Archief 745
Inventaris 745-390
Pagina 514
Dossier 106
Jaar 1942
Stadsarchief

Archiefdocument

10 oktober 1942 Dossier: 77/2/71

Origineel

10 oktober 1942 [Links boven:] No. 77/2/71
[Midden boven:] M. 1242 15/9
[Rechts boven:] A’dam 10-10-42
[Rechts boven in rood/potlood:] m.v. Dir.

Mijnheer

I Ondergetekende wou u even lastig vallen met een paar vragen die ik zeer gaarne beantwoord zag.
Daar ik gestraft ben ik weet noch niet voor hoelang, en ik als eerlijk man noch steeds mijn plaats betaal, dat Beugel mijn plaats in beslag genomen heeft iets wat volgens de markt wet toch niet mag, ik zag dat ook zoo spoedig Beugel van mijn plaats verdwijnen

II Nu ik gestraft ben mag ik niet meer op de markt komen, maar waarom mijn vrouw niet die heeft toch een geldige toegangs kaart, de venters zijn ook gestraft die mogen niet meer venten en die mogen wel op de markt komen ter wijl zij noch allemaal Handel koopen Hoe kan dat nu

[Rechts onder in potlood:] 77/2/64 17. In deze brief beklaagt een markthandelaar zich over de gang van zaken nadat hij een sanctie ("gestraft") heeft opgelegd gekregen. De brief bevat twee hoofdpunten:
1. Onrechtmatige inname van de staanplaats: De schrijver stelt dat hij nog steeds voor zijn vaste plek op de markt betaalt, maar dat een zekere "Beugel" deze plek heeft ingenomen. Volgens de schrijver is dit in strijd met de marktwet.
2. Ongelijke behandeling: De schrijver begrijpt dat hijzelf niet op de markt mag komen, maar hij vraagt zich af waarom zijn vrouw (die een geldige vergunning heeft) ook wordt geweerd. Daarnaast wijst hij op een vermeende rechtsongelijkheid: andere gestrafte venters zouden wel op de markt mogen komen om handel in te kopen, terwijl hem of zijn vrouw dat blijkbaar ontzegd wordt.

De schrijfstijl is direct en getuigt van een zekere mate van verontwaardiging over de bureaucratische of handhavingsbesluiten in die tijd. De tekst bevat enkele grammaticale bijzonderheden, zoals het gebruik van "noch" in plaats van "nog". De rode onderstreping bij "markt wet" duidt op een latere beoordeling door een ambtenaar of archivaris. De brief dateert van oktober 1942, midden in de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. In deze periode waren markten streng gereguleerd. "Gestraft worden" in de context van de markthandel betekende vaak dat men een overtreding had begaan tegen de distributieregels, prijsvoorschriften of dat men zich bezighield met de zwarte handel.

Dergelijke zaken werden vaak afgehandeld door instanties zoals het Centraal Crisis Controlebureau (CCD). De uitsluiting van de markt was een zware economische straf. De brief illustreert de persoonlijke en zakelijke strijd van kleine handelaren om hun bestaansrecht te behouden onder een streng regime van verordeningen en sancties. De vermelding van "eerlijk man" suggereert dat de schrijver zijn straf onterecht vindt of tenminste vindt dat zijn burgerrechten (zoals het behoud van een betaalde plek) gerespecteerd moeten worden.

Samenvatting

In deze brief beklaagt een markthandelaar zich over de gang van zaken nadat hij een sanctie ("gestraft") heeft opgelegd gekregen. De brief bevat twee hoofdpunten:
1. Onrechtmatige inname van de staanplaats: De schrijver stelt dat hij nog steeds voor zijn vaste plek op de markt betaalt, maar dat een zekere "Beugel" deze plek heeft ingenomen. Volgens de schrijver is dit in strijd met de marktwet.
2. Ongelijke behandeling: De schrijver begrijpt dat hijzelf niet op de markt mag komen, maar hij vraagt zich af waarom zijn vrouw (die een geldige vergunning heeft) ook wordt geweerd. Daarnaast wijst hij op een vermeende rechtsongelijkheid: andere gestrafte venters zouden wel op de markt mogen komen om handel in te kopen, terwijl hem of zijn vrouw dat blijkbaar ontzegd wordt.

De schrijfstijl is direct en getuigt van een zekere mate van verontwaardiging over de bureaucratische of handhavingsbesluiten in die tijd. De tekst bevat enkele grammaticale bijzonderheden, zoals het gebruik van "noch" in plaats van "nog". De rode onderstreping bij "markt wet" duidt op een latere beoordeling door een ambtenaar of archivaris.

Historische Context

De brief dateert van oktober 1942, midden in de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. In deze periode waren markten streng gereguleerd. "Gestraft worden" in de context van de markthandel betekende vaak dat men een overtreding had begaan tegen de distributieregels, prijsvoorschriften of dat men zich bezighield met de zwarte handel.

Dergelijke zaken werden vaak afgehandeld door instanties zoals het Centraal Crisis Controlebureau (CCD). De uitsluiting van de markt was een zware economische straf. De brief illustreert de persoonlijke en zakelijke strijd van kleine handelaren om hun bestaansrecht te behouden onder een streng regime van verordeningen en sancties. De vermelding van "eerlijk man" suggereert dat de schrijver zijn straf onterecht vindt of tenminste vindt dat zijn burgerrechten (zoals het behoud van een betaalde plek) gerespecteerd moeten worden.

Locaties

Amsterdam (A'dam)

Producten

A.G.F. (Aardappelen): Aardappel A.G.F. (Aardappelen): Klei A.G.F. (Fruit): Appel A.G.F. (Fruit): Fruit A.G.F. (Groenten): Groente A.G.F. (Groenten): Sla Olie & Techniek: Lood Olie & Techniek: Olie Vis & Zee: Aal Vis & Zee: Vis

Thema's

Dwang/Vordering Jodenster/Maatregelen

Kooplieden in dit dossier 100

M. Werken turfstrooisel
Almag.Werken turfstrooisel
A. van Harten Uilenburg uien
A. van Harten gez. groenten
A. Harten fruit
A. Harten fruit
A. Harten fruit
A. Harten Uilenburg uien
A. Harten fruit
A. Harten fruit
Br.Groenten en Fr.v. rapen
Bur.v.Fruitvoorz. kool
C. de Jong fruit
C. de Jong peen
C. de Jong fruit
Centr.Keuken blik vleesch
Centr.markt turfstrooisel
Alexander Vrachtdoender cap.en erwten
C. Kooij andijvie
C. Kooij rapen
December 1942. Kooy, Smeerdijk, Esseld v. Harten v. Dijk. Fruit Voorz. Draaisma, Timmermans Dekker, Ruhe, Bervoeyer
D. Leegwater Uilenburg uien
Alle 100 kooplieden →

Gerelateerde Documenten 6