. Om inflatie en excessieve winsten op de schaarste te voorkomen, voerde de bezetter (en de meewerkende Nederlandse bureaucreatie) een strikte prijsbeheersing in. De Inspectie voor de Prijsbeheersing controleerde of handelaren zich aan de vastgestelde maximumprijzen hielden.
Overtredingen werden zwaar bestraft, niet alleen om de economie stabiel te houden voor de burgerbevolking, maar ook om te zorgen dat de goederenstroom naar Duitsland niet werd verstoord door een ongecontroleerde binnenlandse zwarte markt.
De genoemde Mr. N. Peereboom was een juridisch ambtenaar die vaker voorkomt in archieven gerelateerd aan economische delicten uit deze periode. De datum, februari 1942, markeert een periode waarin de schaarste nijpender werd en de repressie tegen economische overtredingen verhardde. De instructies onderaan het document tonen aan dat beroep slechts beperkt mogelijk was, wat de machtige positie van deze inspectie onderstreept. N. Peereboom Politie