Getypte brief (afschrift).
Origineel
Getypte brief (afschrift). 30 januari 1942. De Burgemeester van Amsterdam (E.J. Voûte) en de Gemeentesecretaris (J.F. Franken). No.103/1/6 M.1942 30/1 AFSCHRIFT.
Aan den heer J.v.Delft,
1e Jan Steenstraat 122 I,
A l h i e r (Z).
L.M. 119 -1942-
Ik deel U mede (tevens naar aanleiding van Uw schrijven van 9
dezer) te hebben besloten, om den termijn van veertien dagen, gedurende welken
de Directeur van het Marktwezen U het recht om op een der markten een plaats
in te nemen, heeft ontnomen, voor den tijd van zes maanden te verlengen, aan-
gezien U zich op 2 Januari jl. hebt schuldig gemaakt aan het verstoren van de
orde op de markt aan de Gaaspstraat.
U kunt derhalve op 20 Juli 1942 wederom op de markten worden toe-
gelaten.
De Burgemeester van Amsterdam,
get.Voûte.
De gemeentesecretaris,
get.J.F.Franken. In dit document wordt de heer J.v. Delft door de burgemeester van Amsterdam op de hoogte gesteld van een aanzienlijke verzwaring van een sanctie. Een eerdere ontzegging van de toegang tot de markten voor veertien dagen is verlengd naar zes maanden. De reden hiervoor is "het verstoren van de orde" op de markt aan de Gaaspstraat op 2 januari 1942. Als gevolg van deze maatregel mag de geadresseerde pas vanaf 20 juli 1942 weer een standplaats innemen op de Amsterdamse markten.
De brief is ondertekend (in kopie) door Edward Voûte, die in 1941 door de Duitse bezetters was aangesteld als burgemeester van Amsterdam, en gemeentesecretaris J.F. Franken. De brief dateert uit de periode van de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. De locatie die genoemd wordt, de markt aan de Gaaspstraat, is historisch saillant. In november 1941 stelden de Duitse bezetters verplicht dat Joodse Amsterdammers alleen nog mochten kopen en verkopen op speciaal aangewezen "Joodse markten". De markt aan de Gaaspstraat (in de Rivierenbuurt) was een van deze markten.
Hoewel de brief niet expliciet vermeldt of de heer J.v. Delft Joods was, suggereert de locatie van het incident in combinatie met de strenge handhaving door het collaborerende stadsbestuur dat dit incident mogelijk een politieke of discriminerende lading had, passend in het beleid van de bezetter om de bewegingsvrijheid en economische positie van bepaalde groepen in te perken. E.J. Vo J.F. Franken Marktwezen